ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Je neus snuiten in Japan
Door Bernadette Sōshin Kester /
Zen.nl Rotterdam /
Zen.nl Gouda / 18 december 2025
Hieronder Bernadette's verslag van haar geslaagde Japan-zentuinen-studiereis afgelopen maand onder leiding van Jeroen Verstappen. Over wat ze gezien, meegemaakt en over wat ze ervan heeft geleerd. Voor de Japanreis in 2026 zijn nog enkele plaatsen vrij, klik hier voor de data.
In november bracht ik samen met een groep van veertien reisgenoten drie weken door in Japan. Reeds een jaar eerder hadden we ons daarvoor opgegeven. Een jaar lang uitzicht op en uitkijken naar de wereld van Japan. Een lang gekoesterde wens ging in vervulling. Ik probeerde me zo goed mogelijk voor te bereiden op dit land met een cultuur die beduidend anders is dan de ons bekende westerse cultuur. Ik verdiepte me in de Japanse geschiedenis en cultuuruitingen, las reisverslagen en ervaringsliteratuur, zag de films die Jeroen, de reisleider, ons aanbeval en bekeek afbeeldingen van Japanse zentuinen. Zo creëerde ik een beeld van Japan, dat behoorlijk tegenstrijdig was. Want we hebben het over een cultuur die veel tradities in stand houdt en die tegelijkertijd de moderniteit voluit omarmt. Een cultuur die opperste verfijning, esthetiek en schoonheid (ook in de zin van netheid en voorkomendheid) samen laat gaan met een sterk gevoel van nationalisme, conformisme, hiërarchie en discriminatie (van vrouwen en minderheden). Waar dit onder meer toe leidde valt te lezen in het boek
Zen at War van Brian Daizen Victoria, de vriendelijke, erudiete zenpriester die ons tijdens de reis twee dagen rondleidde langs tempels, schrijnen en zentuinen van Kyoto.
En dan heb ik het nog niet over het dagelijkse openbare leven met al zijn ‘regels’. Veel van wat ik las en bekeek, vond ik boeiend, en riep ook enige zorg op. Zouden wij daar als westerlingen, zou ik daar, wel aan (kunnen) voldoen? Want, zo viel overal te lezen, Japanners kijken je niet aan; je mag je neus niet snuiten in het openbaar; geen affectie tonen; niet luid zijn; netjes binnen de markeringen op het perron staan; niet eten of praten in het openbaar vervoer; niet lopend eten of drinken in de publieke ruimte; je gaat netjes gekleed over straat, enzovoort. Kortom, wat etiquette betreft kunnen we nog wat leren van de Japanners… Ik dus ook… vooral niet je neus in het openbaar mogen snuiten baarde mij enige zorg. Ik maakte er maar meteen een oefening van en probeerde bewuster mijn neus te snuiten, dat wil zeggen niet uit gewoonte (wat het vooral bleek te zijn), maar wanneer het nodig was. In werkelijkheid werd de soep echter niet zo heet gegeten...
Immers, waar dit eigenlijk over gaat is je kunnen afstemmen op je omgeving. Aanvoelen wat gepast is. Meebewegen met wat je tegenkomt. Waarnemen, beleven zonder oordeel. Zien wat er is en niet wat je denkt dat er is. Typische zenoefeningen. In sommige restaurants is het een lawaai van jewelste, daar mag je ongeremd luid zijn, zo vertelde mijn Japanse vriendin, waar ik nog enkele dagen bij verbleef. Ook als je in gezelschap bent in metro of bus, kun je rustig een gesprek voeren. En zo sneuvelden wel meer do’s en don’ts. Niettemin heb ik intens genoten van de beleefdheid, de service-gerichtheid, de vriendelijke bejegening, de blikwisseling die zo nu en dan plaatsvond, de stilte in de treincoupé, de nette straten én de superschone wc’s, waar je ook bent. Dus hoezeer Japanners (excuus voor de generalisatie) ook op zichzelf lijken te zijn, er is altijd een onuitgesproken aandacht voor de aanwezigheid van de ander, voor de omgeving. Zoals Jeroen zo treffend zei: ‘je kunt een regel (al dan niet bewust) overtreden of negeren en daar dan zelf voordeel mee behalen, maar je (ver)stoort daarmee wel anderen en daarmee de harmonie.’
Meer nog dan in het openbare leven van Japan, ervaarde ik harmonie in de tempels en zentuinen die we bezochten, het centrale thema van deze groepsreis. Is in de soms overweldigende drukte en schijnbare chaos van het Japanse stedelijke leven harmonie niet gemakkelijk te ervaren, de zentuinen ervaarde ik als esthetisch vormgegeven harmonie in optima forma.
Rotsen, bergen, watervallen, meren en oude bomen ziet de Japanner van oudsher als mogelijke verblijfplaatsen van de
kami (natuurgoden). De latere zentuinen (en schrijnen) zijn een gestileerde abstractie van het ontzag voor deze natuurverschijnselen. Ook oude Chinese landschapstekeningen – waarin eveneens veel oningevulde ruimte is – waren een inspiratiebron voor deze tuinen. En zoals ik tijdens de rondleidingen leerde, hadden de rotsformaties, de boompjes, de aangeharkte kiezelstenen, het mos en het water allerlei symbolische betekenissen.

Ik zag de esthetiek van ‘de’ zentuin, maar voelde er aanvankelijk niet zoveel bij. Zelfs niet toen ik oog in oog stond met een van de beroemdste ‘droge’ zentuinen van Japan, de Ryonan-ji (zie foto). Ik stond erbij en ik keek ernaar, liet het beeld van de vijftien quasi willekeurig geplaatste rotsblokken tot me doordringen. De tuin telt vijftien rotsen van verschilend formaat, maar we zien er vaak maar veertien. En het gezegde gaat dat wanneer je alle vijftien in één blik kunt waarnemen, je verlicht bent. Ik werd pas ‘verlicht’ na lang zoeken… De tuin werd een spel. Kinderen van een schoolklas die de tuin bezochten, hadden nog geen voet op de veranda gezet of ze begonnen luidkeels te tellen. Ons moment van stille contemplatie was voorbij…
Dat was anders toen we vóór openingstijd de Tenryu-ji bezochten, een ‘natte’ zentuin, een tuin met uitzicht op een vijver en een door rotsen gevormde waterval, omheind door bomen en struiken in rode, gele en groenen herfsttinten, tegen een heldere strakblauwe ochtendhemel. Een lust voor het oog. We mediteerden op de veranda en ik keek mijn ogen uit. Er was geen sprake van dat ik nu mijn ogen geloken kon houden. Ik zoog wat ik zag in me op. Er was alleen maar ‘kijken’, met ontzag.
Zo verging het mij met de andere zentuinen evenzeer. Ik keek, zag, nam het in me op en voelde niet veel meer dan dat ik aanwezig was. En ik wás aanwezig, ook al leek het soms geen werkelijkheid. Regelmatig kneep ik me in mijn arm: ‘Ik ben in Japan!’ ‘Ik sta hier oog in oog met deze zentuinen!’
Dan verplaatsten we ons weer en verlieten tuin en tempel, op naar de volgende. Was dat het dan? Zijn er nu nog slechts de herinneringsbeelden, de foto’s die resten? Gelukkig zijn die er ook. Ik had echter niet kunnen bevroeden wat het na-effect van deze tuinen zou zijn. Niet tijdens maar vlak ná het bezoek aan de tuinen overspoelde me vaak een gevoel van grote ontroering. Ik vind het nog steeds onverklaarbaar hoe een bepaald esthetisch arrangement van ruimtes en objecten zo’n geluksgevoel teweeg kan brengen. Vorm en leegte – MA! Dat geluksgevoel is er nog steeds, bij het schrijven hierover, bij het bekijken van mijn foto’s of bij het oproepen van de beelden. En bij meer...
Zie ik hier een (positieve) bubbel ontstaan, dacht ik na thuiskomst. Ik voelde weemoed en geluk. Japan is nu een herinnering, in zentermen: een illusie. Ik wilde het nog even niet loslaten; hoe kon ik dit bij me houden, deze ervaringen? De dagelijkse dingen vroegen mijn aandacht. Op een dag – slechts enkele dagen na mijn thuiskomst - zat ik in de trein en keek naar buiten. Op het niemandslandje onder een viaduct, zag ik tussen de betonnen pilaren ineens een zentuin opdoemen: losse struiken, willekeurig gearrangeerd, op een kale onregelmatige ondergrond. Even verderop weer een zentuin: een weiland met witte dotten van schapen, eveneens in bepaalde willekeurige vorm gelegen. Een dag later liep ik door het bos en keek op het pad naar het patroon van de gekleurde herfstbladeren. Ik zag het arrangement van alle bladeren en de afzonderlijke bladeren in een blik. Weer een zentuin. De geribbelde mat in de zendo: een zentuin! Ik realiseer me: Japan heeft me anders laten kijken, laat me anders kijken en voelen,
deze reis, de zentuin, biedt me nieuwe perspectieven. Dat is wat ik heb geleerd: de wereld is de wereld én de wereld is een zentuin!