ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Einstein, zen en verlichting
Door
Rients Ranzen Ritskes /
Zen.nl Nederland /
Zen.nl Nijmegen / 3 februari 2026
Waarom komt de een wel tot opzienbarende inzichten en anderen niet? Aan de Kramgasse 49 in Bern, waar Einstein zijn relativiteitstheorie ontwikkelde, vond ik een verrassend antwoord. Daar, bij het zien van de lichten van een voorbijrijdende tram, kreeg hij zijn beroemde inzicht, wat leidde tot zijn beroemde formule E=mc². En juist op die plek ontdekte ik wat een genie als Einstein drijft, en wat iemand als ik daar onverwacht mee deelt.
Toen ik zeventien was had ik een prangende vraag: hoe kan ik mij beter leren concentreren? Al op de lagere school zag ik alle vogeltjes vliegen en op de middelbare school werd dit echt problematisch. Ik dreigde te blijven zitten en dat was voor mij een schrikbeeld dat me in beweging bracht. Ik ging naar de lokale bibliotheek, vond een boek over meditatie en probeerde te mediteren. Dat lukte me van geen meter. Toch voelde ik dat mediteren wel eens het antwoord zou kunnen zijn. Juist omdat ik niet kon mediteren kon ik me niet concentreren, en omgekeerd. Toen ik voor het eerst onder begeleiding van een ervaren leraar mediteerde wist ik het antwoord op mijn vraag: dit is de weg. Die eerste meditatie veranderde mijn leven. Ik ervoer dat ik kon mediteren. Ik ervoer dat ik me kon concentreren. En dat maakte me gelukkig.
Meditatie was het grote antwoord op mijn prangende vraag en daarom ben ik er tot op de dag van vandaag mee doorgegaan. Door dagelijks te mediteren leerde ik gemakkelijker focussen en merkte dat alles beter ging. Niet alleen mijn schoolwerk, ook mijn relaties varen er wel bij. Ik ontdekte dat met aandacht alles beter gaat. Door de rust die ik in mezelf vond werd ik gelukkiger. En vrij snel daarna ontstond een nieuwe vraag, eentje die me tot op de dag van vandaag bezighoudt: hoe kan ik dit antwoord, dit geluk, met zoveel mogelijk mensen delen? Ik ben ervan overtuigd dat geluk delen nog gelukkiger maakt. Deze vraag ligt ten grondslag aan de groei en bloei van
Zen.nl, waar inmiddels zo’n dertigduizend mensen leerden mediteren. En diezelfde vraag ligt ook ten grondslag aan mijn ontdekking van het geheim van genieën: het hebben van een prangende vraag.
Wat ik leerde in het Einstein Haus, was dat Einstein ook worstelde met een prangende vraag en ik realiseerde me dat je zonder grote vragen ook geen grote antwoorden vindt. Bijvoorbeeld; bij beginnende cursisten zien we vaak dat deelnemers al tijdens een
proefles diepe rust ervaren, net als ik destijds. Ze ervaren rust en tijdloosheid alsof het vanzelf spreekt. Dat is een soort van beginnersgeluk, maar ze erkennen het nauwelijks. Waarom niet? Omdat ze geen grote vraag hebben. Ze gaan dan niet door met mediteren, want waarom zouden ze? In het Einstein Haus in Bern begreep ik ineens hoe dat komt. Ze leven niet met een grote vraag. Einstein had wel zo’n vraag en herkende bij het zien van de brandende lichten in de tram het antwoord. Alleen wie werkelijk met een vraag leeft, herkent het antwoord wanneer het zich aandient.
Leef je niet met een wezenlijke vraag, dan komen er ook geen wezenlijke antwoorden. Einstein had zo’n vraag. En die kwam niet uit nieuwsgierigheid, maar uit een existentieel verlangen. Hij voelde zich op school een buitenstaander, iemand die niet in het systeem paste. Hij werd vaak niet begrepen, en dat begreep hij zelf niet. Daar ontstond zijn verlangen te weten hoe de wereld in elkaar steekt. Zijn niet-snappen van mensen viel samen met zijn jeugdige fascinatie voor een ander raadsel: het kompas. De onzichtbare krachten die de naald bewegen wilde hij begrijpen. En omdat hij op school geen antwoorden vond, moest hij ze zelf ontdekken. De vraag naar de werking van de onzichtbare krachten gaf richting aan Einsteins leven en bracht hem wonderbaarlijke antwoorden, antwoorden die de wereld op zijn kop zetten en de wetenschap vooruithielpen.
Op zijn twaalfde maakte hij kennis met wiskunde. Kort daarna volgde natuurkunde. Hij was gefascineerd, en zag ook al snel de tekortkomingen ervan. Er ontstonden nieuwe varianten op zijn vraag naar hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Nieuwe vragen waar niemand tot dan toe een antwoord op had. Vragen, de innerlijke bron van inspiratie. Tussen zijn vijftiende en zeventiende fantaseerde hij voortdurend over de werking van het licht. Licht werd voor hem een symbool van vrijheid. Einstein voelde dat onder de chaos van het leven een harmonische orde moet liggen. Die overtuiging gaf hem de kracht om jarenlang met dezelfde vraag te blijven leven.
De tram speelde daarin een beslissende rol. Want, zo vroeg Einstein zich af, als het licht brandt in de tram, hoe kan de lichtsnelheid binnen de tram dan dezelfde zijn als daarbuiten? Welke invloed heeft de snelheid van de tram op de snelheid van het licht? Dat werd zijn koan en zijn relativiteitstheorie het meesterlijke antwoord.
Einstein vond zijn inzichten niet in drukte maar in stilte. En hoewel hij niet formeel mediteerde, schreef hij wel: “Als ik stop met denken en zwem in stilte zie ik de waarheid.” Dat klinkt opvallend zen. Wanneer denken niet langer de baas is maar dienaar wordt, ontstaat ruimte voor intuïtie. Einstein noemde intuïtie een heilig geschenk. De werkelijkheid openbaart zich wanneer de geest open staat. En dat is geen passieve, maar een verlangende openheid, precies zoals Einstein die had.
Ook zijn verwondering sluit aan bij zen en schrijft; “Wie niet meer kan stilstaan om zich te verwonderen, is zo goed als dood.” In meditatie oefen je precies dat: stil zitten, rustig worden, je openen voor wat er nu is en je verwonderen. Vanuit die openheid wordt de wereld lichter en doorzichtiger.
Ook zag Einstein duidelijk dat ons idee van afgescheidenheid een illusie is. Hij schrijft: “De mens ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat losstaat van de rest, een soort optische illusie van zijn bewustzijn.” De zentraditie zegt hetzelfde. Wanneer je dat misverstand van afgescheidenheid doorziet, zie je dat alles voortdurend in beweging is. Precies zoals E = mc² laat zien dat wat vast lijkt eigenlijk pure energie is. Je kunt E = mc² lezen als een natuurkundige uitdrukking van non-dualiteit. Massa en energie zijn geen gescheiden grootheden, maar twee verschijningsvormen van dezelfde werkelijkheid. Zen zou zeggen: het zijn alleen verschillende namen voor hetzelfde. Waar Nagarjuna zegt dat vorm leegte is en leegte vorm, laat Einstein zien dat massa energie is en energie massa. De lichtsnelheid in het kwadraat is de vaste verhouding waarmee je de ene verschijningsvorm in de andere kunt omrekenen. Zijn beroemde vergelijking raakt verrassend dicht aan een oud zeninzicht: achter alle verschillende verschijningsvormen schuilt één dynamische werkelijkheid.
Toen ineens, daar in het Einstein House, realiseerde ik me dat het hebben van een grote vraag waarschijnlijk de basis is van alle grote doorbraken. Want nu ik het bij Einstein zag, herkende ik het ook bij Nobelprijswinnaar Niels Bohr. Bohr leefde ook met een grote vraag: hoe kan een atoom stabiel zijn? Volgens de klassieke natuurkunde zouden elektronen voortdurend energie verliezen, naar de kern toe spiralen en het atoom in een oogwenk doen imploderen. Toch bleef de wereld stabiel. In dat stille, hardnekkige zoeken zag Bohr opeens een mogelijkheid: elektronen verblijven op vaste energieniveaus en glijden niet naar de kern, maar springen in kleine stapjes van het ene naar het andere niveau. Dat revolutionaire inzicht werd het begin van de kwantummechanica.
En van Bohr kwam ik bij Philo Farnsworth. Hij was een veertienjarige boerenjongen die graag radio’s en andere elektrische apparaten repareerde. Hij vroeg zich af of bewegende beelden niet zuiver elektrisch konden worden overgedragen, zonder de mechanische Nipkow-schijven die hij uit tijdschriften kende en te primitief vond. Tijdens het ploegen keek hij naar de lange, evenwijdige voren in de aarde en kreeg opeens het inzicht dat een beeld net zo opgebouwd kon worden: lijn voor lijn, stukje voor stukje. Zonder formules en zonder enige ervaring met televisietechniek ontstond zo het idee dat later de basis werd van de eerste echte televisies. In 1927 demonstreerde hij zijn eerste uitzending. Een wereldveranderende uitvinding, geboren uit de stille helderheid van een boerenjongen op een akker met een grote vraag.
Wat voor mannen geldt, geldt net zo goed voor vrouwen. Denk aan Henrietta Leavitt, die rond 1900 als jonge vrouw in een stille kamer van het Harvard Observatorium duizenden fotoplaten bestudeerde zonder ooit zelf door een telescoop te mogen kijken. Haar vraag was: hoe is de afstand tot sterren te meten die oneindig ver lijken? Avond na avond keek ze naar de fotobeelden met kleine lichtpuntjes die in ritme helder en zwakker werden. In dat geduldige turen zag ze een patroon: sterren die sneller knipperen zijn intrinsiek minder helder dan sterren die langzamer knipperen. Die eenvoudige waarneming werd de sleutel tot het meten van de schaal van het universum. Zonder ooit als vrouw door een telescoop te mogen kijken, maar met aandacht en een open geest, vond zij het antwoord dat de basis werd van Hubbles expansiewet. Een inzicht dat het heelal groter maakte dan iemand ooit had vermoed.
Als zenleraar was ik me natuurlijk al lang bewust van het belang van een vragende geest. Daarom ben ik zo enthousiast over koanstudie en schreef ik
Het grote vragenboek en
Het nieuwe koanboek. In koanstudie gaat het niet zozeer om goede antwoorden, maar om het je eigen maken van een onderzoekende houding, het je eigen maken van vragen. Ik heb mezelf wel eens een vat van honderd vragen genoemd, omdat koans die ik grondig bestudeerde in mij blijven doorwerken. Door koanstudie wordt een vraag een levende metgezel. Koans als: wat is de zin van het leven? Is een bloem levend of dood? Wat is het geluid van één klappende hand? Zulke vragen blijven bij je en maken dat je de werkelijkheid telkens opnieuw, open en vragend tegemoet treedt. Een open geest is geen passieve leegte, maar een onderzoekende geest. Zo maakt zenbeoefening ons tot lerende wezens.
Dat alles wist ik min of meer al. Maar wat ik in het Einstein Haus ontdekte, is dat deze vragende houding niet alleen open, bewust, wijzer en gelukkiger maakt, maar dat hoe groter de vragen zijn waarmee je leeft, hoe groter de antwoorden zullen zijn die je op je weg tegenkomt. Geniale inzichten lijken niet voort te komen uit veel weten en helder denken, maar uit grote, prangende vragen. Dat inzicht lijkt eenvoudig, maar verklaart misschien iets wat net zo wezenlijk is als E = mc². Het verklaart waarom de één wijs en gelukkig wordt en de ander niet.