Klik hier en ontvangons wekelijks online magazine
ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven

Binnen trainen, buiten winnen
Niet je vermogen is de bottleneck
Gallwey schreef in 1974 The Inner Game of Tennis: het spel dat je binnen in jezelf speelt, bepaalt hoe vrij je buiten kunt spelen. Hij splitst ons in tweeën. Zelf 1 is de stem in je hoofd: instruerend, oordelend, gericht op resultaat en goedkeuring. Zelf 2 is alles wat je al kunt: je lichaam, je zenuwstelsel, je intuïtie en de duizenden herhalingen. Ik ken zelf 1 maar al te goed, uit mijn eigen roei-ervaring en uit die van iedereen die ik coach. 1 zegt: ‘Als ik dit mis, is het klaar.’ Het is een verhaal dat altijd over jou gaat. Zodra dat verhaal je aandacht bezet, voel je de boot niet meer en merk je niet dat je schouders omhoog kruipen. Zelf 2 valt minder op. Er valt een glas van tafel en je hebt het gevangen voordat je besloot dat te doen. Daar zit 1 niet tussen. 2 is de aansluiting op wat er nu gebeurt: het water, de wind, de boot, je tegenstander en je eigen lijf. Die aansluiting heb je, of je zit haar met 1 in de weg. De formule van Gallwey is simpel en meedogenloos: prestatie is potentieel min interference. Ruis, zeg ik liever, want zo klinkt het ook in een boot. Je potentieel heb je op de training allang laten zien. De ruis bestaat uit de vorige haal die nog nagalmt, de blik van je coach en de uitslag die je al uitrekent. Zodra de inzet stijgt, gaat zelf 1 instrueren en corrigeren, precies wanneer je lichaam met rust gelaten wil worden. 2 redt zichzelf en speelt met de elementen. 1 kan vaak beter thuisblijven.De wil zit in de weg
Te graag willen winnen is 1 die het overneemt. Waarom juist in een wedstrijd en niet op een training, waar dezelfde techniek wordt gevraagd? Omdat er bij winnen ineens meer op het spel lijkt te staan dan wat er werkelijk is. Wat dat met je doet heeft een naam die in de topsport zelden hardop valt: angst. Zodra verliezen betekent dat je minder waard bent, wordt de wedstrijd een bedreiging. We reageren met controle vanuit 1 en juist die controle blokkeert ons vermogen. Spanning en angst zijn niet hetzelfde. Spanning is brandstof: je hartslag gaat omhoog, je aandacht versmalt, je lijf maakt zich klaar. Angst ontstaat wanneer er meer te verliezen lijkt dan de wedstrijd. Je hoeft dus niet rustiger te worden. Wie spanning voor angst aanziet, bestrijdt het verkeerde. Ik heb jarenlang geroeid en ging in wedstrijden vaak aan kop. Als het veld dan begon in te lopen, verkrampten mijn armen en kwam de paniek. Ik lag voor: er viel niets meer te winnen wat ik niet al had, alleen kon ik alles verliezen. Die angst komt op de zwaarste momenten op. Bij iedereen, olympisch kampioenen niet uitgezonderd, zenleraren evenmin. Het verschil zit in de seconden daarna. Tussen impuls en actie ligt een moment, en daar ligt je vrijheid. Kun je na het voelen van die angst 1 weer snel vergeten en overschakelen op 2? Dat is waar het omgaat. Dat betekent niet dat je minder moet willen. Het vuur mag branden tot diep in je botten. Maar je angst moet niet in de weg gaan zitten.Bubbels worden puntjes
Bij Zen.nl noemen we die ruis bubbels, naar het denkmodel van Rients Ritskes. Bubbels zijn ervaringen die emotioneel nog niet zijn afgemaakt en daarom aandacht blijven vragen. Ze kunnen afkomstig zijn uit een verloren wedstrijd, de scheiding van je ouders of hoe je vroeger met tegenzin je bord moest leegeten. De lading blijft zitten als spanning, een overtuiging of wrok. Iedereen heeft bubbels. Ze worden een probleem wanneer de aandacht die ze vragen ten koste gaat van wat je nu doet. Rond winnen worden ze vaak het grootst: daar komen twee grote bubbels samen: de angst om te verliezen en het verlangen om te winnen. Heb je iets uit het verleden goed verwerkt, dan noemen we het een puntje: verwerkt, klaar, vraagt geen aandacht meer. Puntjes stapelen zich op en kunnen samen inzicht worden. Dat is het verschil tussen een roeier die veel heeft meegemaakt en een roeier die veel heeft verwerkt. Dezelfde races, een ander hoofd. Verwerken doe je onder meer op het meditatiekussen. Je telt je uitademingen en juist die opdracht roept op wat nog aandacht vraagt. Je merkt dat je afdwaalt en keert zonder oordeel terug naar je adem. Minder bubbels betekent minder ruis en in Gallwey’s formule en dus meer prestatie. Een roeister die ik begeleid, kwam na een paar weken mediteren terug bij een race van twee seizoenen eerder. Die wedstrijd leek allang geschiedenis, maar op het kussen kropen haar schouders bij één passage nog steeds omhoog: zonder boot, zonder tegenstander, zonder uitslag. De race kwam nog drie keer terug. De vierde keer was het alleen nog een herinnering waaruit inzicht naar voren was gekomen. Hoe bereidt mediteren je voor op een startlijn met een hartslag van 180? Omdat het op je kussen veilig is: geen uitslag, publiek of coach. Je leert hoe angst zich gedraagt: hij komt op, blijft even, neemt af, en jij blijft erbij. Het populaire beeld van mediteren is de Boeddha, het zonnetje en alles is liefde. De werkelijkheid is dat je ook je eigen onrust en angst tegenkomt. Als het moment suprême komt, zijn ze niet nieuw. Zelf 1 niet de kop op te laten steken op de zwaarste dag van je seizoen is trainbaar.De bal die je altijd bij je hebt
Terug naar de oefening waarmee ik begon. Wil je leren tennissen, zei Gallwey, zeg dan hardop ‘stuit’ als de bal de grond raakt en ‘sla’ als je hem raakt. Meer niet. Geen technische correctie, geen oordeel over de vorige bal. In die woorden staat niets over de speler, zijn arm, houding of kansen. Het zijn twee gebeurtenissen en één taak: ze op tijd benoemen. Precies dat doe je op de mat als je je adem telt. De adem die je altijd bij je hebt om te oefenen. Door je focus op het benoemen van wat je doet, heb je geen tijd om ergens anders aan te denken. Zo word je één met de beweging en ontstaat flow. Daarom tellen we in zen de adem, tot tien en dan opnieuw. Het getal voorkomt dat je teveel denkt. De adem, het geluid van de bal en het water rond de boot trainen dezelfde vaardigheid: in contact zijn met wat je nu doet. De momenten waarop dat vanzelf gaat en je achteraf nauwelijks kunt terughalen wat je deed, noemen we flow: dat is het gevoel overblijft wanneer de ruis van de bubbels verdampt is. Mediteren helpt enerzijds oude ervaringen verwerken tot inzicht, bubbels worden puntjes, en anderzijds oefen je het contact met wat er nu is, de adem, de bal of de boot. Het roeien en mediteren zijn twee oefenplekken om hetzelfde te leren, één zijn met wat er is. Het moment waarop alles samenkomt.Illustratie AI gegenereerd
Aanbevolen links:
→ Abonneerpagina
→ Zen Incompany
→ Zen.nl winkel
ZenActueel nieuwe artikelen
Wie moet ik helpen?
Trots, verwaandheid of goddelijk?
Dansen met de dood
Van dagdromen naar het nu
De boom gaat dood
 

