zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, straatpastoraat, perspectief, dakloos, thuisloos, comfort, retraite, Bernie Glassman, niet-weten, bedelen, ongemakkelijk, dankbaar, straatleven, comfortzone, maaltijd, afzien, intenties, empathie, Zen Peacemakers


Zenvol Straatpastoraat deel 3



Arno Groote / Zen.nl Groningen

Naast het geven van cursussen zenmeditatie en coaching bij Zen.nl Groningen en mijn werk in de psychiatrie en verslavingszorg heb ik er nu nog een deeltijdbaan bij als straatpastor in Leeuwarden. Na mijn studie in de theologie heb ik ongeveer zeven jaar uitgekeken naar een baan in dit werk op straat. Nu is het dan zo ver. Hieronder het derde deel over het straatpastoraat vanuit zenperspectief.

Straatretraite
Hoe is het om op straat te slapen of te bedelen voor wat geld? Hoe kijken mensen dan naar mij? Wat kan ik leren van het leven op straat? Een aantal jaar geleden koos ik ervoor een glimp op te vangen van die andere kant van het werk voor dak- en thuislozen. Met een straatretraite in Brussel zouden we een midweek lang het perspectief innemen van iemand die op straat leeft.

Eenmaal aangekomen op het station leverden we al ons comfort in, op de kleren aan ons lijf en een slaapzak na. Geen geld, geen eten of drinken, geen bankpas, niets. Toen we met de kleine groep deelnemers het station uitliepen, voelde ik een mengeling van opgewektheid om dit avontuur aan te gaan en een soort gevoel van overgeleverd zijn aan wat er zou komen. Ik had immers geen idee. Juist dat was een van de speerpunten van de retraite, gebaseerd op de door Bernie Glassman voorgeleefde oefening: niet-weten, erkennen wat is en het spontane handelen dat daaruit voortkomt. Bernie was de oprichter van de Zen Peacemakers orde.

Het was al aan het schemeren. We moesten vaart maken om uit het afval aan de kant van de weg karton bij elkaar te sprokkelen. Afval van die dag, dat door winkeliers aan de straat was gezet. We moesten het verzamelen voordat het opgehaald zou worden door de vuilniswagens. We zouden er ons matras van gaan maken zodra we een geschikte plaats gevonden hadden om de nacht door te brengen. Ergens in een straatje achteraf, aan de achterkant van een groot kantoorgebouw, streken we neer. We hadden hoog boven ons nog net een beetje beschutting van een overhangend dak. Na een meditatie maakten we ons klaar voor de nacht. Het duurde lang voor ik de slaap kon vatten. Het voelde erg onbeschut zo in de open lucht, met de geluiden van de stad op de achtergrond en mensen in de buurt die ik hoorde praten.

Bedelen
Na het opstaan mediteerden we en gingen erop uit. Iedere dag werd er een plek in de stad uitgekozen om te bedelen. Soms op een markt, dan weer in een straat en weer een andere keer rond het station. Het was de bedoeling om voorbijgangers aan te spreken en een muntje te vragen. En niet, zoals sommigen opperden, om een klusje voor iemand te doen of een straatact op te voeren in ruil voor geld. Ik herinner mij nog goed dat ik dit veel ongemakkelijker vond dan het slapen op straat. Ongemakkelijker dan de urinelucht bij onze slaapplekken of de verse mensenpoep in een hoek vlakbij waar we sliepen. Het moeten vragen om geld, aan wildvreemden nog wel! Het had iets vernederends en ontwapenends tegelijkertijd. Het was letterlijk met lege handen staan. Naakt voelde het, zeker nadat de eerste mensen mij niets wilden geven. Toen ik eindelijk twee euro kreeg, wilde ik eigenlijk meteen stoppen. Ik kan mij de blikken nog herinneren van mensen die volgens mij liever hadden dat ik niet bestond. Zij wisten niets van mij en zagen misschien niets anders dan een zwerver. Iemand die gemeden moest worden. Iemand die maar beter een baan kon gaan zoeken. Maar ik herinner mij ook de hartverwarmende gebaren van mensen die het losse geld uit hun zak schonken. Soms zelfs met een excuus dat het zo weinig was.

Van onze opbrengst kochten we dan wat eten. Na de maaltijd dankbaar genuttigd te hebben bespraken we hoe het met ons ging, wat die dag ons had gebracht en wat dat bij ons had opgeroepen. Opmerkelijk hoe deze vreemde mensen voor mij snel zo vertrouwd gingen voelen. Ik herinner me hoe fijn ik het die dagen vond mensen om mij heen te hebben met wie ik mijn ervaringen af en toe kon delen. Zonder hen zou het een eenzame onderneming zijn geweest. Ik voelde mij erg open en het was alsof alle ongemakken er in die ruimte mochten zijn.

We bezochten verschillende projecten voor dak- en thuislozen en hielpen spontaan mee in het Maximilliaanpark bij de voedselverstrekking aan honderden vluchtelingen. Sommigen vertoefden al drie jaar in zelfgemaakte hutjes van karton en vuilniszakken. Ons werd verteld hoe een Islamitische vrouw met een handjevol vrijwilligers die enorme groep mensen dagelijks te eten kwam brengen. We zagen hun verwoede pogingen om een ongeduldige en hongerige massa mensen op een ordelijke manier de maaltijden te laten afhalen uit de achterbak van hun auto. Er werd op een gegeven moment geschreeuwd, de irritatie en spanning liepen op. Boze groepen mensen zijn erg onvoorspelbaar. Dan voel je je even heel klein.
Aan het eind van die dag liepen we terug naar ons steegje. Niemand sprak een woord. Terwijl de oranje zon achter de gebouwen gleed, daalden ook de indrukken van de afgelopen dagen in. Zo gingen we onze laatste nacht tegemoet.

Inzichten
We hadden iets geproefd van de rauwheid van het straatleven. Maar ook wat het met ons deed als groep. Hoe dicht we naar elkaar groeiden door deze ervaring buiten onze comfortzone. Nog onder de indruk van alle ervaringen besloten we aan het eind van de retraite aan welk dak- en thuislozen-project we ons geldbedrag voor deelname zouden doneren. We aten een laatste maaltijd samen, nu in een luxe eetgelegenheid in plaats van op tegels met platgetrapte kauwgom en vogelpoep. Het contrast kon niet groter. Daarna ging ieder zijns weegs. De volgende haiku schreef ik naar aanleiding van de retraite:

een hoosbui
glijdt van het karton
mijn mouw in


Ik heb een aantal dingen geleerd. De ervaring heeft mij bevestigd dat het soms heel verrijkend kan zijn om onbevangen buiten mijn comfortzone te stappen (niet-weten). Ik heb gevoeld dat afzien en betekenisvol samenzijn mij open maakte. Ik heb ook geproefd van de goede intenties van mensen eveneens van de afkeurende blikken en uitspraken. Het heeft mij uit de eerste hand een glimp doen opvangen hoe het kan zijn om daadwerkelijk aan de rand van onze samenleving te staan (erkennen wat er is). Daardoor heeft het mijn empathie gevoed. Dat was ook de impuls die onze groep voelde om mee te helpen in het Maximilliaanpark (spontaan handelen). Tenslotte, hoe belangrijk het is om de mens te leren zien achter het uiterlijk en de sociale conventies die wij hebben meegekregen vanuit onze maatschappij.

Lees hier deel 2 van Zenvol straatpastoraat.