ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Freud en Boeddhisme (1)
Door
Rients Ranzen Ritskes /
Zen.nl Nederland / 19 maart 2026
Wie naar Londen gaat bezoekt het British Museum of een ander beroemd museum, ik bezocht het huis waar Freud de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Een mooie villa met tuin, maar mijn Londense taxichauffeur met 43 jaar ervaring had er nog nooit een bezoeker naar toegebracht. Voor het huis geen grote borden of beelden. Freud had zelf open kunnen doen, alles is zoals het was en daar sta je dan ineens midden in Freuds werkkamer met de beroemde divan. Ga ik hier nog iets nieuws ontdekken?
Al snel wordt mijn aandacht getrokken naar de enorme collectie beelden die zijn werkkamer vult. Veel Egyptische, Griekse en Afrikaanse figuren, maar een bijzonder centrale plaats is ingeruimd voor Kanzeon (zie foto) of in het Chinees Kwan Yin, de Boddhisatva van mededogen. Ik ben blij verrast hier juist deze Boddhisatva te zien staan. Immers het is ook deze Boddhisatva die in elk Japans zenklooster te vinden is en die in de ochtendceremonie luidt aanbeden wordt. Hier zit Kanzeon op een getemde leeuw, symbool de getemde geest, de beheerste wil.
Freud verzamelde deze beelden niet uit religieuze overtuiging. Hij zag ze als sporen van de menselijke verbeelding, als vensters op archaïsche lagen van de psyché. Zijn spreekkamer is een archeologische vindplaats van beelden uit de menselijke geest. Het was duidelijk dat hij ook hiermee zijn beroemde leerling Carl Gustaf Jung inspireerde, die deze symbolen een hele andere functie toedichtte dan Freud.
Freud verzamelde deze beelden, Jung begreep ze pas echt. Voor Freud drukken dromen en symbolen individuele frustraties en verlangens uit. Symbolen verhullen wensen die niet rechtstreeks toegelaten kunnen worden in het bewuste denken. De betekenis van symbolen is voor Freud dus individueel bepaald en geworteld in de persoonlijke biografie en vaak terug te voeren tot infantiele conflicten. Jung hechtte een hele andere waarde toe aan de vele beelden die Freuds werkkamer bewonen. Voor hem verwijzen symbolen niet alleen naar het persoonlijke onbewuste, maar ook naar het collectieve onbewuste. Ze drukken de structuur uit van de universele menselijke archetypen, zoals moeder, schaduwzijde, held, hoer, dief, koning of koningin. Symbolen hebben bij Jung een persoonlijke en universele betekenis. Dat dit beeld van Kanzeon, zo centraal in Freuds werkkamer, versterkt mijn vermoeden dat Freud vertrouwd was met de boeddhistische ideeënwereld. De gelaagdheid van ons denken blijkt minder zijn uitvinding dan hij velen heeft doen geloven. Dit idee bestond al veel eerder, maar is voor het eerst meer systematisch uitgewerkt door Freud.
Arthur Schopenhauer was een van Freuds westerse voorgangers in het denken over de gelaagdheid van het bewustzijn. Hij beschreef de mens als gedreven door een blinde wil, die grotendeels buiten het bewustzijn opereert. Bij de ontwikkeling van deze visie putte Schopenhauer uit boeddhistische en hindoeïstische teksten die hij via vroege Europese vertalingen kende. Daar vond hij ideeën zoals het verlangen als bron van lijden, de beperkte reikwijdte van de rede en de beperkte controle over het eigen handelen, door de invloeden van onze grotendeels onbewuste wil. Via Schopenhauer en later ook Freud vonden deze thema’s hun weg in bredere intellectuele kringen in Europa. Freud nam Schopenhauer ideeen niet letterlijk over, maar vertaalde ze naar een psychologisch kader. Waar Schopenhauer sprak over de metafysische Wil, beschreef Freud onbewuste driften; waar het boeddhisme begeerte aanwijst als bron van lijden, noemde Freud die verlangen en benoemde het conflict als bron van spanningen; en waar de rede bij Schopenhauer een beperkte rol speelt, laat Freud zien hoe het bewuste ego slechts een klein deel van het psychisch leven beheerst. Freuds theorie kan worden gelezen als een systematische psychologische uitwerking van inzichten die via Schopenhauer in het Westen circuleerden en duidelijke parallellen vertonen met boeddhistische ideeën. Schopenhauer die al beschreef hoe de seksuele drift de sterkste is van alle driften, iets waarvan te vaak wordt gedacht dat het Freuds uitvinding is geweest. Freud maakte het onbewuste tot zijn onderzoeksgebied en analyseerde verschillende aspecten van dit onbewuste. Zijn originaliteit lag niet in het vermoeden dat verborgen drijfveren bestaan, maar in het systematisch analyseren ervan en werken ermee. Later in zijn carrière gaf Freud toe dat hij Schopenhauers werk kende, maar bleef suggereren dat hij het zelf allemaal had bedacht.
Vanuit dit perspectief krijgt het beeld van Kanzeon een bijzondere betekenis. Kanzeon zittend op een leeuw. De leeuw symboliseert de vaak ongetemde en onbeheersbare krachten van ons onbewuste willen. Het beeld laat zien dat Kanzeon deze krachten getemd heeft en de baas is over het onbewuste. En hoewel Freud het onbewuste als geen ander tot dan toe in kaart bracht, is het zeer de vraag of hij de leeuw ook zelf temde. Hij bleef dogmatisch in zijn uitvinding, de psychoanalyse geloven. Patiënten waren vaak vele jaren in analyse, tien jaar was geen uitzondering. En dat terwijl de effectiviteit van langdurige psychoanalyse in wetenschappelijk onderzoek onderwerp van voortdurende discussie is gebleven. Hoe anders is dat met meditatie, waar veel onderzoek wijst op klinische en praktische effectiviteit.
Freud had er misschien goed aan gedaan zich breder door Schopenhauer te laten inspireren. Schopenhauer, hoewel bekend om zijn pessimisme, gaf duidelijke oplossingsgerichte suggesties om aan de onbeheersbare wil te ontkomen. Methoden die sterk doen denken aan onze zenvolle benadering. Zo zag Schopenhauer in esthetische contemplatie een tijdelijke bevrijding van ons lijden: wie volledig opgaat in muziek, literatuur of natuur kan de wil even loslaten en verkeren in zuivere aanschouwing, waarnemen zonder waarnemer. Daarnaast benadrukte hij mededogen: het herkennen van gedeeld lijden verzwakt egocentrisch streven en vermindert innerlijke strijd. Ten slotte pleitte hij voor matiging, eenvoud en minder verlangen, omdat minder verlangen minder lijden betekent. Deze adviezen vertonen opvallende overeenkomsten met de zentraditie. Doe dat wat je doet met aandacht, wil niet te veel willen en help andere levende wezens. Waar Freud bleef analyseren, zag Schopenhauer een uitweg.
Dit alles wil niet zeggen dat Freuds ideeën niet de moeite van het bestuderen waard zijn. Integendeel. Freud zag door zijn analyses veel zaken die in die tijd nog niemand anders zag en alleen al het naar hem vernoemd idee van de Freudiaanse verspreking en de Freudiaanse vergissing maken kennis van zijn werk de moeite waard. Voor geïnteresseerden kan ik Freuds eigen boek
Inleiding tot de psychoanalyse dan ook van harte aanbevelen. Dit boek, samen met het werk van Carl Gustav Jung vormden de basis van mijn denkmodel en inspiratie tot het schrijven van
Leer denken wat je wilt denken.