Om welk symbool draait het in dit schilderij?

Om welk symbool draait het in dit schilderij?



Klik hier om het goede antwoord te geven.


De vraag: Om welk symbool draait het in dit schilderij? is een koan. Stuur je oplossing op deze koan binnen één week in en win een boek. Een koan is een raadsel met spirituele diepgang, dat wil zeggen dat je er iets van kunt leren over het leven en jezelf. Het gaat dus niet speciaal om ‘het goede antwoord’ ook al is dat er vaak en in dit geval zeker wel. Het gaat veel meer om wat je van het proces om tot het antwoord te komen leert. Je hebt koans van allerlei aard en naast de bekende gebruikelijke oude en Chinese Japanse koans, ontwikkelen we momenteel binnen Zen.nl een serie nieuwe meer actuele koans, met overigens vaak dezelfde onderliggend strekking en diepgang. Stuur je antwoord op deze ZenActueel-koan in via deze link en het goede, mooiste, beste en/of ludiekste antwoord wordt beloond met een boek naar keuze. Hieronder een uitvoerige uitleg over koantraining zoals dat te lezen is in het boek Leer voelen wat je wilt voelen, vanaf bladzijde 87 t/m 90. Het schilderij is geschilderd door de Belgische kunstschilder Walter Elst.

Koantraining is naast het tellen van de ademhaling en het ‘alleen maar zitten’ een derde techniek uit de zentraditie om adequaat te leren omgaan met voelen, gevoelens, emoties en gedachtes. In etymologische zin staat het begrip koan voor: de plaats waar de waarheid is. Ik kan dit beamen door mijn eigen koanstudie en het werken met veel koanstudenten. Koans brengen ons inderdaad naar de plaats waar de waarheid huist.
         Hoe gaat de koanstudie of -training in zijn werk? Een koan is een vraag die intellectueel niet of nauwelijks te bevatten, laat staan te beantwoorden is. Zoals: Wat is het geluid van één klappende hand? Of: Als een os door een omheining kan, waarom dan zijn staart niet? Of: Wat is de waarde van een emmer zonder bodem? Een andere bekende koan luidt: Is deze bloem dood of levend? waarbij het niet uitmaakt of je aan een snijbloem denkt, een plastic bloem of een bloem in de tuin. Weer een andere koan luidt: Is er een leven na dit leven? Of in een variant: Is er een leven na de dood? Allemaal voorbeelden van wonderlijke vragen waar een antwoord langs rationele weg lastig zo niet onmogelijk is.
         Koans vragen om een totaal andere benadering. Het gaat niet eens zozeer om het antwoord, maar om wat er met jou gebeurt terwijl je met de vraag in de weer bent. De koanstudent probeert zich tijdens het mediteren met de vraag te vereenzelvigen. De zo krachtig mogelijke concentratie op de koanvraag maakt dat we ons volledig ermee identificeren. Eerder in dit hoofdstuk hebben we al stilgestaan bij het gevaar van blinde identificatie met ons denken. Neem de gedachte: ik ben zielig, of: ik ben succesvol. Dat kunnen allebei zuivere, actuele gedachtes zijn. Soms ben je immers werkelijk zielig, andere keren ben je werkelijk succesvol. Toch is het niet raadzaam om je volledig met een van deze gedachtes te vereenzelvigen. De identificatie met de gedachte dat je zielig bent, maakt dat je je nog eens extra ellendig voelt, terwijl je het op dat moment al moeilijk genoeg hebt. Je hangt jezelf onnodig een extra juk om de schouders. De gedachte dat je succesvol bent, leent zich evenmin voor identificatie; soms zit het in het leven nu eenmaal tegen, hoeveel succes je eerder ook hebt gehad. Waarom zou je jezelf dan onnodig opzadelen met een gebrek aan realiteitszin, met frustraties of zelfs met een regelrechte identiteitscrisis. Algemeen gesteld doe je er goed aan om je niet te identificeren met een bepaalde gedachte, omdat je jezelf daarmee al snel klem zet. De wereld is constant in beweging en ook wijzelf als deel van die wereld veranderen voortdurend. Een zin beginnen met ik ben … duidt op een statisch perspectief in een dynamische realiteit. Er zijn echter uitzonderingen. Je kunt willens en wetens ervoor kiezen om je voor een bepaalde tijdsduur met een gedachte te identificeren, omdat dit in de gegeven omstandigheden functioneel is. Een wielrenner in de Tour de France kan profijt ervan hebben om zich gedurende de drie weken van de Tour voortdurend aan te sporen met de gedachte: ik ben een topwielrenner. Maar zelfs dan kan dit averechts uitpakken, bijvoorbeeld als een doorsnee prof zichzelf in een loodzware bergetappe met deze ambitieuze, onrealistische gedachte over de kop rijdt.

Wie ben jij?
In plaats van met gedachtes leer je in de koantraining om je met vragen te identificeren. Zo verinnerlijk je een open, nieuwsgierige houding. Je timmert je perspectief op de werkelijkheid niet dicht door je te verschansen achter starre gedachtes als: zo zit het! Nee, je vergroot juist je realiteitszin door je telkens weer af te vragen: hoe zit het?
         Ik ben zeer te spreken over de merites van de koantraining. In gesprekken noem ik mijzelf wel eens "een vat van honderd koans". "Wie ben jij"? "Ik ben een vat van honderd vragen." In de loop van meer dan dertig jaar heb ik me diepgaand met tal van koans beziggehouden. Ik heb geleerd om me er bewust mee te identificeren.
         Bewuste identificatie kan hooguit voor 95 procent worden bereikt, maar nooit voor langere tijd voor de volle honderd procent. Dan zou er immers geen bewust besef van die identificatie kunnen zijn. Iemand die zegt: "Ik ben ontzettend boos" en dat ook is, identificeert zich hooguit voor de duur van een bepaalde periode volkomen met zijn boosheid. Anders zou hij niet eens in staat zijn om te registreren dat hij boos is. Ook bij de koan gaat het niet om honderd procent identificatie; het gaat om een zo goed mogelijke poging tot identificatie. Bij de koantraining spelen we als een vaardig acteur de rol van iemand die zich vereenzelvigt met zijn koan. Natuurlijk is er nog een leven buiten de koan. In zen plegen we de voeten altijd stevig op de grond te houden. Zoals een acteur zich zo goed mogelijk inleeft in zijn rol, zo stapt hij daarna gewoon ook weer uit die rol. Koanstudie heeft in dit opzicht veel weg van method acting, zoals we dat kennen van filmsterren als Robert de Niro of Al Pacino. Zij kruipen voor de duur van de opnames in de huid van hun personage. Ze wórden hun personage, maar doen dit uit vrije keuze, omdat het effectief en functioneel is. Dat is precies hoe koanstudenten worden geacht zich in hun koan in te leven.

Met koanstudie cultiveer je het denkvermogen
Een essentiële vaardigheid in de koanstudie, in zen en in het hele leven is om op ieder moment vrij en bewust te kunnen kiezen voor de gewenste mate van (des)identificatie. Wie zich kan identificeren met een subtiel gevoel van bijvoorbeeld empathie, toont zich op dat moment een gevoelig mens. Kun je daarna dat gevoel ook weer loslaten, dan ben je bovendien iemand die in staat is om situaties te overzien. Soms vergen de omstandigheden dat je je identificeert met bepaalde gevoelens, emoties en gedachtes; het andere moment vereist dat je hier weer afstand van neemt. In de praktijk van alledag is het zaak dat we telkens de balans vinden tussen toeschouwen en deelnemen. In zen en zeker in de koanstudie cultiveren we het vermogen om op elke situatie in te spelen met de juiste mate van (des)identificatie.
         Dat is een kunst, niets minder dan dat. Alleen een ware levenskunstenaar heeft het innerlijke kompas om steeds bewust en vrij zijn eigen weg te bewandelen, soepel inspelend op wat zich aandient en zonder zijn doelen en waarden uit het oog te verliezen. Dit levenskunstenaarschap veronderstelt dat we toegang hebben tot ons volledige potentieel: onze gevoeligheid, onze snaren, ons instrument. Of zo je wilt: onze ziel, de klankkast, de leegte, het publiek als onderdeel van de muziek, als deel van jou en jouw kunst. Die kunst leer je beoefenen door je bewust te zijn van alle ingrediënten in je optreden, je concert. Zoals een kok vertrouwd dient te zijn met alle ingrediënten van het gerecht dat hij bereidt, zo moet de musicus zich bewust zijn van alle facetten van zijn muziek. Een muzikant die meent dat het enkel en alleen gaat om de klanken die hij produceert, verstaat zijn vak niet. De essentie van zijn muziek ligt net zozeer en misschien wel meer in de verwachting die hij schept in de stiltes tussen de klanken en nummers. "Komt er nog een noot?" "Wanneer komt die noot?" "Speelt hij nu mijn favoriete nummer?" Die spanning, dat tilt de muziek, de muzikant en het publiek naar een ander niveau van luisteren, aandacht en beleving.
Ooit hoorde ik op de radio een interview met een gelauwerd kunstcriticus. De journalist vroeg hem naar de indrukwekkendste ervaring uit zijn carrière. De criticus noemde een optreden in de jaren vijftig van een dirigent wiens ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog in de gaskamers om het leven waren gebracht. Hij voerde de Negende Symfonie van Mahler uit, met aan het einde van die symfonie een indrukwekkende stilte. Het hele concert was van grote kwaliteit, maar het slot was in één woord verpletterend. De kunstcriticus zei: "Uiteindelijk werden de laatste noten zelfs niet gespeeld." In feite deed het niet ertoe of die laatste noten wel of niet gespeeld werden, het ging hem om die aangrijpende pauze aan het eind. Niemand haalde het in zijn hoofd om te kuchen; iedereen in de zaal voelde aan dat men van iets heel bijzonders getuige was.
         Een dirigent dient zich te realiseren hoe essentieel stiltes in de muziek zijn. De beroemde dirigent Claudio Abbado zei ooit, nadat hij met het Lucerne Festival Orchestra de Negende Symfonie had uitgevoerd: "Deze Mahler schuurt, sluipt, raast, zoemt en zucht. De musici leggen een fluwelen intensiteit in hun spel, en schilderen in de finale de dood als een fluisterende vriend. Oorverdovende stilte na afloop." Ziet een dirigent niet het belang van de stiltes, dan legt hij zonder het te beseffen het belangrijkste instrument in zijn orkest het zwijgen op, terwijl het juist de kunst is om de stiltes te doen spreken.
         In het dagelijks leven is dit niet anders. We doen er goed aan te beseffen dat de stilte en leegte in ons, onze gevoeligheid, onze klankkast, misschien wel de beste helft van ons instrumentarium is. Zonder goed te kijken zien we de klankkast snel over het hoofd, verscholen als deze is in het hart van de viool. Maar hij bevindt zich niet voor niets op die centrale plek. De klankkast is de geluidsbron die de viool kenmerkt. Op de oude Stradivarius zijn de snaren al honderd keer vervangen, maar de klankkast is het ware kenmerk van zijn kwaliteit.

De koan van verdriet
Een van mijn zenstudenten is een oudere vrouw die zich geheel en al identificeerde met haar verdriet over het vroegtijdig overlijden van haar echtgenoot, inmiddels meer dan twintig jaar geleden. Ze zei: "Sindsdien geniet ik nergens meer van." Tijdens een gezamenlijk etentje zagen wij echter dat de maaltijd haar uitstekend beviel. Maar begon een tafelgenoot over het lekkere eten, dan verkondigde ze stellig: "Eten doet me niets meer sinds mijn man is overleden." Behalve zijzelf zag iedereen echter dat ze overduidelijk van alle gangen van het diner genoot. Kennelijk kon ze dat prettige gevoel niet toelaten; ze was immers zielig vanwege haar te vroeg gestorven man. De identificatie met de gedachte: ik ben zielig, maakte dat ze niet kon en mocht genieten, haar klankkast zat vol met de gedachte hoe zielig ze is, een onbewust opgelegde zelfbeperking, en dat al ruim twintig jaar.
         Nu is het uiteraard begrijpelijk dat iemand door zijn verdriet in beslag wordt genomen direct na het overlijden van een dierbare. Dat is een natuurlijk onderdeel van de rouwverwerking. Je moet een hart van steen hebben om dan geen gevoelens van verlies en verdriet te ervaren. Zulke gevoelens zijn zuiver, zolang ze min of meer actueel zijn. Je mist de ander, die een belangrijke plek in je leven innam. Die plek is nu leeg, en dat doet pijn, zeker in de eerste weken en maanden. Maar twintig jaar na dato zijn het gemis en de pijn niet meer actueel. De vrouw in kwestie had volop gelegenheid gehad om het verdriet en het verlies te verwerken en de draad van haar leven weer op te pakken. Blijkbaar was ze daar niet toe in staat geweest en blijven steken in de slachtofferrol.

Wat bedoelde de Boeddha daarmee?
Vele jaren geleden overleed mijn broertje. Hij was nog heel jong, net zoals ik toen het gebeurde. Het was voor mijn ouders en mij uiteraard een grote klap. Toch heb ik na vele jaren het verdriet een plek weten te geven. Per saldo heeft zijn overlijden mij eerder ertoe aangezet om dubbel zoveel te genieten, in plaats van te zeggen: "Als kind heb ik een trauma opgelopen. Dat kan ik niet verkroppen en daarom ben en blijf ik de rest van mijn leven ongelukkig." De identificatie met de gedachte: ik mag niet genieten, overschaduwt feitelijke positieve fysieke gevoelens, bijvoorbeeld van eten dat lekker smaakt. Zowel de identificatie als het gevoel zijn op dat moment aanwezig. De kwestie is steeds: wat laat je toe en waar richt je de aandacht op?
Nog een voorbeeld: de eerdergenoemde koan van Makakashapa, die aansluit op een beroemde vertelling over de bloemenpreek van de Boeddha. Het verhaal gaat als volgt. De Boeddha heeft aangekondigd een rede te houden. Zijn gehoor bestaat uit gezagsdragers van alle boeddhistische scholen. De Boeddha brengt zijn publiek in grote verwarring door met geen woord te spreken, maar slechts een bloem omhoog te houden. Makakashapa voelt als enige de schoonheid van het moment, voelt in de stilte dat het tonen van de bloem alles zegt en glimlacht. De anderen hebben nog lang met de vraag geworsteld, en dat is meteen de koan: „Wat bedoelde de Boeddha daarmee??
         Wat je ook antwoordt, als je een zenmeester jouw koanoplossing voorlegt, het antwoord moet ervan getuigen dat je "het" aanvoelt. Intellectueel begrip kan daarbij van pas komen, maar vaker zal het in de weg zitten. Rationele afwegingen doen niets af aan dit even eenvoudige als bijzondere feit: elk moment wordt er een bloem voor je omhooggehouden. Wie dit aanvoelt, voelt zich gelukkig.

De krant is een bloem
Aan de krant lezen kom ik maar zelden toe, maar als ik deze op zaterdag eens lees, dan haal ik er geregeld iets uit waar ik blijvend plezier van heb. Afgelopen weekend las ik in een regionale krant, De Gelderlander, een boeiend artikel over de opkomst van de kwantumcomputer. Ik weet zeker dat ik er toekomstig interessante parallellen met de zenbeoefening uit kan destilleren. Het artikel lag op een goede dag ineens voor mijn neus, net zoals de bloem die de Boeddha op een goede dag aan zijn publiek liet zien. De Gelderlander moge dan niet The New York Times zijn, maar ook in de eerste krant wordt geregeld de bloem omhooggehouden.
         Voor wie het kan en wil zien, toont de Boeddha overal de bloem. De koantraining scherpt onze zinnen hiervoor. Het gaat bij een koan niet om het antwoord. Waar het om gaat, is de zuivere intentie om met de vraag te leven. Het is zaak om je keer op keer af te vragen: "Wat bedoelde de Boeddha?" Identificeer je je werkelijk met deze vraag, dan raak je werkelijk geïnteresseerd in de bedoelingen van je medemens. Dat is wat de Boeddha op het oog had. Dat is ook wat de koantraining beoogt: het vermogen tot oprechte openheid voor alles en iedereen om je heen. Waarom komt die krant tot mij? Niet om te worden vergeleken met een internationale topkrant. Maar om er wijzer van te worden, om mijn inzicht te vergroten en mijn perspectief te verruimen. De krant is een bloem. Als je openstaat voor wat tot je komt en wat je zelf aantrekt, dan kom je, voorbij de eigen projecties en bubbels, in contact met de wezenlijke intenties van iedereen, inclusief jezelf. Dan snap je ook dat de intenties van anderen niet verschillend zijn van die van jezelf. Dit besef vergt wel dat je vele lagen in jezelf en in de ander doorziet. De vraag: "Bedoel je ….?" kan daarbij uiterst behulpzaam zijn.

Wat bedoel je?
Gisteren nog sprak ik een van mijn studenten, die ik twee maanden geleden voor het laatst had ontmoet. Ik merkte op: "Er is iets veranderd aan je toon. Je stemgeluid klinkt beter. Heb je mijn suggestie gevolgd om elke ochtend bij wijze van stemtraining soetra’s te zingen?" Dat bleek het geval. Daarop zei ik: "Maar ik heb het gevoel dat er nog iets is veranderd." Mijn student antwoordde: "Je had me nog een advies gegeven, namelijk om in gesprekken steeds na te gaan of ik mijn gesprekspartners goed begrepen had. Door deze oefening heb ik betere relaties met anderen gekregen. Mensen voelen zich gehoord en gezien; ze waarderen dat je hen echt probeert te begrijpen. Bovendien ben ik door deze opdracht beter gaan luisteren, omdat ik oprecht wil weten wat mensen bedoelen. Ik luister met meer aandacht en interesse. Ook dat maakt mijn gesprekken en contacten nu veel prettiger."
         Het advies om navraag te doen naar ieders bedoeling had ik ontleend aan de koan: "Wat bedoelde de Boeddha?" Doordat ik me destijds had geïdentificeerd met deze vraag, begon ik meer open te staan voor de behoeftes van iedereen om me heen. Op die manier kreeg ik betere contacten met de mensen om me heen. Wie alleen oog heeft voor oppervlakkige drijfveren, ziet vooral de tegenstellingen tussen mensen. Stel je je echter open voor de onderliggende, werkelijke behoeftes en intenties van mensen, dan zie je dat ieder op zijn eigen wijze probeert te groeien, gelukkig te worden en verlichting te vinden. Iedereen wordt dan een medestander, wat heel goed voelt. Identificatie met de koan: "Wat bedoelde de Boeddha?" maakt dat je in iedereen, inclusief jezelf, de Boeddha gaat herkennen. De moderne communicatietheorie sluit naadloos aan op deze koan met het credo Luisteren-Samenvatten-Doorvragen. Zo'n manier van communiceren werpt veel meer vruchten af dan wanneer we alleen maar zelf de zender van boodschappen (willen) zijn. Deze, primair op de ander gerichte houding is ook de houding die de Boeddha voorstaat. Stilte maakt je ontvankelijk voor wat de ander werkelijk delen wil. De vraag "Bedoel je dat ...?" is een vraag die altijd aan de orde is. Steeds weer doet zich de gelegenheid voor om deze vraag te stellen.

Identificeren met koans
Door ons te identificeren met koans, leren we aandachtig te luisteren, inzichten op te doen en door te vragen. We blijven vragen stellen, niet uit oppervlakkige nieuwsgierigheid of plichtmatige beleefdheid, maar uit wezenlijke belangstelling. Deze vragende, betrokken opstelling maakt je tot een vat dat zich laat vullen door wat de mensen in zijn omgeving werkelijk bezighoudt. Wie vraagt, leert bij. Wie vraagt, leert anderen en zichzelf echt kennen. Dat voelt bijzonder goed. Vraag dat maar eens aan de gitarist op het podium die na elk nummer het applaus hoort weerklinken in de klankkast van zijn gitaar. In de klankkast weerklinken alle klanken, zonder dat deze er vol van raakt.

Leer voelen wat je wilt voelen