ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Freuds blinde vlek (2)
Door
Rients Ranzen Ritskes /
Zen.nl Nederland / 19 maart 2026
Dit is het tweede van een serie van vier artikelen naar aanleiding van mijn bezoek aan het huis van Freud in Londen. Klik hier voor het eerste artikel.
Na de eet- en werkkamer loop ik door Freuds huis, alsof ik zijn leven binnenloop. De divan staat er alsof de laatste patiënt zojuist vertrok. Boeken, tapijten en beelden staan op hun plaats, zijn bril ligt op de laatste brief die hij schreef. Alles ademt zijn aanwezigheid. Ik heb het nodige van en over Freud gelezen en verwachtte weinig nieuws te ontdekken, maar het tegendeel bleek waar. In zijn werkkamer ontdekte ik het spoor naar zijn kennis van Schopenhauer (zie het eerste artikel in deze serie). De eerste verdieping onthulde een veel persoonlijker aspect van zijn leven. Zijn huis confronteerde mij met iets dat Freud zelf misschien niet kon of durfde te zien, zijn eigen schaduwzijde. Vaker is gesuggereerd dat zijn eigen analyse onvoltooid bleef en nu - na dit bezoek aan zijn huis - begrijp ik waarom die gedachte blijft terugkeren.
Freud leerde ons dat wij veel van onze diepste wensen en angsten buiten het bewustzijn houden. Verdringing noemde hij dat. Geen onwetendheid, maar niet-kunnen-willen-weten. In zijn studeerkamer vroeg ik mij al af of hijzelf ook nog blinde vlekken had. Immers daar ontdekte ik dat hij heel veel archetypische beelden verzamelde, maar er niet in geloofde. Nu ruik ik het spoor van een ander facet van Freuds eigen onbewuste, namelijk zijn relatie met zijn dochter Anna. Ze leefde en werkte met hem, bleef tot zijn dood aan zijn zijde en waakte over zijn nalatenschap. Zij was niet alleen zijn kind maar ook zijn patiënt, en later opvolger en bondgenoot. Hun nabijheid was altijd intens en intiem. Niet erotisch, maar emotioneel waren ze sterk vervlochten. Dat roept de vraag op in hoeverre Freud zijn eigen gehechtheid aan zijn dochter zag. Was hij zich wel bewust dat zijn intense relatie met Anna, haar individuatie zou beperken?
Anna bleef na zijn overlijden in 1939 in het huis wonen, tot 1982. Het huis is daardoor niet alleen een monument van Freuds werk, maar ook een monument van hun gedeelde leven. Ze trouwde nooit en richtte haar leven in rond haar vaders fysieke en intellectuele nalatenschap. In psychologische termen doet dit sterk denken aan een Elektra-binding: een dochter die haar emotionele oriëntatie sterk op de vader richt en daardoor weinig ruimte ontwikkelt voor andere intieme verbindingen. Zijn leerling Jung gebruikte dit begrip, Freud zelf verwierp het, maar juist daarom intrigeert het.
In dat licht krijgt ook haar relatie met haar moeder een andere kleur. De verhouding tussen Anna en Martha Freud wordt vaak beschreven als correct maar koel, niet vijandig maar ook niet warm. Dat past in het klassieke patroon waarin sterke vaderidentificatie gepaard kan gaan met emotionele afstand tot de moederfiguur. Het huis en haar levenslange verbondenheid met haar vader (ook na zijn dood) en de wederzijdse loyaliteit, maken de Elektra-verhouding voor mij voelbaar, maar zo wilde of kon Freud dat niet zien. Ook al wees Jung hem daar indirect duidelijk op.
Freud werd beroemd om zijn Oedipuscomplex, de jongen die verliefd was op zijn moeder, maar sceptisch stond tegenover een symmetrische vrouwelijke tegenhanger, zoals Jung dat zag, het zogenaamde Elektracomplex. Volgens Freud verliep de vrouwelijke ontwikkeling niet als spiegelbeeld van de mannelijke ontwikkeling, waardoor hij zich niet kon vinden in Jungs idee van het Elektracomplex. Daarmee bleef de vader-dochterdynamiek in zijn eigen leven en theorie relatief onderbelicht. Anna ging bij haar vader in analyse, iets dat vandaag de dag niet meer als acceptabel zou worden gezien.
Terwijl ik door het huis liep, dacht ik aan Freuds breuk met Jung. Vaak is de breuk geduid als theoretisch conflict, maar hier voelde ik dat het niet alleen om theorie ging, maar ook om de persoonlijke betekenis ervan in het leven van Freud. Freud was niet zo autonoom als hij dacht te zijn en hechtte aan zijn deels onbewust gebleven verlangens.
Het huis in Londen laat zo niet alleen de denker zien die het onbewuste van heel veel mensen blootlegde, maar ook de mens die, zoals ieder van ons, mogelijk niet alles van zichzelf kon doorgronden. Daar ligt voor mij ook een zenvolle les. Wie te veel naar anderen kijkt, loopt het risico zichzelf uit het oog te verliezen. Daarom houden we ons in de zentraditie niet te veel bezig met analyseren van wat de ander verdringt, maar staan we vooral stil bij wat zich hier en nu in ons afspeelt. Werkelijke vrijheid ontstaat niet door alles te analyseren of te begrijpen, maar door niets meer te hoeven vasthouden, ook niet ons gelijk, onze theorie of onze rol.
Toen ik het huis verliet, bleef bij mij de gedachte hangen dat niemand zichzelf geheel kan kennen en er geen theorie is die alles verklaart. Dat is geen tekortkoming, maar een gegeven dat ons leven menselijk maakt. De uitnodiging is eenvoudig en radicaal tegelijk: schijn het licht niet alleen op de wereld, maar evenzeer naar binnen. Want wie zijn eigen blinde vlek leert zien, hoeft die van een ander minder fel te bestrijden.