zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, RientsRitskes, zenmeesters, Jan de Ruiter, zelf, verbinding, reflectie, zaken, emancipatie, vrijheid, compassie, verantwoordelijkheid, Tokio, Japan, transcendente meditatie, inzicht, zelfkennis, monkey mind, biologie, depressie, rouw, jungle, apen, zen zin zen onzin, humor, voelen, bewustzijn, cultiveer, alertheid, sesshins, neigingen. vluchtgedrag, gevangen geest, trauma, bubbel, transparant, hartaanval, zenleraar, zenmeester, karma, schuld, Tenryu-ji, een, aandacht


Jan de Ruiter
Van een bedacht zelf
naar een ervaren zelf



Walter Jacobs / Zen.nl Breda, Zen.nl Eindhoven en Zen.nl Den Bosch

Ter gelegenheid van de benoeming van tien zenmeesters op 26 september jl. verscheen een boek met de spirituele portretten van de nieuwe zenmeesters binnen Zen.nl. Eén van hen is Jan de Ruiter. Hieronder het in dit boek gepubliceerde hoofdstuk over Jan, opgetekend door Walter Jacobs.

Hij is op diverse plekken in de wereld geweest. Op reis, op de vlucht, voor werk, of om al die zaken tegelijkertijd. Altijd zoekende, vaak niet wetende wat. Als jongeling al met zen in aanraking gekomen toen dat vooral nog hoorde bij ‘de tegencultuur’. Proberen te begrijpen, in verre oorden ook, alleen met apen die hij minutieus observeerde. Zoeken, proberen te begrijpen, zoeken en onderweg verbinding vinden. De afgelopen jaren neergestreken in Almere, in een appartement, met uitzicht op water en bij helder weer op Amsterdam en naar het noorden wel tot Volendam. Hier is iedereen welkom, hier leert hij mensen over zen, is er ruimte voor reflectie en stille absorptie in zazen. Jan de Ruiter, zoveel mogelijk aanwezig en in contact. “Van een bedacht zelf naar een ervaren zelf.”

Ideale jeugd…
Jan de Ruiter is in 1954 geboren in Groningen als tweede kind met een oudere broer, een jongere broer en – als jongsten in het gezin – twee zussen. De natuur stond centraal. Vader en moeder waren hobby-veldbiologen, vader heeft er zijn beroep van kunnen maken als hoogleraar aan de universiteit. Hij werkte na de oorlog in de ‘hard core’ evolutionaire gedragsgroep van Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen in Oxford, waar o.a. ook Desmond Morris, beroemd door zijn bestseller The Naked Ape, deel van uitmaakte.
Moeder was actief in het maatschappelijk leven en sterk gericht op de emancipatie van meisjes en vrouwen. De jongens en meisjes in het gezin kregen gelijkheid der geslachten en gelijke kansen met de paplepel ingegoten. Jan omschrijft de sfeer in huis als “een zooitje ongeregeld”. De kinderen waren altijd bezig met allerlei creatieve zaken, zoals knutselen en muziek. Ze werden serieus genomen als mensen en kregen de vrijheid zich te ontwikkelen. Leren en ontwikkelen zaten in het gezins-dna. De grootvader van Jan (van moederskant) was hoofd van de Hogere Kweekschool in toenmalig Nederlands-Indië, het hoogste opleidingsniveau beschikbaar voor de oorspronkelijke bevolking van de hele archipel. Hij was zeer begaan met de ontwikkeling van kinderen. Zo nam hij een jongen onder zijn hoede die hij als aangenomen zoon meenam naar Den Haag. Mensen onder de hoede nemen is een karaktertrek die Jan heeft geërfd. “Dat vind ik belangrijk.”
Jan beschouwt zijn leven van 0 tot en met 16 jaar als “een ideale jeugd”. “Het was een beetje hippie-achtig. We gingen op vakantie met de ‘Lelijke Eend bestel’ naar Normandië om te kamperen en veldwerk te doen. We leerden compassie en verantwoordelijkheid oppakken voor de wereld om ons heen. Moeder benadrukte dat als je een huisdier had, je er ook goed voor moest zorgen. Vader was veel aan het werk, maar had iedere week voor elk van ons ’s avonds een speciaal uurtje. Voor de kinderen maakte hij een met bloemen versierde stoel op iedere verjaardag en stond voor dag en dauw op om die op te tuigen. Een moment van aandacht van hem voor jou, echt een familieritueel. Hij was wel heel rationeel. Daarbij was natuur altijd een grote inspiratiebron. Ik ben eigenlijk in zijn voetsporen getreden. Wanneer ik bij mijn grootouders logeerde, wilde ik alleen naar de dierentuin of de meeuwenkolonie in de buurt, nooit een keer naar het automuseum zoals zij wel eens voorstelden.”
Op zijn 9e kwam er al een flintertje zen in Jans leven. Vader was in 1963 naar een conferentie in Tokio geweest en dat wekte Jans interesse voor Japan. Via een gratis proefabonnement bij de boekenclub koos Jan een boekje over ikebana, Japanse bloemschikkunst. Een zen-zaadje was geplant.
De Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) nam in het gezin een bijzondere plaats in: de ouders leidden zomerkampen, wat voor de jonge kinderen een feest was. Een vooruitstrevende club was het, pioniers in persoonlijke ontwikkeling. “Een gemeenschap van individualisten, een beetje rauwdouwers ook. Ik zocht mijn eigen weg en heb daarom een tijdje meegedraaid bij de CJN, de christelijke variant van de NJN.” Bij de NJN heerste meer een ons-kent-ons sfeer. “Thuis waren we verweven met de NJN.” Bepaalde gewoontes en rituelen afkomstig uit de NJN maken nog altijd deel uit van Jans leven. Zoals bijvoorbeeld het ‘tureluur-fluitje’. “Als je in een grote menigte dat vogelliedje fluit, heb je elkaar gauw weer gevonden.”

…en het abrupte einde ervan
Aan die ideale jeugd kwam een abrupt einde met het plotselinge overlijden van de moeder van Jan. Hij was toen 16 jaar. Niet lang daarna ging vader een nieuwe relatie aan. Zij nam twee kinderen uit een eerder huwelijk mee naar het gezin De Ruiter. Net als moeder was ook zij een geëmancipeerde vrouw, gepromoveerd in Oud-Grieks. Ze had onder andere gewerkt als postdoc op Harvard University en ervoor gestreden dat voortaan ook vrouwelijke onderzoekers gebruik mochten maken van de bibliotheek. Heel anders dan bij moeder was haar wijze van het huishouden bestieren. “Het ging van heel vrij naar ‘strak’. Hele stambomen van Europese vorstenhuizen uittekenen op het behang (zoals mijn broer eens deed) was er niet meer bij.” De kinderen De Ruiter kwamen emotioneel te kort. Ze kwamen niet toe aan het verwerken van de dood van hun moeder. Vader was niet veel in beeld, stiefmoeder kon hier geen rol in spelen. Jan zag de bui hangen. Zijn vader stelde hem in staat om een ‘gap year’ in Canada te nemen. Eerst bij een collega van zijn vader, maar hij kon er zich moeilijk aanpassen en ging in een soort commune wonen. En hij ging ‘on the road’, in navolging van die bonte stoet rondtrekkende wildebrassen uit Jack Kerouacs beroemde roman. Jan was een hippie en liftte samen met een Griekse jongen in twee weken 10.000 kilometer door de Verenigde Staten. “Ik was even illegaal in Mexico en een weekend in hippie-San Francisco. Ik heb veel gekte gezien. Ik herinner me ook dat we ergens op een splitsing waren afgezet, terwijl het 25 graden onder nul was, ver buiten de bewoonde wereld.”
Tijdens dit ‘gap year’ kwam Jan in aanraking met transcendente meditatie. Het sloot aan bij zijn zucht naar inzicht en zelfkennis, orde in de chaos. Meditatie en dat soort zaken maakten toen vooral deel uit van de ‘counter culture’, iets waar Jan wel een verwantschap mee voelde. “Ik was altijd al een buitenbeentje, ook binnen het gezin. Te chaotisch. Waarschijnlijk zou het nu bestempeld worden als ADD. Soms ging het goed, was ik er met mijn kop bij en deed ik ook iets in het huishouden. Dan was het ‘zelfs Jan hielp mee!’. Ik hield me nooit aan conventies. Op mijn slaapkamer had ik een muur met roze behang. Iedereen vond dat raar, maar dat interesseerde me niet. Ik ontwierp ook mijn eigen lampen.”
Terug in Groningen ging hij met een oude vriend op een boot wonen. Niet veel later werd het leven van Jan, toen 18, weer op zijn kop gezet: zijn vader vertelde dat hij niet zijn biologische vader was. Een enorme schok natuurlijk. Jan kreeg van hem het werkadres van zijn biologische vader om contact te kunnen maken. Dat probeerde hij per brief, maar de reactie was afwijzend. Overigens had Jans‘sociale’ (niet-genetische) vader hem wel wettelijk als zoon aangenomen. Jan is door deze historie een beetje allergisch geworden voor te gemakkelijk opgeplakte labels en wars van het idee dat de genetische relatie de belangrijkste zou zijn.
Het avontuur op de boot duurde niet lang. Hij ging weer naar huis en betrok daar de zolder van een oud pakhuis dat bij het ouderlijke huis hoorde; ooit mocht daar de jeugd van het dorp van Jans moeder hun jeugdhonk inrichten.
In 1975 voltrok zich een drama in de familie: de twee jaar jongere broer Lukas pleegde zelfmoord. Jan en Lukas konden altijd heel goed met elkaar opschieten. Niet lang na deze klap ging Jan definitief het huis uit. Ontredderd.

Monkey mind
Het kon bijna niet anders dan dat Jan biologie ging studeren, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ondanks de zware jaren vol depressie en onverwerkte rouw vond hij dat hij wel iets interessants moest doen met zijn leven. Zijn interesse ging steeds meer uit naar apen en hun gedrag. Veldwerk, in verre afgelegen oorden, hielp Jan zijn eigen ‘monkey mind’ te hanteren. Hij koos er bewust voor om een jaar in zijn eentje te verblijven in de jungle in Venezuela. Niet alleen voor onderzoek maar ook met de bedoeling “mijn situatie te veranderen en om mij stabieler te ontwikkelen”. Jan stond iedere ochtend om 04.00 uur op, zodat hij om 06.00 uur bij de groep kapucijnapen – het object van zijn onderzoek – kon zijn. Hij bestudeerde gedragingen; elk half uur noteerde hij van elk groepslid wat het deed. “Ik was iedere dag de hele dag in mijn eentje aandachtig aan het kijken en tellen. Het effect daarvan was een diepe reflectie. Ik reflecteerde veel over mijn broer Lukas. Daar zo zitten in de jungle, bij de apen, werkte transformerend.” Later woonde hij drie jaar in een hutje in Indonesië voor zijn promotieonderzoek naar de genetische verwantschappen bij orang-oetans en makaken.
Jan heeft veel geleerd tijdens zijn onderzoek naar primaten. Over zichzelf ook, en over ‘de mens’. Hij was eens een tijd te gast als onderzoeker aan de universiteit in Tokio. “Daar ontdekte ik hoe je een relatie kunt aangaan met je object van onderzoek. Eigenlijk met alles en hoe belangrijk dat is. Zo dankten de onderzoekers daar ieder jaar de testdieren, ook fruitvliegjes. Jonge chimpansees maakten eerst een gang naar een gedenksteen voor hun voorouders, die net als zij proeven ondergingen. Zo werden zij geobserveerd als zij bijvoorbeeld computerspelletjes speelden of werden familierelaties geanalyseerd. Mijn westerse collega’s vonden dit gedenken maar raar, deden het af als bijgeloof en animisme. Ik vond het wel mooi. Het zette me aan het denken.”

Zen-zin Zen-onzin
Al op jonge leeftijd had Jan kennisgemaakt met zen in de vorm van een boekje over ikebana. In Canada bracht zijn studievriend en huisgenoot Russ Earhart het boek Zen Flesh Zen Bones onder zijn aandacht, een verzameling verhaaltjes, anekdotes en koans uit de zentraditie samengesteld door Paul Reps. Jan nam zich toen voor om zich eerst te verdiepen in de Westerse aanpak om het gedrag te begrijpen en vervolgens in Japan zen te bestuderen, om uiteindelijk de relatie tussen beide disciplines te onderzoeken. Terug in Groningen schafte hij meteen de Nederlandse vertaling aan, Zen-zin Zen-onzin. Het boekje was populair in de hippie-scene waarin hij verkeerde, maar de verhaaltjes werden door velen destijds ook vooral als grappig gezien. Jan merkte dat het meer was dan alleen de humor die hem raakte. Het inspireerde hem. Hij ging zich meer verdiepen in zen. “Uit wat ik tegenkwam bespeurde ik geen zendings- of missiedrang. Dat sprak mij aan. Ik zag ook duidelijk overeenkomst met het bedrijven van wetenschap; zen is ook proefondervindelijk. Het is een training via je eigen voelen. Je komt dan een waarheid tegen buiten de rationaliteit. Dat was wel nieuw voor mij. Ik was een enorme denker en ik zocht een verruimd bewustzijn, wat dat dan ook was. In zen dacht ik er iets van te vinden.” Hij schreef als 18-jarige stukjes in het lokale hippie-krantje ‘De Halve Waarheid’ en onder de naam JanZen. Voor het daadwerkelijk leren beoefenen van zazen vond hij geen mogelijkheden toen. Wel kon hij zich in Groningen bekwamen in kyudo, Japans boogschieten. “Bij gebrek aan een zazen-groep ben ik dat maar gaan doen, van eind jaren ’70 tot eind jaren ’80.” Daarna vond hij eindelijk een zenleraar, Rients Ritskes in Utrecht.
Het boekje Zen-zin Zen-onzin dat Jan destijds had aangeschaft, koestert hij nog steeds. Hij verzamelt exemplaren en heeft er nu een stapeltje van liggen op een kastje in zijn woonkamer. Die gebruikt hij geregeld voor zijn zenlessen, zodat iedereen mee kan lezen.
Een ander boek dat Jan in zijn jonge jaren las en zeker niet ongenoemd wil laten, is Narziss und Goldmund van Hermann Hesse. “Hij is vooral bekend en geroemd vanwege zijn roman Siddhartha, maar dit is een veel doorleefder verhaal. Diepe wijsheid op basis van persoonlijke ervaring.”

Rients’ misosoep
Voor zijn promotieonderzoek was Jan terechtgekomen bij de Universiteit Utrecht en neergestreken in Maarssen. In 1989 daalde hij voor het eerst af naar de werfkelder van Rients en zat stil rechtop met alle aandacht gericht op zijn ademhaling. Hij herinnert zich dat Rients eens in een les zei: “Soms weten we allemaal plotseling wat moet.” En hij gaf als voorbeeld het in de sloot zien vallen van een kind. Dan valt denken en voelen samen en handelen we direct.” Dat vond Jan als gedragsbioloog natuurlijk interessant. “De urgentie laat zien dat we dat kunnen. Met zenbeoefening cultiveer je alertheid, zodat we directer kunnen ervaren en doen.”
Hij leerde over onverwerkte en verwerkte ervaringen, ‘bubbels & puntjes’, zoals Rients ze noemde. Het denkmodel, zoals dat tegenwoordig centraal staat in de introductiecursussen van Zen.nl, had toen nog de vorm van een patatzak. Het staat in Jansgeheugen gegrift. Het interesseerde hem, het inspireerde, het raakte. Dit was precies wat hij nodig had.
Het waren ook aangename bijeenkomsten in de werfkelder. Bij korte sesshins daar in Utrecht serveerde Rients soms heerlijke Japanse misosoep en gaf later ook het recept mee, inclusief tips over waar je precies alle ingrediënten kon kopen. Jan bewaart het recept nog altijd zorgvuldig in een map.
Intensieve zazen-trainingen maakten onderdeel uit van het programma dat Rients zijn cursisten aanbood. Jan herinnert zich een soort weekendsesshin, waarin je de klok rond mediteerde. “Dat had toen een groot transformerend effect op mij. Ik kreeg eens vlak na zo’n soort weekendsesshin een Jehova’s getuige te spreken in de koffiekamer van de universiteit. Normaal gesproken zou het me niet lukken een dialoog aan te gaan, maar deze keer wel. Het leidde niet tot een gezamenlijke visie, maar het was wel leuk.”
Het voelde voor Jan alsof nu werkelijk een transformatie was ingezet. Hij wilde verder op dit pad met Rients als zijn zenleraar. Jan vertrok weliswaar uit Nederland, maar ze onderhielden hun leraar-leerling-relatie.

Effectief
“Rients is geen God, maar wel vrij effectief.” De moeite en het commitment dat Jan zelf heeft opgebracht, zal zeker ook heb¬ben bijgedragen aan de effectiviteit van zijn zenpad. Daar hij werkte en woonde in Durham (Engeland) – en ook omdat Jan in Engeland geen passende zenleraar kon vinden – maakte hij om de twee maanden een flinke reis voor een onderhoud met Rients. “Ik kwam dan helemaal gestoomd aan.” Maar denk niet dat Jan dan gespaard werd! Feedback was uitgesproken, kritiek gepeperd, voorgehouden spiegels vrij hard. “Ik had in het begin de neiging om een gesprek over te nemen, een academisch trekje. ‘Richt je tot mij!’ maande Rients dan. Of als ik grapjes maakte, zei hij ‘Hou daar eens mee op!’. Niet leuk, maar toch voorbeelden van ‘right speech’; het maakte me bewust van mijn neigingen en vluchtgedrag in mijn manier van doen. Ik heb bij Rients nooit een autoriteitsprobleem ervaren. En dat is eigenlijk gek, want daar liep ik juist vaak tegenaan, in werk bijvoorbeeld. Of bij mijn vader.”
Jan beschouwt de meest boude uitspraken van Rients als het meest verlichtend. Als voorbeeld noemt hij ‘Iedere geuite emotie is een gemiste kans op zuivere reflectie’. “Die roept altijd weerstand op. Maar Rients’ didactiek is niet alleen maar confronterend maar ook vaak positief bevestigend, iets wat ik ook al van mijn moeder had geleerd. Die methode van directheid, reflectie en het feit dat hij over veel dingen heel goed heeft nagedacht, is wat Rients inspirerend maakt. Tegelijkertijd legt hij het allemaal bij jou; ‘Bekijk het maar.’ Tenminste, als je daar aan toe bent.” Zenbeoefening en de gesprekken met Rients hebben Jan uit de “egocentrische gevangenis” geholpen. “Door de trauma’s uit mijn jeugd zat ik gevangen in mijn geest. Ik zat in een vogel-kooi.” Hij kwam los. Zo achterhaalde Jan alsnog waar zijn genetische vader woonde en zocht hem in 2000 op. In Frankrijk. De ontmoetingen met hem leverden vooral heel veel herkenning op. Wat Jan altijd – ook in het gezin – tot een buitenbeentje maakte, zag hij nu terug. “Je wordingsgeschiedenis kennen is van groot belang.” Hij ‘brak’ toen zijn genetische vader zei dat hij niet had gedacht dat zijn afwijzing destijds zo’n impact zou hebben. De ontmoetingen brachten waardering en erkenning. Jans biologische vader – zelf werkzaam geweest op hetzelfde terrein – was zeer onder de indruk van de wetenschappelijke prestaties van zijn zoon. Ze bezochten in die tijd (samen met diens dochter, de halfzus van Jan, en haar twee zoontjes) een beroemde apendierentuin waar ze elkaar vonden in hun overeenkomstige interesses. Met een van zijn twee neefjes heeft Jan een bijzondere band. Dezelfde herkenning qua denken en gedrag, wat hij ook ervoer bij zijn biologische vader. “Ik heb mijn neefje (neef inmiddels) ‘geadopteerd’, dat wil zeggen dat ik hem veel aandacht geef. Ik ga een paar keer per jaar naar Frankrijk en zoek hem op. Er is een intense wederzijdse waar¬dering.” Jans ‘buitenbeentje-bubbel’ is transparant geworden. Jan ervaart zen vooral als een psychologische training, waarmee je steeds meer een helikopterview ontwikkelt. “Zen is de psychologie van het geheel.” De bubbel van de zelfmoord van zijn broer Lukas is transparant geworden. “Ik kan ermee leven en het geeft extra perspectief, omdat je verdriet en trauma’s bij anderen beter kunt aanvoelen.”
In Engeland is Jan begonnen met het geven van zenlessen, thuis, in een tot zendo omgebouwde eetkamer. Hoewel hij wel wat parallellen zag tussen de ontregelende Engelse humor en zen-koans, kwam hij er vooral achter dat spiritualiteit in Engeland nog niet zo’n momentum had als op sommige andere plekken in de wereld. “Reflectie, zelfanalyse, zoals wij gewend zijn in onze zenbeoefening, viel daar nog niet zo in vruchtbare aarde.” Bovendien was het nieuwe van wetenschappelijk onderzoek er wel een beetje af en kreeg hij het idee om zijn jeugdplan uit te voeren om zich echt op het zenpad te werpen. ’In die tijd zette Jan een samenwerking tot stand tussen Zen.nl en de bekende hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis. Een samenwerking die uitmondde in een paper waarin werd aangetoond dat meditatie de toegang tot de onbewuste geest ontsluit. De paper werd gepubliceerd in het tijdschrift Consciousness and Cognition. Jan keerde terug naar Nederland en ging zich geheel wijden aan zen. Hij startte Zen.nl- locaties in Groningen en Leeuwarden, maar net voor de opening in 2012 werd hij getroffen door een hartaanval. “Ik heb er heel lang van zitten balen. Ik ben hersteld; mazzel gehad. Wel moet ik rekening houden met het feit dat ik verminderde bloedcirculatie heb.” Tijdens de behandeling van zijn hartaanval had Jan een bijna-dood-ervaring (BDE). Bekend is dat sommige mensen met een BDE problemen hebben om weer aan het gewone leven te wennen, omdat ze dit niet kunnen verbinden met de diepe en intense ervaring die ze hebben gehad. Door zenbeoefening kende Jan soortgelijke (eenheids-)ervaringen en lukte het hem snel het normale leven weer op te pakken. De zendo in Leeuwarden is overigens met hulp van collega Arthur Nieuwendijk wel gewoon open gegaan en later voortgezet door Eelco Smits.

Verantwoordelijkheid en bewustzijn
“Ik was een enorme denker.” Jan is nog steeds een denker maar nu ook een voeler. Hij zoekt naar woorden, formuleringen om mensen op zijn minst een hint te geven van wat zen is en wat het doet. Zodat het ertoe uitnodigt om ook zen te gaan beoefenen en zenleraar te worden. Dat kan bij Zen.nl, daar worden niet méér belemmeringen opgeworpen dan de belemmeringen die mensen zelf al bij zich dragen. “Eerst moet je zelf een aantal bubbels oplossen, onder begeleiding van je zenleraar, en op een gegeven moment ontstaat er meer ruimte en kun je beginnen anderen te inspireren. Zen betekent je blijven afvragen: ‘Wat is nu van belang?’ en ‘Wat wil ik?’ zonder dat bubbels daarin – onbewust – nog een rol spelen. Een zenleraar brengt je tot je zinnen, leert je beter waarnemen en meer te doen met je waarnemingen.”
Zenmeesterschap betekent voor Jan een volgende stap in spirituele zelfstandigheid. “Met het zenmeesterschap geeft Rients voor mijn gevoel blijk van vertrouwen in de zin van ‘Het blijft bij jou wel doorgaan’. Je vliegt uit.” Overigens blijft Jan trouw aan Zen.nl en de benadering van zen die zich daar ontwikkelt. “Rients heeft lang in zijn eentje de verantwoordelijkheid genomen, nu gaat ie ‘m meer delen, hij vertrouwt dat het de goede kant op gaat met Zen.nl. We zoeken naar het steeds passend maken van de traditie, het gaat om aanpassen aan deze tijd en deze plaats, het gaat niet om dogma’s. Rients vernieuwt bijvoorbeeld de koanstudie, onder andere door vaak een cijfer te geven voor een antwoord. Niets is heilig, ook de eerste zenpatriarch Bodhidharma niet. Rients betwijfelde eens of die wel zo tactisch was geweest toen hij de vraag van keizer Wu ‘Wie bent u?’ beantwoordde met ‘Ik weet het niet’. Rients zou het anders doen en samen met de keizer de vraag ‘Wie ben ik?’ gaan onderzoeken.”
Het gaat om aanvoelen, om contact, om relatie. “Waarin ik de grootste stappen heb gemaakt is in het in overeenstemming brengen van het ‘rationele’ en het ‘relationele’. Het scheelt maar twee letters, maar het is een wereld van verschil. De dingen alleen rationeel benaderen creëert onderscheid, objectivisme, hokjesgeest; jij zelf doet niet meer mee. Een relationele benade¬ring is inclusief jijzelf, jij bent er ook. Dit doet recht aan de realiteit, omdat de dingen nu eenmaal verbonden zijn, ofwel relaties zijn.” Zijn ervaring aan de universiteit van Tokio, waar de testdieren werden bedankt, gaven Jan al wat zicht op het belang van relaties aangaan met alles, en hoe je dat kunt doen. “Het gaat overigens om ‘tweesporenbeleid’: naast je relationele capaciteiten moet je ook de ratio blijven ontwikkelen, leren steeds preciezer te denken.”
In dit verband denkt Jan ook aan karma, hoe je dat oplost door je bubbels onder ogen te zien en verantwoordelijkheid te nemen. “Zen maakt transparant, zodat je geen karma meer doorgeeft. In het moment leven, empathie ontwikkelen, zenleraar worden, daarmee neutraliseer je karma. Je brengt je bubbels, je oerbubbels tot stilstand. Ik heb het ervaren in mijn verwerking van de trauma’s van de dood van mijn moeder en mijn broer. Schuld en boete zijn omgezet in verantwoordelijkheid en bewustzijn.” Daar zet Jan op in. Tijdens zijn verblijf in Japan kreeg hij toegang tot het zenklooster Tenryu-ji. Hij mocht meedoen aan een intensieve zentraining, toen hij, tot verbazing van de zenmeester, tijdens het reciteren van de hartsutra een briefje tevoorschijn haalde en gewoon meedeed. Het verblijf in het klooster werd een bijzondere ervaring die ook duidelijk maakte dat Japanse zen niet altijd goede zen is. Hij was er getuige van hoe de kyosaku (een houten ‘zwaard’ om de schouderspieren te verlichten tijdens zazen) door de zendoleider kapot werd geslagen op de schouders en ruggengraat van een van de Japanse zenmonniken, als afstraffing. Jan ziet nóg de angst in de ogen van de jonge monnik. Dit leek hem niet in orde. Hij besprak het geval via e-mail met Rients en wilde verantwoordelijkheid nemen. Hij wilde weten wat dit betekende; wat had de dienstdoende zendoleider voor ogen toen hij de jonge monnik murw sloeg? In samenspraak met Rients schreef Jan een brief naar de opvolger van Hirata Roshi van Tenryu-ji, uitmondend in de vraag ‘Why?’. Er is nooit een reactie op gekomen.
Verantwoordelijkheid nemen met als doel karma te neutraliseren is Jan later vorm gaan geven door wantoestanden in de wereld aan de kaak te stellen via Facebook. Hij heeft daar een pagina opgericht, Engaged Rinzai Zen, met meer dan 2.000 leden uit diverse landen. Zo probeert Jan bij te dragen aan het transparant maken van collectieve bubbels die leiden tot onrechtvaardige automatismen in de wereld, zodat deze worden doorbroken.

Nen
De mate van aandacht die ergens in zit, in zen-termen ‘nen’, bepaalt voor Jan kwaliteit en verbondenheid. Bijvoorbeeld in relaties, waar het vaak wel een oefening was. Jan heeft liefdesrelaties gehad met vrouwen en mannen. De langstdurende was met een vijftien jaar oudere vrouw. Zo’n dertig jaar zijn ze samen geweest. Nog altijd houden ze contact, de liefde is een warme vriendschap geworden.
‘Nen’ heeft ook geholpen om de verstoorde verhoudingen in de familie weer enigszins te herstellen. Bij de uitvaart van zijn stiefmoeder heeft Jan oprecht waarderende woorden kunnen uitspreken, doordat hij zich steeds meer had verdiept in haar levensloop.
Jan heeft een bijzonder oog ontwikkeld voor ‘kindjes die uit de sloot gered moeten worden’. Gedurende zijn leven heeft hij geregeld mensen, die waren vastgelopen, een tijdje onder zijn hoede genomen. Een vorm van aandacht, de ‘nen’ van Jan.
Zelf ervaart Jan vooral ‘nen’ in kunst. Hij bezoekt vaak het Van Gogh Museum in Amsterdam en loopt daar dan niet zelden rond met betraande ogen. Ook de zelfportretten van Rembrandt ontroeren hem diep. En opnames van Nina Simone of Maria Callas. “Je voelt de ‘nen’. ‘Nen’ maakt dingen wonderbaarlijk overdraagbaar. Alsof je toegang krijgt tot de onderbewuste geest, daar beter contact mee maakt. Net als uit het onderzoek met Ap Dijksterhuis was gebleken.” Hij draagt graag zijn lievelingsgedicht voor, een gedicht met een hoge ‘nen’. Het gaat over empathie, die een mens kan hebben, zelfs voor een dood object. Aldus Jan.

Kei
Wat lijkt op koppigheid.
weigering, of onderbreking,
vindt hijzelf een basale privacy.
Hij broedt op zijn ene gedachte,
als een kwartel op haar legsel eieren.
Mossen en algen
luisteren aan de gesloten deur.
Sterren draaien de gehele winter, dan de volgende.
Keien vullen hun eigen schaduw zonder aarzeling,
twijfelen niet aan stilte,
hoe lang ook.
Noch ervaren ze ongemak bij kou, bij regen, bij hitte.
Het werk van een kei is om te overpeinzen wat is:
een handeling die op zich lijkt op gebed
maar geen gebed is.
Wat dit rotsblok betreft
zijn meditaties zijn traag maar volledig.
Op een dag, als zijn denken op z’n eind is,
zal hij worden weggedragen door een mier.
Een Mystrium camille,
wellicht, in beslag genomen door het nastreven
van een even enkelvoudige gedachte van haarzelf.

Gedicht Rock van Jane Hirschfield
uit Given Sugar, Given Salt