zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, RientsRitskes, zenmeesters, Yvonne Visser, geloof, familie, psychiatrie


Yvonne Visser
Wat kan ik in de wereld brengen?



Walter Jacobs / Zen.nl Breda, Zen.nl Eindhoven en Zen.nl Den Bosch

Ter gelegenheid van de benoeming van tien zenmeesters op 26 september jl. verscheen een boek met de spirituele portretten van de nieuwe zenmeesters binnen Zen.nl. Eén van hen is Yvonne Visser. Hieronder het in dit boek gepubliceerde hoofdstuk over Yvonne, opgetekend door Walter Jacobs.

In haar accent is de Amsterdamse Pijp nog hoorbaar. Daar is Yvonne Visser in 1965 geboren en ze bracht er haar kinder- en tienerjaren door. Dan lijkt een zendo in Amersfoort en één in Leusden ver van huis. Maar niets is minder waar. Met hart en ziel, samen met haar man Evert Jan Kema, onderhoudt en ontwikkelt ze de Zen.nl-vestigingen en faciliteert zo cursisten, coachees, zenleraren en zenleraren in opleiding in het realiseren van duurzaam geluk. En dat doet haar zelf ook goed.

Geloof
Het moet ergens in 2002, 2003 geweest zijn dat Yvonne in aanraking kwam met zen. Een foldertje attendeerde haar op de start van een zencursus, in een kerkje in Zeist, onder leiding van Daido (toen nog ‘Harmen’) Maas. Het was een algehele interesse in religie die haar dreef. “Ik had het Oude Testament gelezen, de Koran en de Tao van Poeh (De Tao Te Ching kwam ik toen niet doorheen), dus ik dacht ‘oh, dan pak ik Boeddhisme ook even mee’. Daarbij een beetje leren mediteren om rustiger te worden is mooi meegenomen. Maar pffff, dat kostte tijd dat mediteren!”

Yvonne’s belangstelling voor religie heeft zich ontwikkeld in weerwil van haar opvoeding. “Ik ben opgegroeid in een anti-theïstisch nest. De kerk was in de ogen van mijn ouders een machtsinstituut en als je geloofde was je dom.” In haar werk als psychiater kwam ze patiënten tegen die steun hadden aan hun geloof. Bij haar man Evert Jan Kema, die was opgegroeid in een gereformeerd gezin, merkte ze een diepere laag op, ondanks het feit dat hij niet meer met het geloof bezig was. Ook bij haar schoonouders, die nog wel geloofden, was die laag merkbaar. “Ik begreep er geen snars van. Vandaar dat ik de bijbel ook ben gaan lezen.”

In de zencursus vond ze vooral de theorie, de inhoud, het gedachtegoed interessant. “Mediteren deed ik ook wel. Een beetje. Dat was altijd hard werken.” Wat indruk maakte was de bezieling van Daido. “En de raadselachtigheden die ik bij de zenbeoefening tegenkwam. Zo had ik soms verdriet en had geen idee waarom. Dat deelde ik eens met Daido in persoonlijk onderhoud en dan zei hij alleen: ‘Oh, heel goed.’ Gek genoeg vertrouwde ik het allemaal wel.”

Yvonne bleef wekelijks de groep bezoeken, samen met Evert Jan. Het mediteren kreeg iets meer een plek in haar dagelijks leven en er ontstond zelfs de wens om eens een sesshin mee te maken. Dat was in 2006. “Ik ben iedere dag vier keer doodgegaan. Ik was zo onrustig, ik kon tijdens kinhin (loopmeditatie tussen de periodes zitmeditatie) niet in sasshu lopen (de ‘formele’ houding met rechte rug en handen op de onderkant van het borstbeen).” Tijdens deze sesshin maakte Yvonne kennis met Rients. Die had al snel in de gaten dat ze vooral gericht was op kennis vergaren. “Jij houdt wel van deze hersengymnastiek”, merkte hij op in persoonlijk onderhoud.

Al met al leverde die eerste sesshin vooral een aantal topervaringen op. “Achteraf gezien zou ik ze toch wel bestempelen als kensho’s.” Wat Yvonne heel helder is bijgebleven is de ervaring op donderdagavond na de yaza, de twee laatste periodes meditatie buiten. “Het waaide heel hard, stormachtig, en ik ben over het terrein gaan lopen. Zo tussen de bomen leek me dat best gevaarlijk met eventueel rondvliegende takken. Maar ik voelde me vooral één met de wind. Er was geen angst, wel vertrouwen en tegelijkertijd realiteitszin, zo van ‘het kan gebeuren, je kunt getroffen worden door een tak’. En tegelijkertijd de verbazing dat dat ok is, dat het zo is.” Yvonne ervoer ook de natuurlijkheid van het lijf, de souplesse. En er was een keer de ervaring van tijdloosheid, dat de klankschaal klonk na een zazen-periode waarin er geen tijd geweest leek te zijn.

Bij thuiskomst leek alles veel helderder, energieker, opgeruimder. “Ik voelde heel nadrukkelijk de vloerbedekking.” ‘Hé, hier gebeurt meer. Je kunt iets ervaren’, dacht Yvonne. Voor het eerst herkende ze een bewustzijn dat ze bij mensen had gezien die putten uit hun geloof, geloof als ervaring.

Ongelukje
Yvonne was ‘een ongelukje’, zoals dat heette. Haar geboorte zat niet in de gezinsplanning. Haar ouders waren al wat ouder, er waren al twee zonen van 15 en 16 jaar uit een eerder huwelijk van moeder. Gedacht werd dat vader onvruchtbaar was. De Pijp, toen een Amsterdamse volkswijk, was de biotoop van dit arbeidersgezin. Vader werkte in de haven als graancontroleur. Hij was dwangarbeider geweest in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar werd niet over gesproken, het was een traumatische ervaring geweest. Hij had geregeld nachtmerries, leek afgehaakt, liet het leven langs zich heen gaan. Hij was vaak boos, onvoorspelbaar ook. “Er was geen fysiek geweld of zo, maar mijn vader kon vernietigend zijn met woorden.” Moeder had werk in een bakkerij en als winkelbediende. Thuis moest de goede lieve vrede bewaard worden wat haar betreft. “Dat het in ieder geval leek alsof alles koek en ei was.” Ze had geen ambities, geen dromen. “Het was allemaal wat oppervlakkig.”

Yvonne kon goed leren en ging naar het atheneum op het Spinoza Lyceum. Ze kwam in een andere wereld terecht. Eigenlijk ging ze in twee werelden leven. “Ik sprak plat Amsterdams op de eerste schooldag, binnen een week had ik mijn taalgebruik aangepast en was het meer ABN. Ik kwam erachter dat ik in een wat schraal milieu was opgegroeid. Ik was eens bij een vriendinnetje, haar moeder was actief bij de Rode Vrouwen. We hadden het ergens over, ik weet niet meer wat, en zij vroeg aan mij ‘Wat vind jij ervan?’. En ik had geen idee, mij was nog nooit om een mening gevraagd.”

Yvonne begon zich af te zetten tegen haar ouders. Ze had vaak vriendjes en dan bij voorkeur de donkerste die ze kon krijgen. Vooral om haar vader te stangen. Mogelijkheden genoeg, in Amsterdam waren alle nationaliteiten te vinden. Ze ging zich punk-achtig ‘stylen’. Oude bontjas aan, haar haar modelleren met bier, kistjes aan de voeten. Blowen werd een goede gewoonte. “Dan zat ik na de pauze stoned bij wiskunde.” Yvonne bewoog zich in het alternatieve uitgaanscircuit. “Ik had een uitgebreide vriendenkring. We vermaakten ons in Paradiso, De Melkweg, het Vondelpark.”

Toen Yvonne 17 jaar was, kreeg haar vader een hersenbloeding. Als gevolg daarvan raakte hij snel overprikkeld, impulsief, wisselde dwangmatig huilen af met dwangmatig lachen, zijn evenwichtsorgaan was verstoord, waardoor hij op straat vaak werd aangezien voor een dronkenlap. Hij kon niet meer in de drukke stad wonen. Ze gingen verhuizen, naar Hoorn. Per 1 mei, zo werd medegedeeld, terwijl Yvonne diezelfde maand eindexamen had. “Het was uit wanhoop en ook egocentrisme dat mijn moeder dit zo had geregeld. Ze had totaal geen oog gehad voor mij. Mijn oudste broer nam het voor mij op tegen moeder; dat dit echt niet kon.” Yvonne kon blijven wonen in De Pijp. “Mijn ouders zijn eigenlijk bij mij het huis uit gegaan.” Ze woonde nog een half jaar in het ouderlijk huis, waar het een gezellige boel werd. “Het was een zoete inval.” Daarna verhuisde ze naar een tweekamerwoning in Amsterdam-Oost. Ze werd ingeloot voor geneeskunde aan de Vrije Universiteit en ging studeren. Tijdens haar studententijd bleef ze vooral optrekken met haar middelbare schoolvrienden. Ze heeft nooit echt deelgenomen aan het studentenleven.

“Het was een schraal milieu waarin ik ben opgegroeid. Ik kreeg steeds meer vermoedens van ‘Er moet toch meer zijn?’, ‘Het kan toch niet zo plat zijn als dit?’. Zo begon mijn zoektocht. Ik wilde me ontwikkelen, studeren. Bewijzen ‘Ik ben géén ongelukje!’. En dat wilde ik laten zien ook. Op een gegeven moment had ik een huis gekocht; mijn vader wilde niet komen kijken. Jaloezie? Voor hem bleef een dubbeltje een dubbeltje. Moeder pronkte wel naar de buitenwereld met haar studerende dochter, maar ik moest vooral geen kapsones hebben. Vader kon zijn ongelijk niet erkennen. Complimenten of dankbaarheid kon hij niet geven en ook niet ontvangen. Ik zat eens krap bij kas en toen gaf hij mij 1.600 gulden, haalde hij zo ergens uit een kast of zo. Ik bedankte hem, maar hij wimpelde dat af: ‘En nou wegwezen!’. Er was veel wantrouwen. Met name in de eerste sesshin ervoer ik voor het eerst echt dat er meer kan zijn. En in de loop der jaren, terwijl ik zen beoefende, doorzag ik beetje bij beetje de bubbel ‘Ik had er niet moeten zijn’.”

Geldingsdrang
Het vergde wel enige tijd om die grote bubbel helder te krijgen. En de nodige tikken, voordat er wakkerheid ontstond. Na de eerste sesshin vroeg Yvonne aan Rients haar te coachen. Overigens toen nog niet met de bedoeling om zenleraar te worden. “Rients is behoorlijk tegen mijn geldingsdrang aangelopen. Ik wilde hem imponeren. Hij moest mij vertellen hoe geweldig ik was. Dat deed hij natuurlijk niet, maar er was ook geen afkeuring. En dat schiep verwarring. Ik zocht voortdurend naar mijn recht van bestaan. Later in discussies tijdens vergaderingen van Zen.nl werd ik vaak snel persoonlijk of heel stellig. Ik nam te veel ruimte in, mijn toon zorgde voor een geladen sfeer.”

Yvonne werd zich steeds bewuster van “kleine gedragingen”. Ze deed nooit één ding tegelijk. Én koken én de was vouwen én opruimen. Heel onrustig. Dit was ook uit nood geboren; Yvonne stond er lang alleen voor met haar twee kinderen in combinatie met werken en de opleiding tot psychiater. De drukte was ook een manier om zichzelf bezig te houden. Niks doen kon ze niet.

“Rients weet altijd snel en gemakkelijk tot de kern van je bubbel te komen en laat je zwemmen. Jij zit dan in je bubbel en dan legt ie uit hoe het zit, op een zakelijke toon, onderkoeld. Hij had altijd gelijk en dat irriteerde me. In mezelf vloekte ik behoorlijk en schold hem vaak uit. Ik heb in mijn contacten met Rients alle stations van emotie doorlopen. Hij zelf gaat niet in de emotionele interactie. Het bleven mijn emoties. Ik kreeg geen grip op hem. Dat is meesterlijk, want het werpt je altijd terug op jezelf en wat jij uit te zoeken en te leren hebt.”

Het was altijd wel veilig. Rients weet een goed ontwikkelklimaat te scheppen. Yvonne voelde zich vaak wel onveilig om zichzelf te laten zien, ook ten opzichte van Rients. Vanuit het basisgevoel ‘Ik heb niet de juiste achtergrond, dus ik houd me gedeisd’. “Er was noch beloning noch afkeuring voor mijn gedrag. Als ik ergens op werd aangesproken, had dat nooit consequenties voor mij als persoon. ‘Ok, dat is er en hij vindt er niks van.’ Er was een voorspelbare veilige draad. Ik kwam meer en meer uit mijn dualistische patroon.”

Zenleraar
Ondertussen was Yvonne toch opgeleid tot zenleraar en in 2009 begon ze met Evert Jan een vestiging van Zen.nl in Amersfoort. Ze hadden alle twee een goede baan, dus er was geen financiële druk. Het was vanuit het gevoel van ‘Dit wil ik wel delen’ dat Yvonne het zenleraarschap oppakte. Indirect nam ze zen ook mee in haar werk als psychiater.

In 2011 deed ze jukai en werd ze boeddhist. Dat was deels vanuit een religieuze behoefte, een gevoel dat ze zo tekort was gekomen in haar jeugd. Het betekende ook een omslag van ‘Wat kan ík hieruit halen?’ naar ‘Wat kan ik hiervan in de wereld brengen?’. “Ik zag het als een commitment en blijvende aansporing om te gaan doen in plaats van alleen maar te denken. Want ik vind het eerlijk gezegd heerlijk om in de boeken te blijven hangen.”

Jukai was ook een ‘ego-ding’. En dat zat ‘m juist in het idee van egoloosheid, dat Yvonne koppelde aan boeddhist zijn. “Als ik er zo op terugkijk, was het toen anders dan hoe ik er nu in zit. Ik ben mijn ego meer gaan doorzien.”

Ze vergelijkt jukai met de Eed van Hippocrates die ze als arts heeft afgelegd. “Het maakt bewuster, je gaat bewuster keuzes maken. Het is niet dat je plotseling heilig bent of zo. Het is vormend en vormt nog steeds. Ik ben alerter op de ‘kuilen’. Jukai is een belofte naar beste kunnen te handelen. De leefregels zijn geen dogma’s, het zijn beginpunten. Het is leren omgaan met spirituele ervaringen die in feite inkijkjes zijn in hoe het ook kan. Jukai is de belofte je in te spannen daar steeds dichter bij in de buurt te leren komen.”

Rond 2013 belandde Yvonne in een crisis. Ze was in de lessen bezig met Shunryu Suzuki’s Zen Mind, Beginner’s Mind en om een of andere reden bracht dat haar in een sfeer van nihilisme. ‘Alles is zinloos. Ik ga geen grootse dingen doen. Ik ben maar heel gewoontjes, afkomstig uit een simpel arbeidersgezin.’ Dit soort gedachten. Teleurstelling maakte zich van haar meester. “Het was onverteerbaar. Ik ging beseffen dat ik hoopte met zen te bewijzen dat ik geen ongelukje was en daarbij de dualistische idee had dat ik dan iets groots moest doen.”

In die tijd werkte Yvonne met de mantra ‘Ik ben’. “Als ik dan toch ben, waar heb ik zin in? Ik had geen idee. Ik zat klem, tegen een plafond.”

Na verloop van tijd merkte Yvonne dat haar geldingsdrang zich oploste. ‘Gewoontjes’ werd tevredenheid. “Het is prima. Gewoon, doen. Als ik het maar belangrijk vind. Ik hoef geen erkenning, waardering. Mijn vertrouwen werd sterker. Vertrouwen in dat het er gewoon kan zijn. Dat is niet hetzelfde als zelfvertrouwen. Vertrouwen betekent trouw aan jezelf, dan doe je wat je belangrijk vindt, dan hoeft het allemaal niet zo bijzonder. De race werd rustiger, de race weg uit mijn milieu.”

Yvonne combineerde jarenlang haar zenleraarschap met haar baan als psychiater in een GGZ-instelling. Het werd steeds moeilijker om dat werk met hart en ziel te doen als gevolg van steeds verdergaande efficiency en kostenbesparing. Ze heeft het lang volgehouden en bleef de ruimte zoeken om echt contact te kunnen maken met patiënten.

“Om alles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, wordt je agenda beheerd door de secretaresse. Hiermee denkt men je te ontlasten, maar het leidt ertoe dat je geen tijd kunt nemen voor een patiënt als dat nodig is, immers de agenda staat vol. Niet je professionele inzicht is dan leidend in de zorg die je levert, maar de agenda en de efficiëntie. Dat werd steeds onbevredigender. Ik kon zo niet verder.”

Familie
In 2000 gingen Yvonne en Evert Jan samen met dochter Amy en zoon Kwaku in Zeist wonen. Ze vormden nou niet direct een ‘happy family’. Yvonne had er 6 jaar alleen voorgestaan met haar kinderen, nadat het huwelijk met de vader op de klippen was gelopen. Ze woonden in Hoogwoud (Noord-Holland). De verhuizing naar Zeist en de komst van Evert Jan in het gezin was vooral voor tiener Amy tegen het zere been. De aanvaringen werden zo heftig dat Yvonne zelfs bang was het contact helemaal te verliezen. In de gesprekken met Rients ging het hier vaak over en dan gaf hij soms pittige adviezen. “Zo zei hij: ‘Laat haar helemaal los, neem afscheid van haar.’ Dat kon ik niet, maar het zette wel aan tot nadenken. Ik leerde om mijn grip in ieder geval niet nog verder te verstevigen.”
Het heeft tijd nodig gehad. De relaties zijn goed nu. “Mijn kinderen zijn fijne mensen met het hart op de juiste plaats.” Met zen hebben Yvonne’s kinderen niet zoveel. Hoewel Amy wel een cursus heeft gedaan bij Floor Rikken in Utrecht, houdt zij het toch vooral liever bij yoga. Kwaku kwam als kind ooit met een vriendje thuis, toen Yvonne en Evert Jan stil op hun kussentjes zaten, - ter verduidelijking zei hij op fluistertoon: “Ze zitten te mediteren. Dat is niet eng hoor.”

Het contact tussen Yvonne en haar (inmiddels overleden) ouders is altijd oppervlakkig gebleven. En met haar jongste halfbroer heeft ze eigenlijk nooit contact gehad. Haar oudste halfbroer beschouwt ze als reserve-vader. De band met hem is goed, hij is er vaak voor haar geweest.

Yvonne heeft geleerd haar familieverleden te waarderen. “Lang heb ik het schrale milieu van mijn jeugd gezien als een frustratie, nu zie ik dat het ook mijn inspiratie is. Mijn behoefte iets te bereiken, zowel in mijn werk in de psychiatrie als in zen komt voort uit de frustratie van ‘een ongelukje zijn’ en het schrale milieu waarin ik ben opgegroeid. Nu is precies dát de inspiratie voor meer eenvoud en tevredenheid over mezelf en mijn dagelijks leven, omdat ik nu kan zien dat alles in zijn gewoonheid heel bijzonder is. Zoals Rients vaak zegt: je bent nooit te oud om een goede jeugd te hebben gehad.”

“Evert Jan is de rots in de branding.” Hij was ook vaak de Kop van Jut, maar dat heeft hij gedragen. In 2015 kreeg hij een herseninfarct. Een zware tijd volgde, waarbij 100% herstel niet mogelijk bleek. Dat leidde tot veel frustratie, verzet en terugval en zette de relatie soms ook onder druk.

“Naast mijn baan in de psychiatrie en het geven van de zenlessen, kwam ook een deel van de werkzaamheden die Evert Jan voorheen deed op mijn bordje. Daarnaast was ik eigenlijk mantelzorger en had ook ik het moeilijk met de veranderde mogelijkheden van Evert Jan. Mijn takenpakket was veel te groot om goed te kunnen dragen. Ik voelde heel helder aan dat ik op deze manier op weg was naar een burn-out en dat ook Evert Jan en Zen.nl Amersfoort dat niet ongeschonden zouden doorstaan. Ik moest keuzes maken en heb gekozen voor zen.”

Na 15 jaar verliet Yvonne de psychiatrie en ging zich fulltime toeleggen op Zen.nl: de ontwikkeling van haar vestigingen, de cursussen, coaching en de verdere professionalisering van Zen.nl als opleidingsinstituut. Hierin kon ze meer betekenen voor mensen dan in de psychiatrie en weer werken met hart en ziel.

Nu is er ook privé meer balans. Evert Jan kent zijn grenzen als het gaat om werkbelasting en doet meer dingen die hem goed doen. Naast zenleraarschap en het samen met Yvonne managen van hun Zen.nl-vestigingen is hij veel in de natuur te vinden als vrijwilliger op landgoed Den Treek bij Amersfoort. En hij bestiert het huishouden. Yvonne: “Ik hoef me werkelijk nergens druk om te maken. Hij wordt er blij van een sfeer te creëren waarin ik en ook anderen gedijen. Ik hou van zijn droge humor. Het is ontspannen en het is lekker om thuis te zijn.”

Evert Jan blijkt toch ook een vaderrol ingevuld te hebben. Kwaku gaf hem als verjaardagscadeau (in het jaar na het herseninfarct) een toespraak, waarin hij de belangrijke rol van Evert Jan in het gezin schetste en hem hiervoor bedankte. Toen Amy haar eerste zwangerschap aankondigde, reageerde Evert Jan verheugd: “Dan word ik stiefopa!”. Waarop Amy zei: “Jij wordt opa!” Amy en haar man Sam hebben inmiddels een zoon, Odin, en Yvonne en Evert Jan genieten enorm van hun nieuwe rol als oma en opa.

“Zenmeesters roken niet.”
Yvonne heeft in de ontwikkeling van Zen.nl een steeds belangrijker rol op zich genomen. De opleiding tot zenleraar is mede door haar inzet gestructureerd en meer geprofessionaliseerd. Zo wordt de kwaliteit van de cursussen ook naar de toekomst toe meer geborgd en gemakkelijker doorgegeven. De opleiding is nu CRKBO-erkend en dat betekent dat de kwaliteit regelmatig door een externe partij wordt beoordeeld.

De opleiding tot zencoach mogen we ook op het conto zetten van Yvonne. Voor de coachtechnieken die deelnemers aan de opleiding leren, zoals visualiseren en containment (kunnen dragen wat er is), put Yvonne onder andere uit de vier of vijf jaar dat ze bij Alexander Zöllner in de leer was voor non-duaal coach. Het praktisch voelbaar kunnen maken van bubbels maakt een belangrijk onderdeel uit van zencoaching.

Het contact met Rients is steeds wederkeriger geworden. “Waar ik eerder vooral coaching bij hem kwam halen, merk ik bij mezelf tegenwoordig een toenemende zorgzaamheid ten opzichte van Rients. Er is meer ontspanning: hij is ook feilbaar, dan hoef ik niet perfect te zijn. Hij is de verbindende factor bij Zen.nl, de kapitein, maar het is veel om te dragen. Eigenlijk te veel voor één persoon. Hoe kunnen we het met elkáár dragen? Vandaar ook dat een aantal mensen zenmeester is geworden.

Zij zijn dragers van Zen.nl vanuit een meer vooruitgeschoven positie. Wat zenmeesterschap bij Zen.nl is, zullen we verder gaan vormgeven.”

Dat Rients Yvonne heeft gevraagd voor het zenmeesterschap verbaasde haar wel. Haar eerste reactie: “Maar ik doe niet wat zenmeesters moeten doen! Zenmeesters roken niet. En zij reageren niet zó.” Het roept veel vragen op. “Volgens mij voldoe ik niet. Maar waar moet je eigenlijk aan voldoen?” Rients’ antwoord daarop was: “De grote oerbubbels voldoende doorzien, zodat je relaties kunt herstellen en vormgeven.” Ok.

En wat betekent ‘zenmeester’ in verhouding tot anderen? Voor Yvonne zal het niet veel uitmaken. “Wel voor de toekomst van Zen.nl. Zo’n titel faciliteert dat. Het kan ook afstand scheppen, hiërarchie. De titel schept verwachtingen en verantwoordelijkheid. Welke lading krijgt het als een van onze zenmeesters iets zegt of juist niets zegt? De zenmeesters die nu benoemd worden, zullen een passende invulling voor de titel moeten ontwikkelen.”

Dat Rients zenmeesters benoemt, past heel goed bij zijn streven om zen te ‘demystificeren’, zoals hij dat altijd noemt, en zo nieuwe vormen te scheppen die passen in onze contreien.

“Voor wat ik nastreef, maakt de titel niet uit. Ik vind het wel eervol, maar ik beschouw het vooral als een stap in de overdracht en het borgen van de organisatie en onze wijze van zenbeoefening. Dit soort transmissie-rituelen baren de weg. De bedoeling blijft zoveel mogelijk mensen faciliteren in het realiseren van duurzaam geluk.”