whatsapp
 

 

ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven




Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, Rients Ranzen Ritskes, zenmeester, koan, hond, boeddhanatuur, frustratie, onrust, dood, bubbel, haast, angst, emotie, het nieuwe koanboek, trauma, stress, trouw, beeld, positieve bubbel, relatie, verbonden


De koan die je leven openbreekt



Door Rients Ranzen Ritskes / Zen.nl Nederland / 16 april 2026

'Heeft een hond boeddhanatuur?', is in de Mumonkan de eerste koan, en niet zonder reden. Zelf heb ik jarenlang met deze koan geworsteld, onder begeleiding van verschillende zenmeesters. Hoe lang precies weet ik niet meer, maar wat ik wel weet, is dat deze koan bij mij iets heeft losgemaakt wat ik van tevoren niet had kunnen voorzien: het bracht diepe frustratie en onrust aan het licht, een diepgewortelde existentiële haast. Door het overlijden van mijn broertje toen ik kind was, wist ik al vroeg dat het leven zomaar voorbij kan zijn. De dood zat mij op de hielen.

Koanstudie lijkt van buiten misschien een intellectuele bezigheid, een soort puzzel die opgelost moet worden, maar in werkelijkheid gebeurt er iets heel anders. De koan legt je bloot. In mijn geval werd de bubbel van existentiële haast zichtbaar: een voortdurend gevoel dat het sneller moest, beter, verder, voordat het te laat zou zijn. Toen ik die haast eenmaal echt in het vizier kreeg, veranderde er iets wezenlijks. Niet alleen ging de koanstudie veel vlotter, ook het leven zelf werd lichter en soepeler.

Mijn motivatie verdween niet, maar de angst eronder wel. De dwang, de druk, het gevoel dat het nú moest. De energie bleef, maar de kramp verdween. Zo werkt een koan soms.

Een koan geeft geen antwoord, maar laat het zelf zien. Hij maakt zichtbaar waar je vastzit, welke emotie je voortdrijft en welke bubbel jouw kijk op de wereld kleurt. Zodra je dat werkelijk doorziet, verliest die bubbel zijn kracht. Daarom bestaan er zoveel koans. Elke koan raakt een andere bubbel en legt een ander aspect van jezelf bloot. Het is dan ook het werk van de zenmeester om te zien welke koan op een bepaald moment het meest raakt. Niet omdat andere koans niet geschikt zouden zijn, want eigenlijk zou iedereen alle koans moeten doen, maar omdat sommige koans op een bepaald moment meer in je raken dan andere.

In Het Nieuwe Koanboek beschrijf ik een man die de koan kreeg: ‘Heeft een hond boeddhanatuur?’ Zijn eerste reactie was veelzeggend: hij zei dat hij al bang was geweest dat hij deze koan zou krijgen. Als kind was hij namelijk bijna doodgebeten door een hond, een traumatische ervaring die hem zijn hele leven was blijven achtervolgen. In stressvolle periodes werd hij ’s nachts badend in het zweet wakker, telkens opnieuw gebeten door die hond. Hij had sterk het gevoel dat zijn leven en carrière door deze bubbel waren beïnvloed.

En nu kreeg hij juist deze koan.

Ik zei hem dat dit precies de goede koan voor hem was. Hij voelde dat zelf ook en dacht dat als hij erachter zou komen dat een hond boeddhanatuur heeft, de hond hem misschien ’s nachts niet meer zou opzoeken. Hij werkte een jaar met deze koan. Wat ik mij nog goed herinner, is dat hij al vanaf het begin beter sliep en dat de hond hem vanaf dat moment ’s nachts niet meer bezocht. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar dit is hoe koans kunnen werken.

Een koan lost je bubbel niet op, maar laat je erdoorheen kijken. Door de abstractie van de koan wordt het probleem niet rechtstreeks benaderd, maar indirect doorzichtig gemaakt, waardoor iets wat vastzat kan loskomen en zware emoties kunnen oplossen. Ik herinner me een vrouw in diepe rouw die van mij de koan ‘Is de bloem levend of dood?’ kreeg en daar met een zekere lichtheid, zelfs met een glimlach, aan kon werken, waardoor haar verdriet onmiddellijk minder zwaar werd, zonder dat het werd ontkend.

En toch blijft mijn eerste koan mij verrassen, ook nog na veertig jaar. Onlangs vertelde een serieuze zenstudent mij iets wat ik in al die jaren nog niet eerder was tegengekomen. Na een paar weken werken met de koan ontdekte hij iets uit zijn jeugd dat hij zich nooit eerder zo had gerealiseerd. Hij groeide op in een gezin met ouders, een broer, een zus en een hond, en juist die hond was voor hem een uitzonderlijk belangrijke metgezel. De hond was er altijd, onvoorwaardelijk, trouw en begrijpend, voor hem de beste vriend die je je kunt voorstellen.

Juist dat bleek zijn bubbel te zijn.

Hij had zijn hele leven mensen onbewust vergeleken met de trouwheid van die hond, en zoals je kunt verwachten voldeed niemand aan dat beeld. Geen mens was zo trouw, zo beschikbaar of zo vanzelfsprekend aanwezig. Hierdoor vielen anderen hem telkens tegen. Niet omdat zij tekortschoten, maar omdat hij keek door de lens van deze positieve bubbel.

Toen hij dit eenmaal inzag, veranderde zijn relatie met de mensen om hem heen ingrijpend. Hij vertelde dat hij vanaf dat moment meer van zijn vrienden ging houden en ineens kon zien hoeveel mensen er daadwerkelijk voor hem waren. In plaats van tekort te ervaren, voelde hij zich rijk, verbonden en diep gelukkig.

Misschien is dat ook waarom deze koan de eerste is in de Mumonkan. De hond is immers enerzijds voor velen een bron van angst en trauma, maar anderzijds ook onze trouwste vriend. Daarmee raakt deze koan aan iets fundamenteels: angst, verlangen, verbondenheid en verlies. Koans brengen je precies naar die plek waar jouw diepste bubbel zichtbaar wordt.

Let wel, lezen over koans is niet hetzelfde als ermee werken. Het kan inspireren, maar het blijft op afstand. Pas wanneer je een koan echt meeneemt in je leven en meditatie, kan het je raken op de plek waar je anders niet kunt komen, je diepste zelf.