ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Freud, Jung en de bubbels (3)
Door
Rients Ranzen Ritskes /
Zen.nl Nederland / 24 maart 2026
Het denkmodel, waarin ik onderscheid maak tussen het alledaagse denken, het persoonlijk onbewuste (Freud), het collectief onbewuste (Jung) en wat ik het eenheidsbewustzijn noem, ontstond kort nadat ik mij verdiepte in het werk van Freud en Jung. Hoewel hun samenwerking uiteindelijk strandde, sluiten hun ideeën inhoudelijk opmerkelijk goed op elkaar aan. Freud bracht de dynamiek van verdringing en het persoonlijke onbewuste scherp in beeld. Jung breidde dit uit met het concept van het collectieve onbewuste, waarin archetypische patronen een rol spelen. Wat ik eraan heb toegevoegd, is een nog diepere laag, namelijk die van het spirituele eenheidsbewustzijn. Geen persoonlijke, geen collectieve psychologische inhoud meer, maar een pure ervaring van het één zijn van en met alles. De ervaring van flow zoals we dat tegenwoordig noemen. In mijn model vormen deze lagen samen het continuüm van menselijk bewustzijn.

Tijdens mijn recente bezoek aan Freuds huis in Londen viel mij het centraal geplaatste beeld van Kanzeon op, de bodhisattva van wijsheid en compassie, een bekende figuur binnen de boeddhistische traditie waaruit ook zen is voortgekomen. Kanzeon draagt in haar rechterhand een vaasje, wat symbool staat voor het zuivere water dat ze over de aarde laat stromen. Kanzeons beeld is een intrigerende aanwezigheid in een ruimte die symbool staat voor de geboorte van de psychoanalyse. Alsof analyse en contemplatie elkaar daar in Freuds werkkamer stilzwijgend ontmoeten. Freud verzamelde honderden beelden, maar mogelijk ontging hem wat dit beeld als boodschap in zich draagt: niet alleen het één zijn met het onbewuste en de rust die het uitstraalt, maar ook de uitnodiging om alle dogma’s en andere illusies daadwerkelijk te doorzien. Eén te worden met je onbewuste en eenheid te kunnen ervaren met alles en iedereen, zodat je zuiver 'water' over de wereld kunt laten stromen.
Analyse en zenmeditatie zijn niet elkaars uiterste, ze kunnen elkaar ontmoeten en versterken, zoals deze kamer waar Freuds analyse centraal staat, gevuld wordt met Kanzeons aanwezigheid. In de psychoanalyse worden overtuigingen, verdringingen en patronen via vragen en interpretatie zichtbaar in het bewustzijn gemaakt. In meditatie gebeurt iets vergelijkbaars, maar zonder therapeut: de bubbels stijgen vanzelf op uit de diepere lagen van het (on)bewuste. Eerst de alledaagse onverwerkte ervaringen, daarna de meer hardnekkige patronen uit het persoonlijk en mogelijk zelfs collectief onbewuste. En ten slotte de ervaring van de samenhang of eenheid van ons zelf met alles wat ons omringt. Een flow of meer duurzame éénheidsbewustzijnservaring.
Freud, Jung en therapeuten proberen met vragen en analyse toegang te krijgen tot het onbewuste. Door vragen, interpreteren en duiden worden verdrongen elementen zichtbaar gemaakt, met behulp van de tussenkomst van een therapeut. In de zentraditie bewandelen we een andere route. Daar laten we onverwerkte zaken zonder tussenkomst van een therapeut naar boven komen door meditatie. Omdat diep onverwerkte ervaringen zich echter niet gemakkelijk uit het onbewuste laten lokken, gebruikt de zentraditie de paradoxale intentie therapie, zoals die door psychiater Viktor Frankl later is beschreven. Deze paradoxale intentie zit in de techniek van het tellen van de uitademingen. Dit is namelijk niet alleen een concentratieoefening waar velen het voor houden. Het is ook en vooral een manier om de onverwerkte emoties boven te krijgen. Bubbels, de onverwerkte emoties, komen niet uit zichzelf naar het bewustzijn. En hoe sterker de verdrongen emoties zijn hoe moeilijker ze naar boven komen. Maar ze komen juist naar boven als je dat niet wilt. Wanneer je veel te verwerken hebt, is slapen om die reden moeilijk. ’s Nachts houden onverwerkte zaken ons uit de slaap. Daarom is het tellen van de uitademing - als je te veel bubbels hebt - niet gemakkelijk. Alle afleidende gedachten die bovenkomen tijdens het mediteren zijn onverwerkte zaken. Dus afleidende gedachten, die het tellen bemoeilijken zijn geen stoorzenders tijdens het mediteren, maar eerder vensters op ons onbewuste. Door niet aan de bubbels te willen denken, tonen ze zich des te duidelijker, zie daar de paradoxale intentie. En wie dagelijks voldoende mediteert, merkt na verloop van tijd, dat naast de oppervlakkige bubbeltjes, ook de diep verdrongen onbewuste lagen zich openen. Zoals ik, 15 jaar na het
overlijden van mijn broertje, ineens tijdens het mediteren een spontane herbeleving van de begrafenis meemaakte, waardoor ik het lang verdrongen verdriet een plek kon geven in mijn leven en mij niet langer stoerder hoefde voor te doen dan ik was. Wie regelmatig mediteert, herkent het proces. Eerst verschijnen de alledaagse bubbels: praktische herinneringen, willekeurige zorgen, dingen die nog moeten gebeuren. Pas na langere of intensievere beoefening komen de grotere bubbels naar boven: diepere emoties, oude patronen, trauma’s en existentiële vragen.
Een andere methode waarmee we in de Rinzai zentraditie de grenzen in ons bewustzijn proberen te slechten is door
koanstudie. Dit zijn abstracte of ogenschijnlijk onoplosbare vragen die het rationele denken een beetje ontregelen. Door de beperkingen van het denken te ervaren geven ze soms onverwacht snel een dieper inzicht in de tot dan toe onbewuste lagen van ons bewustzijn. Het voorbeeld dat ik graag gebruik ter verduidelijking is dat van de vrouw die mij diepbedroefd en met een asgrauw gezicht bezocht in verband met het overlijden van haar hartsvriendin. Of ik ook een remedie had tegen haar alles overheersende verdriet. Ik gaf haar als koan: is deze bloem levend of is deze bloem dood. Bij het horen van deze koan, klaarde haar gezicht op en na enkele dagen werken met deze koan vertelde ze hoe opgelucht ze was. Ze had ontdekt dat er geen leven is zonder dood (een in het onbewuste prominent aanwezig inzicht) en dat bloeiende bloemen zo mooi zijn, omdat ze niet altijd bloeien. Ze vertelde dat ze ontdekt had dat er bloemen zijn die maar één dag in de zoveel jaren bloeien en dat juist die bloemen extreem duur en zeldzaam zijn. Sinds deze ontdekking voelde haar vriendin als een van die zeldzame bloemen die maar kort had gebloeid en was zij zo gelukkig geweest haar te hebben zien bloeien. Ze ervaarde daardoor vooral dankbaarheid haar gekend te hebben.
Een belangrijk voordeel van zowel het tellen van de uitademing als de koan-techniek is dat deze methoden het proces van bewustwording sturen zonder therapeutische interactie waarin overdracht en tegenoverdracht zo gemakkelijk kunnen optreden. De kans op vermenging van interpretaties of projecties tussen cliënt en behandelaar is daardoor in de zentraditie veel kleiner.
Daarnaast is zen, anders dan Freuds theorie ingebed in een breder ethisch kader. Waar psychotherapie primair gericht is op symptoomreductie of beter persoonlijk functioneren, maakt meditatie deel uit van een traditie die ook een sterke morele oriëntatie biedt. Het boeddhistische ideaal stelt dat duurzaam geluk ontstaat door anderen te helpen gelukkig te worden. Heb je de grenzen in je eigen bewustzijn geslecht of doorzien, help dan anderen tot datzelfde inzicht te komen. Nadat je geheeld bent, ligt je geluk in het faciliteren van anderen in dat proces. Bij de seculiere Freud was het gewone leven en liefhebben het hoogst bereikbare voor hem en zijn genezen patiënten. In zen is er na genezing een groot geluk te vinden in het faciliteren van andere levende wezens in hun ontwikkeling.
Freud stond bekend om zijn kritische houding tegenover religie. Toch had hij mogelijk meer kunnen halen uit de filosofische lijn via Schopenhauer, waarin het verminderen van verlangen en het meer gericht-zijn op compassie centraler staan. Freud leek sterk georiënteerd te zijn op zijn eigen gelijk en het via zijn dochter veilig stellen van zijn intellectuele nalatenschap. Hij zette zich af tegen religie in het algemeen en spiritualiteit in het bijzonder, vooral zoals we die bij zen en Jung aantreffen. Freud wilde zijn leer tot dogma verheffen, in plaats van kritisch te blijven op zijn eigen inzichten. Zo’n spiritueel doel had Freud mogelijk geholpen zijn eigen blinde vlek te doorzien. Zijn doel was bescheiden, neurotisch lijden omzetten in gewoon menselijk lijden. Het doel in het zenboeddhisme is om na de oplossing van je eigen neurotische lijden, duurzaam geluk te ervaren in het helpen van andere levende wezens op dit pad.
Dat neemt niet weg dat Freud een stevig fundament heeft gelegd voor de moderne psychologie. Zijn systematische studie van het eerder ontwikkelde inzicht dat grote delen van ons handelen worden aangestuurd buiten het bewustzijn om, vormt nog steeds een hoeksteen van zowel psychologie als zelfonderzoek. Freud was de meester van de tweede laag in het denkmodel. Jung van de derde laag en de zentraditie beheert het domein van de vierde laag: het éénheidsbewustzijn.
Lees hier
deel 1 en
deel 2 van deze serie.
Vind je dit een leuk artikel? Geef het dan een hartje aub.