WESP
Wetenschap en Spiritualiteit in de praktijk – prikkend, prikkelend, bevruchtend
Mystiek als weg is een zoektocht die bij het leven hoort, en niet alleen daar is voor een paar uitverkorenen. / Zuiver bewustzijn is niet genoeg, er hoort ook een praktijk bij – het goede voorbeeld geven, demonstreren dat "je het begrijpt".
Bovenstaande citaten van Titus Brandsma vormen samen met onderstaande gedicht van Boeddha de kernwaarden en visie van WESP.
"We are what we think
All that we are arises with our thoughts
With our thoughts we make the World"
"Your work is to discover your work
And then with all your heart
To give ourself to it"
De leden van deze werkgroep komen bijeen met als doel te filosoferen over hoe spiritualiteit en wetenschap met elkaar in verbinding gebracht kunnen worden.
1x per 2 maanden is er op zondagochtend een bijeenkomst van 9-13 aan de Vinkenlaan 40 te Malden.
Programma:
09.00-9.30 uur meditatie
09.30-10.30 uur inleiding en discussie
10.30-11.00 uur koffie
11.00-12.00 uur boekbespreking?
12.00-12.30 uur meditatie
12.30-13 uur lunch / facultatie
Belangstelling om hierin te participeren?
Mail je korte CV en motivatie aan merel@zen.nl
Onder de foto een kort verslag van de meeste bijeenkomsten vanaf het begin van WESP 2009.
WESP: Wetenschap en spiritualiteit in de praktijk
"We are what we think
All that we are arises with our thoughts
With our thoughts we make the World"
"Your work is to discover your work
And then with all your heart
To give ourself to it"
- The Dhammapada: Sayings of the Buddha
Doel van de werkgroep WESP, opgericht in 2009, is het
filosoferen over hoe spiritualiteit en wetenschap met elkaar in verbinding
gebracht kunnen worden. En hoe deze twee tezamen ons in ons dagelijks leven, in
de praktijk van alle dag, meer richting kunnen geven. Deze samenvattingen van
de bijeenkomsten geven enig inzicht in wat enkele conclusies van de werkgroep
zijn om dit doel te bewerkstelligen.
WESP bijeenkomst 3-5-2009
Een werkgroep die spiritualiteit en wetenschap wil verbinden
en de functie van beide voor de praktijk van ons dagelijks leven wil vergroten
dient eerst te definiëren wat de belangrijkste termen uit dit streven eigenlijk
voor hen betekent. In deze bijeenkomst hebben we dus allereerst gekeken naar
wat de begrippen spiritualiteit en wetenschap inhouden en hebben we kort
onderzocht hoe zij zich verhouden tot de dagelijkse praktijk.
Spiritualiteit wordt gekenmerkt door eenheid. Het is datgene
dat alles met alles verbindt. Een spirituele ervaring is een ervaring van één
zijn, van verwondering en ontroering over alles om ons heen (met name 'de
natuur'). De spontaniteit van kinderen, de eenheid in samen zingen, het gevoel
dat goede kunst oproept. Spiritualiteit creëert rust in je hoofd en bewustzijn
van jezelf. Door jezelf te ervaren en te begrijpen kom je in contact met de
wereld om je heen en de ander. De rust ontstaat door volledige acceptatie van
alles wat er is. Het overstijgt daarmee de ervaring van het dualisme.
Nico Kohls definieert
spiritualiteit als: de gewoonte zich te oriënteren op, te zoeken naar en
uitdrukking te geven aan een werkelijkheid die uitstijgt boven de onmiddellijke
persoonlijke belangen. De drie niveaus die hij daarin onderscheidt zijn: het
cognitieve niveau, het emotionele niveau (betrokkenheid, zelfverzekerdheid) en
het ontwikkelen van mededogen. Daarnaast is er ook een praktisch niveau: je
handelt ook, je neemt actie, je zorgt voor medemens en milieu.
Wetenschap wordt gekenmerkt door tweeheid. Iets is het één
en niet het ander. Zij doet ons echter beseffen dat we steeds meer niet weten.
Want met iedere wetenschappelijke ontdekking of verklaring komen een veelheid
aan nieuwe onbeantwoorde vragen op. Zij is daarmee niet beter of slechter dan
spiritualiteit. Maar wat zij wel kan bieden is de integratie van de ervaring
van spiritualiteit (overstijgen van dualisme), door de – doorgaans redelijke
zweverig aandoende omschrijvingen van spiritualiteit (ook hierboven) – terug te
brengen tot causale processen en ze te verklaren in wetenschappelijk
omgevingen. De feiten, de voorwaarden voor dergelijke ervaringen, kunnen
getoond worden in bijv. MRI scans. Zij laten dus zien dat het meer is dan – en
tegelijkertijd ook niet meer is dan – dat wat er "tussen de oren" plaatsvindt.
Het is dan vervolgens aan de spiritualiteit om betekenis te geven aan die
ervaringen.
Wat is de relatie tussen spiritualiteit, wetenschap en de
dagelijkse praktijk, oftwel, mijn leven? Zij kan ons wijzen op ons leven
als een zoektocht, als een weg die we moeten lopen om betekenis te geven aan
ons eigen leven. Het gaat hier over de betekenis achter de oppervlakte. De
empirische wetenschappelijk onderbouwing kan invloed hebben in concrete
situaties zoals management van mensen, of psychologische gesprekken met
patiënten. De wetenschap heeft tot nog toe gezorgd voor een objectivering van
dergelijke praktijken. Het is goed om jezelf te beperken tot feiten, maar de
spirituele dimensie ontbreekt daardoor veelal in deze praktijken. Mensen worden
behandeld als nummers, ziektes als verschijnselen, patiënten als objecten. Er
is een groeiende behoefte aan meer spiritualiteit (lees: eenheid) in onze
systemen (ziekenhuizen, wetenschap, management), waardoor het geluk van de
mensen binnen deze praktijken centraler komt te staan dat het nu doet. Wat we
doen in de wetenschap en in onze dagelijkse praktijk, in de keuzes die we
maken, dienen vooral ertoe te leiden dat er zoveel mogelijk geluk ontstaat. Waarbij
we onder geluk niet kortstondige genotervaringen verstaan maar: de vaardigheid
om te kunnen genieten onder alle omstandigheden (dus ook van het lijden!).
Hoe overstijgen we dualisme? Alles is eenheid, toch is ook
alles tweeheid. We kunnen onderscheidingen maken, maar dit zijn slechts labels
die de wereld om ons heen begrijpelijk maken en ook de voorwaarde vormt voor
communicatie. Het is goed om steeds te switchen tussen de niveaus van dualiteit
en eenheid. Het moet een spel blijven dat je moet kunnen blijven relativeren.
Doorslaan in fundamentalisme en dogma's (slechts één van de twee is "waar") is
wederom verzanden in dualisme. De erkenning dat beide zijn én niet-zijn is de
hoogste erkenning. Daarom mogen we voor het gemak gebruik maken van beide, hoewel
beide even (on)waar zijn.
WESP bijeenkomst 21-7-2009
In deze bijeenkomst stond centraal wat nu concrete
(empirisch meetbare) effecten van meditatie zijn. Er is veel onderzoek gedaan
en gaande naar de (korte en langer termijn) gevolgen van meditatie. We hebben
hierbij ook een wetenschappelijk artikel besproken: Eileen Luders et al. "The underlying anatomical correlates of long-term meditation:
larger hippocampal and frontal volumes of gray matter" Neuroimage 45.3
(2009): 672-678.
De effecten van mediteren zijn door meerdere wetenschappers
onderzocht. Bij personen die al lange tijd mediteren blijkt door MRI metingen
dat de dikte van de grijze stof in de rechter orbitofrontale cortex, de rechter
thalamus en linker inferior temporale gyrus, groter is dan bij controle
personen die niet mediteren. Ook was er een groter volume van de rechter
hippocampus. De veronderstelling is dat een dikkere laag/groter volume beter
is. Deze bevindingen komen ook overeen met andere artikelen waar bij
mediterende mensen een hogere doorbloeding in deze zelfde gebieden is gemeten. De
dikkere grijze stof in de orbitofrontale cortex zou samenhangen met het minder
toelaten van negatieve emoties en het grotere volume van de hippocampus met
meer emotionele stabiliteit bij mediterende mensen. De toename in dikte in de
onderste temporale gyrus zou leiden tot een meer mindful gedrag. Wat de
betekenis is van de toename in de dikte van de thalamus is niet duidelijk – de
thalamus is een belangrijk knooppunt in de hersenen voor de flow van sensory
information. Vragen voor vervolgonderzoek: is de toename van de grijze
stofdikte nu beter, en kun je bewijzen dat de grijze stof door meditatie
toeneemt?
In de categorie "spreken is zilver, zwijgen is goud" hebben
wij de zenboeddhistische neiging tot zwijgen kort besproken. Het woord is het
begin van bewustwording, je duidt iets aan, je kan iets differentiëren van iets
anders. Maar daardoor (differentiatie) is het ook het begin van de dualiteit.
Gewoon zijn is met volledige aandacht doen wat je doet. Eigenlijk is dit een
ophouden te zijn – of eigenlijk een ophouden van het zijn van het ego. Een zijn
zonder tussenkomst van begrippen. Dit maakt je meer in contact met wat je doet,
met de ander, met je omgeving en geeft daardoor meer rust en een kwalitatief
hoger welzijnsgevoel.
WESP bijeenkomst 23-8-2009
In deze bijeenkomst stond de vraag centraal hoe
spiritualiteit en wetenschap zich tot elkaar verhouden. Staan zij naast elkaar,
tegenover elkaar of versterken zij elkaar?
De verschillen tussen wetenschap en spiritualiteit zijn dat
zij zich bedienen van verschillende methoden: empirische experimenten en
meetinstrumenten versus meditatie en mindfulness (met aandacht bewustzijn van
fysieke en geestelijke sensaties). Hierdoor kunnen ze wel tot zelfde conclusies
komen, bijvoorbeeld de wetenschap ontdekt door het onderzoeken van de
buitenwereld dat alles voortdurend in beweging is, de spiritualiteit ontdekt
diezelfde waarheid door eigen geest en lichaam te onderzoeken. Een ander
verschil is dat wetenschappelijke experimenten herhaalbaar dienen te zijn,
terwijl het in de spiritualiteit juist gaat over tot steeds nieuwe inzichten
komen m.b.t. jezelf en de wereld. Bovendien ontwikkelt de wetenschap abstracte
modellen over een objectieve werkelijkheid. Het doel is niet zozeer de
werkelijkheid zelf als wel een abstractie, een theorie, waarin zij gevangen kan
worden. Spiritualiteit wijst echter uiteindelijk naar een werkelijkheid die
niet gekend kan worden door een begrip of theorie.
De overeenkomsten tussen wetenschap en spiritualiteit zijn
dat zij beide de werkelijkheid onderzoeken. Beide vinden het noodzakelijk om
kennis door ervaring te testen. Ze gaan daarmee in zekere zin beide uit van
(zintuiglijk waarneembare) feiten. Afhankelijk van de wetenschappelijke
discipline is er, net als in spiritualiteit, een focus op de innerlijke wereld
van inzichten (geest, denkvermogen), kortom het kader van betekenis en
semantiek. Dit zijn in de wetenschap vooral de humaniora/geesteswetenschappen.
Tegelijkertijd wordt er in andere wetenschappelijke disciplines focus gelegd op
de uiterlijke wereld van zintuiglijke verschijnselen. Hier focussen vooral de
betawetenschappen op. Wetenschappen die daar ietwat tussen laveren zijn de
gammawetenschappen.
Zowel wetenschap als spiritualiteit maken gebruik van logica en intuïtie. Dat wil zeggen dat zowel
in zingeving als in geschiedschrijving, filosofie of natuurkunde het argument
logisch correct (consistent en niet-contradictoire) dient te zijn opgebouwd.
Helaas is veel tafelspiritualiteit en kroegfilosofie doortrokken van
drogredeneringen maar, zoals eerder besproken in de definities van
spiritualiteit en wetenschap, zijn dat niet de praktijken waar naar wordt
verwezen wanneer we deze begrippen hanteren. Hoe vreemd het misschien ook voor
wetenschappers klinkt, wetenschap gaat net als spiritualiteit uiteindelijk in
alle redenering terug op een gevoel van "dit klopt" – d.i. intuïtie. Dit blijkt
wel uit het feit dat zelfs de meest basale wiskunde geen onbetwijfelbaar
fundament kent. Ook geen enkele redenering kan teruggevoerd worden op een
onbetwijfelbaar beginpunt.
Een belangrijke overeenkomst tussen wetenschap en
spiritualiteit (maar ook kunst) is dat ze een gemeenschappelijke inspiratiebron
hebben: dat wat we niet weten. De verwondering is de houding die in al deze
gevallen het beste werk oplevert.
Concluderend kunnen we stellen dat wetenschap en
spiritualiteit niet uiteen lopen, maar ook niet over dezelfde weg gaan. Dialoog
tussen beide leidt tot nieuwe inzichten. Temeer omdat één van de grootste
uitdagingen van onze tijd is om hoofd en hart, verstand en intuïtie te
verbinden. Het is hier waar wetenschap en spiritualiteit mogelijk samenkomen.
WESP bijeenkomst 1-11-2009
In deze bijeenkomst stond de Westerse scheiding tussen
lichaam en geest centraal. Deze scheiding voldoet volgens WESP niet. Wat
precies psyche is en wat lichamelijk is, is moeilijk te bepalen. Volgens nieuwe
inzichten is het stresssysteem een belangrijke verbindingsschakel tussen geest
en lichaam. Het neurologische netwerk zit overal in het lichaam en is de
verbindende factor van alle systemen met elkaar. Het stresssysteem is het deel
van het zenuwstelsel dat ons helpt in evenwicht te blijven ondanks continue
fysieke en psychische druk en belasting. Een biopsychosociale draaischijf die
geest en lichaam met elkaar verbindt. Het wordt beïnvloed door biologische
(b.v. infecties), psychische (angst, depressie) en sociale factoren
(verwaarlozing, misbruik). Nieuwe technieken laten zien dat somatische en
psychische fenomenen veel gemeenschappelijke wegen kennen. Bijvoorbeeld pijn
gelocaliseerd in de buik en angst geven in bepaalde hersendelen exact dezelfde
activiteitspatronen.
Vroegtijdige blootstelling aan
chronische stress verhoogt de gevoeligheid voor stressoren op latere leeftijd. Vroege
traumata als seksueel misbruik of fysieke mishandeling kunnen het stresssysteem
diepgaand beïnvloeden. Meer kans op angststoornissen en depressie, maar ook
lichamelijke stoornissen als diabetes type 2, chronische longaandoeningen en
zelfs botbreuken. De relatie tussen negatieve ervaringen in de kindertijd en
een slechtere psychische en/of fysieke gezondheid is complex. Ze bevat
neurobiologische mechanismen, maar ook cognitieve, emotionele, sociale,
levensstijl- en gedragsfactoren.
Diverse studies vinden een
verband tussen ernstig negatieve emoties van de moeder tijdens de zwangerschap
en latere moeilijkheden met de emotionele, motorische en gedragsmatige
regulatie bij het kind. Soms ook een ontwikkelingsachterstand. ADHD komt meer
voor bij jongens, depressie meer bij meisjes.
Soms loopt zenintuïtie zelfs vóór op de medische
wetenschap. Een HIV patiënt in 1993, toen er nog geen medicijnen waren, leerde
in zen(coaching) de diagnose te accepteren en daarmee de kwaliteit van leven te
verhogen door meditatie en sporten. Betreffende persoon leeft nog steeds,
terwijl alle collega's uit zijn HIV praatgroep inmiddels zijn overleden. Nu, 15
jaar later, is wetenschappelijk bewezen dat mediteren het immuunsysteem van HIV
patiënten positief beïnvloedt
We moeten dus stoppen met het denken dat lichaam en geest
gescheiden zijn, want anders lossen we de moderne ziektes niet op.
Spiritualiteit helpt mee, daar deze de idee van de maakbare wereld ondermijnt
en acceptatie voor het leven in al haar perfecties én imperfecties kweekt. Meditatie
en bidden zijn uitingen van spiritueel bezig zijn, die brengen ons tot het
spirituele. Meditatie helpt ons omdat het de pijlers van ons stresssysteem in
gunstige zin beïnvloedt (ons zenuwstelsel, (para)sympathische systeem,
hormoonsysteem en afweersysteem). Het helpt ons lichaam om als het ware "op
orde te komen". Door spiritualiteit leren we te accepteren dat het leven niet
perfect is. Het helpt ons te begrijpen dat er pijn kan zijn, dat het erbij
hoort en dat het ook weer voorbij gaat. Het leert ons problemen accepteren als
iets dat normaal bij het leven hoort. Dit wordt in onze huidige tijd niet als
zodanig gezien. De medische techniek ontwikkelt maar door en het einde is nog
lang niet in zicht. Dunning: "Onze kennis is een eiland van weten in een zee
van onwetendheid. Het eiland wordt steeds groter, zo ook echter de grenzen met
de zee, waardoor wij ons ook steeds meer bewust worden van het niet-weten."
Het werken aan spiritualiteit helpt om klachten op te
lossen. Een gebrek aan spiritualiteit leidt tot klachten. Spiritualiteit en het
in verbinding staan met jezelf, de anderen en met je omgeving leidt tot een
hogere kwaliteit van leven.
WESP bijeenkomst 7-2-2010
Deze bijeenkomst onderzocht de relatie tussen leven in het
hier en nu en doelen stellen voor de toekomst. Daarbij werd gebruik gemaakt van
inzichten van de Romeinse dichter Horatius (65-8 v. Chr), die filosofisch
beïnvloed is door epicuristische filosofie.
Ook Horatius had als doel in het 'nu' te kunnen denken. Maar
je ontkomt er niet aan om na te denken over de toekomst. Je moet het vermogen
ontwikkelen om in het hier en nu te kunnen zijn. Het is een vaardigheid die je
kan trainen. De beroemde wijsheid 'carpe diem' (pluk de dag), oorspronkelijk
uit een gedicht van Horatius, wil aldus geïnterpreteerd zoveel zeggen als: maak
gebruik van je talenten in het hier en nu om te doen wat je belangrijk vindt.
Daarmee investeer je tegelijkertijd in je toekomst.
Het is beter om doelen te stellen dan om te hopen. Een doel
stellen impliceert dat je zelf in enige mate onder controle hebt waar je naar
toe wil werken. Hopen komt voort uit angst en onzekerheid en maakt wat je wil
bereiken afhankelijk van externe factoren. "Ik hoop gezond 80 te worden" is
bijvoorbeeld niet beïnvloedbaar. Maar "ik heb als doel gezond 80 jaar te
worden" spreekt een intentie uit en dat leidt tot acties in het hier en nu. Je
werkt daarmee aan dingen die je wel kan beïnvloeden.
Het beeld dat je vormt van jezelf
is en blijft een beeld. Het is een fictie, het is niet wie je werkelijk bent.
Een positief zelfbeeld is evenals een negatief zelfbeeld dus fictief. Maar het
stuurt wel in enige zin je denken en daarmee je handelen. Het is daarom beter
een positief zelfbeeld te ontwikkelen, maar wel steeds bewust te zijn van het feit
dat het "maar" een beeld is.
Waarom doen we wetenschap? Uit nieuwsgierigheid en om het
lijden te verlichten. Het is een uiting van het bereiken van doelen die men, en
de mensheid, zichzelf stelt. Maar hoe verlicht je het lijden? Hoe gebruiken we
onze kennis goed? Wetenschap kan ertoe leiden dat we denken dat het leven
maakbaar is. Dit is natuurlijk tot op zeker hoogte het geval, maar veel minder
dan we doorgaans denken. De wetenschap kan ons in bepaalde ziektebeelden
bijvoorbeeld een (kansberekende) waarschijnlijkheid bieden van hoe lang we nog
te leven hebben. Hoe je met dat nieuws omgaat is echter niet afhankelijk van de
wetenschap maar veel meer van de spiritualiteit. Hier is dus wederom een punt
waarbij deze twee samen kunnen leren werken.
WESP bijeenkomst 16-5-2010
In deze bijeenkomst stond de flexibiliteit van taalbetekenis
centraal. Wat is de relatie tussen taal, zen, wetenschap en de dagelijkse
praktijken?
Taal heeft meerdere dimensies. Allereerst is er het
onderscheid syntaxis (vorm) en semantiek (betekenis), maar er is ook de
dimensie van de ervaring van taal. Woorden kennen naast hun betekenis ook
bepaalde bijbetekenissen en associaties die men met een woord oproept.
Bovendien is het gepaste gebruik van bepaalde woorden afhankelijk van de context
waarin zij worden gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer je als arts niet goed kan
schakelen tussen de verschillende contexten van enerzijds de overdracht van
patiënten en anderzijds slechtnieuws gesprekken dan levert dit wrevel en
onbegrip op. Het is dus een kunst om je taalgebruik aan te passen aan de
gelegenheid. De meeste mensen zijn hierin onbewust bekwaam, wij passen ons
onbewust aan. Maar het is beter bewust bekwaam te zijn, hierdoor stem je bewust
je taalgebruik af op de context, op de ontvanger, op je publiek. Je hebt
daardoor beter in de gaten waarom er op een bepaalde manier op jouw
taaluitingen gereageerd wordt.
Wat is het verband tussen taal en denken? Sommige filosofen
menen dat het gehele denken talig is, ander stellen taal als voorwaarde voor
(bewust) denken. Hoe de relatie ook is, het is duidelijk dat er in ieder geval
een relatie is tussen denken en taal. Tot op zeker hoogte kadert de taal het
denken in. Denken legt een sluier over de werkelijkheid, in de taal uit zich de
sluier. Taal is de enige toegang tot het denken. Waar we geen woorden voor
kennen, hoe beschrijven we dat? Sommige woorden van een taal blijven
onvertaalbaar in een enkel woord van een andere taal, maar kunnen slechts in
een beschrijving gevangen worden.
Taal is een symptoom van de geest. Dat wil zeggen dat het
taalgebruik op een bepaalde manier onze staat van zijn, ons denken, ons voelen
reflecteert. Zo is het tot op zeker hoogte mogelijk aan geschreven taal af te
lezen of het door een man of vrouw is geschreven. Het is een uitdaging om je
bewust te worden van wat je zegt, denkt en voelt. Streven naar meer bewust
bekwaam worden in je taalhandelingen geeft je meer grip op situaties. Kijk
alleen al hoe politici bewust taalspelletjes spelen. Zij kunnen gebruikmaken
van de onbewuste onbekwaamheid van het publiek. Afhankelijk van het gebruik van
de taal kan het niet alleen dingen verhelderen maar ook vager maken en
verhullen. Zijn twitterende politici dichter bij de mensen gekomen? Betekent
het kwantitatief méér uiten van taalhandeling automatisch dat er kwalitatief
(inhoudelijk) ook méér gezegd wordt?
WESP bijeenkomst 12-9-2010
In deze bijeenkomst hebben we gesproken over empathie. We
hebben hierbij gebruik gemaakt van een boek van de beroemde Nederlandse bioloog
Frans de Waal: Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert over een
betere samenleving. (Uitgeverij Contact, 2009).
Volgens De Waal is de idee van een zuivere rede fictie. Onze
emoties beslissen waarna onze verstandelijke vermogens achteraf een draai aan
het besluit geven en met plausibele rechtvaardigingen komen. Het vormen van
emotionele banden is voor onze soort van essentieel belang en maakt ons het
gelukkigst. We beleven genoegen aan fysiek synchroon handelen en blinken daar
ook in uit. We kunnen hierbij denken aan de menselijke neiging tot dansen. Maar
ook de resultaten die neurologisch onderzoek uitwijzen met betrekking tot de
zogenaamde 'spiegelneuronen'. Dit begrip verwijst naar de overeenkomst van de
empirisch vast te stellen activiteit in de hersenen bij het aanschouwen van een
handeling en het doen van de handeling. Zij maken geen onderscheid tussen doen
en aanschouwen. Daarmee wissen ze eigenlijk de grens tussen zelf en de ander
uit.
Empathie is het proces waarmee we informatie over een ander
vergaren. Empathie hangt nauw samen met nabijheid, gelijksoortigheid en
vertrouwdheid. Zij is waarschijnlijk geëvolueerd om samenwerking binnen groepen
te stimuleren. De hoogste vorm van het algemeen belang is een verlicht
eigenbelang: het besef dat we beter af zijn als we samenwerken. Daarmee wordt
het doel van de ander, het geluk van de ander, de pijn van de ander, jouw doel,
jouw geluk, jouw pijn. Zo beschouwd is het voornaamste portaal van empathie de
identificatie. Maar empathie vereist zowel mentale spiegeling (één zijn met de
ander) als mentale scheiding (niet één zijn met de ander). Een kind moet zich
van de ander kunnen loslaten om de eigenlijke bron van zijn gevoelens te kunnen
vaststellen. Er is een scheiding van jezelf met de ander nodig om empathie te
kunnen ontwikkelen. Door bewust te zijn van wie je zelf bent kunt je jezelf ook
beter en bewuster inzetten.
Er is geen noodzakelijke relatie tussen empathie en
vriendelijkheid. Geen enkel wezen kan zich veroorloven iedereen voortdurend
aardig te behandelen. Soms kan het uit empathische overwegingen zelfs zo zijn
dat we bewust onvriendelijk reageren. De combinatie van emotionele
betrokkenheid, waardoor we ons om de ander bekommeren, en intelligentie, die
ons helpt de situatie in te schatten, geeft ons de mogelijkheid tot empathische
perspectiefname. Beide aspecten dienen daartoe wel in evenwicht te zijn.
Intellectueel is het ook mogelijk het gezichtspunt van de ander in te nemen,
doch als daarbij de bijbehorende gevoelens ontbreken wordt de empathie slechts
geveinsd. Dergelijke psychopaten kunnen andere mensen bespelen doordat het ze
op geen enkele manier iets doet wat de uitwerking van hun gedrag is op de
ander.
De conclusie van het boek is dat we evolutionair gezien
uitgerust zijn met een empathisch vermogen. We kunnen dit echter ontwikkelen
door bewuster te worden van dit vermogen. Het is namelijk nog niet zo vanzelfsprekend
om er naar te leven omdat mensen vaak contradictoire belangen hebben. Zij
worden namelijk ook gekenmerkt door jaloezie en krijgen daardoor vaak het
foutieve idee dat egoïstisch handelen meer oplevert dan altruïstisch handelen.
WESP bijeenkomst 27-2-2011
In deze bijeenkomst hebben we het boek van Peter Senge, Otto
Scharmer, Joseph Jaworski en Bety-Sue Flower – vier beroemde management
theoretici – getiteld Presence besproken.
We moeten ons ervan bewust zijn wanneer inzicht zich
voordoet. Aanwezigheid (presence) in het hier en nu is intuïtie. Je creëert dit
inzicht door te mediteren. Maar je kan inzicht niet zomaar genereren, je moet
er lang en actief mee bezig zijn. Het is hardwerken maar het inzicht zal als
een zaad ontspringen aan je intellect.
Streven naar inzicht lijkt op streven naar geluk. Maar hoe
en wat is de weg naar geluk? Door jezelf te verbeteren kun je jezelf
overstijgen in de verticale dimensie, zodat je je geluk met zoveel mogelijk
mensen kan delen.
WESP bijeenkomst 8-5-2011
In deze bijeenkomst stond de relatie tussen kennis en
inzicht centraal. Kort door de bocht is dit vanuit een ander perspectief de
relatie tussen wetenschap en spiritualiteit. We gaan ook door op een eerder
besproken punt: de relatie tussen taal en denken. Dit alles hebben we gedaan in
het licht van Thich Nhat Hanhs boek The Sun My Heart.
Meditatie onthult ons niet een concept van de waarheid, geen
begrip, geen theorie, maar een directe blik op de waarheid zelf. Dit is wat we
volgens Thich Nhat Hanh inzicht noemen. Het is het soort begrijpen gebaseerd op
aandacht en concentratie. De conceptuele rationalisaties achteraf liggen
aan de basis van onze kennis, maar gedachten zijn niet alleen gekoppeld aan
taal. Soms kan het begrijpen vertaald worden in gedachten, maar vaak zijn
gedachten te star en beperkt om veel inzicht in zich te dragen.
De grote ontdekkingen van de wetenschap zijn het resultaat
van begrijpen, meer dan van denken. Zij zijn het resultaat van inzichten
(aha-erlebnissen, epifanieën, eureka effecten, kwartjes die vallen) en niet
uitzonderlijk het gevolg van toeval, van serendipiteit. Het intellect creëert
de voorwaarden voor deze inzichten. Men draagt het probleemstuk dag en nacht
met zich mee, wordt zo gezegd één met het probleem. En dan plotseling valt de
oplossing binnen.
Inzicht en begrijpen is dus niet hetzelfde als een
verzameling kennis. Het is daartegenover zelfs het resultaat van de strijd om
vrij te worden van kennis. Begrijpen vernietigt oude kennis om ruimte te maken
voor het nieuwe dat beter in overeenstemming is met de realiteit.
WESP bijeenkomst 18-9-2011
In deze bijeenkomst stond de notie van 'tijd' centraal.
Hierbij is gebruik gemaakt van inzichten van verschillende schrijvers en
denkers. Zoals Joke J. Hermsens Stil de tijd.
Vaak is ons denken over tijd discreet (zogezegd 'digitaal'),
een dag is opgebouwd uit 24 uur, een uur uit 60 minuten. Maar in het voelen is
tijd continu (analoog). De kloktijd is de bovenste laag, tijd als 'duur' zit in
diepere lagen. Onze perceptie van tijd kan nogal verschillen. Een uur is geen
uur meer in retrospectief. Over het algemeen is het zo dat hoe dieper je in je
bewustzijn en je geheugen gaat hoe relatiever de tijd wordt. Tijd is een
kwestie van prioriteit. Wanneer we 'geen tijd' voor het een hebben komt dat
omdat we onze tijd verkozen hebben te besteden aan het andere.
Zen wil een pleidooi houden voor verveling. Zen is
gecultiveerde verveling. Het is een luxe om je goed te kunnen vervelen. Als je
je tijd beheerst, kun je je gaan vervelen. Dat betekent niet dat verveling
alleen maar goed is. Het kan ook veel frustratie oproepen. Leegte, rust en
nietsdoen worden vaak niet beschouwd als inspiratiebron of rustgevend, maar
zorgt bij veel mensen die plots met een rust geconfronteerd worden dat ze bewust
worden van hun existentiële angsten over de zinloosheid van het bestaan.
De beroemde vijfde eeuwse filosoof Augustinus stelde dat de
ware tijdmaat in onszelf zit, het is een uitbreiding van de eigen ziel. Ook
Henri Bergson betrekt tijd op het subject. Hij karakteriseert de ervaring van
tijd als 'duur'. Dit is volgens Bergson mogelijk door het geheugen waarin het
verleden in zijn volheid ligt opgestapeld. Ook al leven we naar de klok, toch
ervaren we de tijd als iets wat uit de maat kan lopen. De zuivere duur is de
vorm die de opeenvolging van onze bewustzijnstoestanden aanneemt, wanneer je
het leven op zijn beloop laat, wanneer het geen scheiding wil aanbrengen tussen
de huidige en vroegere toestanden. In tijd als duur gaat niets verloren: elk
ogenblik draagt in zich de hele stroom van het verleden en elk moment is nieuw
en onherhaalbaar. We zijn pas echt vrij wanneer we ons van het op praktische
zaken gerichte ik bevrijden, onze intuïtie richten op de tijd als duur en zo
opnieuw bewust kunnen worden en bezit kunnen nemen van onszelf.
We moeten ons bewust zijn naar hoe wij tegen tijd aankijken.
Zijn we weemoedig naar wat is geweest? Kijken we reikhalzend uit naar wat nog
moet komen? Geeft tijd ons hoop (op iets beters)? Geeft tijd ons vernieuwing?
Of opent tijd, zoals Levinas stelt, een verhouding tot het oneindige?
Hoe spreken we in het dagelijks leven over de tijd? We hebben heel veel
uitdrukkingen die gaan over de tijd. Je kan te veel of te weinig tijd hebben.
Je kan hem goed benutten of uitzingen, hem verduren, de wonden laten helen of
op hem vooruit zijn. Tijd kan om zijn gevlogen, hij kan daarentegen ook stil
staan of langzaam voortschrijden.
Tot de invoering van de internationale standaardtijd in
Greenwich in 1884, bepaalden lokale meestal op astronomische waarnemingen
gebaseerde tijdmetingen ons dagritme. Met de invoering van de standaardtijd nam
de globalisering een aanvang. De mens werd losgekoppeld van zijn eigen, lokale
en natuurlijke tijdritme. De industrialisering versterkte die tendens – elektrisch
licht zorgde ervoor dat we ook 's nachts door konden gaan met werken. De mens
werd voortaan geleefd door de klok.
Charlie Chapin verfilmde dit gevecht met de tijd al in zijn
beroemde Modern Times uit 1936. Tegenover de arbeidstijd is de zogenaamde
'vrije tijd' komen te staan. Maar ook deze arbeidsloze tijd wordt in toenemende
mate gevuld met activiteiten. Verveling en lege tijd lijken ons alleen maar
angst in te boezemen. Hoe meer tijdsbesparende machines er ook bij zijn
gekomen, we hebben steeds minder tijd voor elkaar gekregen. We bevinden ons in
een patstelling: het klimaat vraagt om minder, de economie om meer, de mens
vraagt om vertraging, de samenleving om versnelling.
WESP bijeenkomst 6-11-2011
In deze bijeenkomst hebben we het gehad over geluk, de
meetbaarheid ervan voor wetenschappelijk onderzoek en wat verschillende
filosofen er precies over hebben gezegd.
Jeremy Bentham schrijf in zijn boek On Morals and
Legislation dat goede en slechte handeling moeten worden beoordeeld op hun
effect op het menselijke geluk. We moeten dus kijken naar de consequenties van
ons handelen. Het beste wat we kunnen doen resulteert in het meeste geluk voor
de grootste groep mensen. Dit wordt weleens het principe van het meeste geluk
genoemd.
Ruut Veenhoven geeft als definitie van geluk: hoeveel men
houdt van het leven dat men leidt. Sociale wetenschappers hebben ontdekt dat
geluk gemeten kan worden wanneer je vragen stelt over hoe tevreden iemand is
over zijn leven. Geluk hoef je niet alleen op het individu te betrekken maar
kan ook voor het grotere geheel. Geluk is dus niet iets dat alleen maar
individueel bepaald wordt.
De definitie van geluk leidt tot veel discussie. Enkele
definities die we hadden zijn: onder alle omstandigheden de vaardigheid hebben
om gelukkig te kunnen zijn; de duurzame staat van eenheid met jezelf en
(dierbare) anderen; afwezigheid van irritaties en conflicten bij jezelf;
volledig in harmonie zijn met je omgeving; zelfvertrouwen om te kunnen genieten
van de uitdagingen in het even. Toch laat het onderzoek van Ruut Veenhoven zien
dat je ook wereldwijd geluksonderzoek kunt doen door een definitie van geluk
als afspraak te gebruiken. Als een groep mensen zichzelf een cijfer geeft dan
is dat net zo waar als dat de economie van een land een waardering krijgt.
Daarmee is ook geluk kwantificeerbaar en in onderzoek herhaalbaar. Geluk kan
dan dus wel degelijk onderwerp van wetenschappelijk onderzoek zijn.
Geluk leidt tot positieve gevolgen. Het zorgt voor een
actieve houding, voor creativiteit en een open geest. Gelukkige mensen zijn
beter burgers, zij betrekken zich meer in sociale handelingen en zijn gematigd
in hun politieke opinie. Geluk lijkt ook de lengte van het leven te
beïnvloeden.
Hoe krijg je nu meer mensen gelukkig? Wetenschap is de
religie van onze tijd. Zij wordt geacht altijd waarheid te spreken. Wanneer je
dan de effecten van mindfulness en mediteren kan meten, dan kan je mensen
overtuigen van de werkelijkheid van de effecten. Een land dat goed geregeerd
wordt lijkt volgens onderzoek vrijwel een universele voorwaarde voor geluk te
vormen. Tegelijkertijd is er ook een negatieve correlatie aangetoond tussen het
gemiddelde geluk van een natie en de ongelijkheid van sekse in een natie.
Verschillen in loon en sociale status verklaren maar 5% van de verschillen.
Maar, zo concludeert ook Veenhoven, de technieken die ons helpen de vaardigheid
van het genieten te ontwikkelen zijn in veel gevallen onderontwikkeld. We
moeten dus de techniek van meditatie verfijnen en ontwikkelen om het overdraagbaar
te maken, zodat we niet steeds bezig hoeven te zijn met het wiel opnieuw uit te
vinden.
|