whatsapp

 
 

Klik hier en ontvangons wekelijks online magazine

ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven




Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, Rients Ranzen Ritskes, zenmeester, film Kokuho, Boeddhistisch, Japan, zencultuur, vrijheid, theeceremonie, zenklooster, sesshin, verlicht, concentratie, commitment, schoonheid, aandacht, levenservaring, ideaal, ego, verlangen, wabi-sabi, vergankelijkheid, vertragen, discipline, lijden, mededogen, wijsheid


Kokuho, wel Zen niet Boeddhistisch



Door Rients Ritskes / Zen.nl Nederland / Zen.nl Nijmegen / 15 oktober 2026

Afgelopen week zag ik de Japanse film Kokuho. De film gaat niet over zen, maar is er helemaal van doortrokken. Dit zengehalte maakt elke seconde van deze lange film de moeite waard. Meer dan tien keer bezocht ik Japan. Japan is de bakermat van de zencultuur zoals wij die kennen, maar ook de bakermat van typisch Japanse theaterkunst Kabuki en daarover gaat deze film. Het verhaal gaat over compromisloze overgave voor een ideaal, maar welk ideaal is zo’n overgave waard?

Kokuho betekent ‘nationale schat’ en is de hoogste onderscheiding die kunstenaars in Japan kunnen krijgen. De bijna drie uur durende film van regisseur Lee Sang-il speelt zich af in de wereld van het Kabuki-theater. Kikuo, de hoofdrolspeler is de zoon van een vermoorde Yakuza-baas en wordt als jongen opgenomen in het gezin van een beroemde Kabuki-acteur. Samen met diens zoon Shunsuke wijdt hij zijn leven aan deze eeuwenoude Japanse toneelkunst. Kikuo en Shunsuke worden als echte broers. In Kabuki worden ook de vrouwenrollen door mannen gespeeld. De acteurs moeten daarom niet alleen hun tekst en choreografie beheersen, maar hun gewone manier van bewegen volledig leren loslaten. Iedere blik, stap en beweging van de hand is jarenlang geoefend, waardoor het spel uiteindelijk volkomen natuurlijk lijkt.

Daarin zit een van de belangrijke zenlessen uit de film: vrijheid ontstaat niet door zomaar te doen wat in je opkomt, maar door langdurig oefening. Zoals wij zen de theeceremonie hebben en het eindeloos oefenen op het meditatiekussen, zo herhalen de acteurs eindeloos dezelfde passen en gebaren. Niet om vast te leggen, maar om op een dag zo vrij te kunnen bewegen dat de techniek onzichtbaar wordt. Dat je één wordt met de beweging.

Of verlicht, of invalide

Die compromisloze toewijding deed mij denken aan mijn verblijf in Japan. Ik was er voor het eerst in 1982. Toen verbleef ik er vijf weken in een zenklooster in de bergen nabij Mishima. Maar ik vond die vijf weken te kort en besloot voor langere tijd in een Japans zenklooster te willen trainen. Daarom werkte ik vanaf mijn terugkomst tot en met augustus 1986 hard en spaarde zo veel ik kon. Japan was een duur land en Merel was bereid met mij mee te gaan. Zij kreeg uiteindelijk een goede beurs en een plaats aan een Japanse universiteit; ik zou er naar het klooster gaan. Nadat ik ervoor had gezorgd dat Merel goede huisvesting had in Hiroshima, vertrok ik naar Kyoto. We namen afscheid en ik zou vijf maanden wegblijven en we zouden elkaar ondertussen niet schrijven of bellen. Mijn eerdere verblijf in het klooster in Mishima had mij geleerd dat het schrijven van brieven veel te veel afleidde van de zentraining, dus vandaar.

Ik Kyoto kostte het mij vervolgens onverwacht veel moeite om het beoogde klooster binnen te komen. Ik werd dagenlang afgewezen, maar doordat ik volhield, werd ik na ruim een week uiteindelijk toegelaten. Enkele dagen erna begon de eerste zware sesshin. We kregen weinig eten, de slaapmat was te kort voor mij, het was koud en ik kreeg nauwelijks slaap en we mediteerden bijna 18 uur per dag. Mijn oude knieblessure begon ernstig op te spelen en werd zo pijnlijk dat ik bang was mijn knie blijvend te beschadigen. Ik was in gedachten de hele dag met mijn knie bezig, ook doordat we de godganse dag met gekruiste benen op de grond moesten zitten. Niet alleen tijdens het mediteren, maar ook tijdens de lezingen en alle maaltijden zaten we in de hele of halve lotus. De pijn werd zo hevig en mijn knie zo stijf dat ik er kreupel van liep. Op de derde dag van mijn eerste sesshin in Kyoto kon ik niet langer en gaf de strijd op. Zeer teleurgesteld verliet ik het klooster. Zo stond ik, twee weken na ons dramatisch afscheid alweer voor Merel, die reageerde met: ‘Ben je daar nu alweer?’ En ze had gelijk, dit was niet de bedoeling. Daarvoor hadden we in Nederland niet alles achtergelaten. Daarvoor waren we niet samen naar Japan gegaan.

Ik besloot vervolgens intens aan mijn conditie te gaan werken. Tien weken lang deed ik tuinwerk rond het huis waar Merel verbleef, wandelde dagelijks naar een nabijgelegen zentempel in de bergen. Het tuinieren, de wandelingen en het in mijn eentje mediteren in de zentempel deden mij goed. Na op adem te zijn gekomen en mijn conditie op peil te hebben gebracht wilde ik opnieuw proberen in het klooster in Kyoto te worden toegelaten. Bij dit tweede vertrek zei ik tegen Merel: ‘Nu kom ik óf verlicht óf invalide terug, maar niet opnieuw onverlicht én niet-invalide.’ Merel voelde dat ik het meende en reageerde nuchter: ‘Dat is dan afgesproken.’

Zo vertrok ik opnieuw: ik verbleef er langere tijd en deed er meerdere sesshins, inclusief een Rohatsu, de zwaarste sesshin van allemaal. Vooral in het begin had ik nog veel last van mijn knie, maar geleidelijk werd de pijn minder en mijn concentratie groter. De ervaringen en inzichten die ik opdeed in het klooster, zijn tot op de dag van vandaag een bron van energie en inspiratie. Deze herinnering kwam op tijdens de film, waarin de hoofdpersonen heel regelmatig voor vergelijkbare keuzes staan en nog veel erger op de proef lijken te worden gesteld dan ik dat voelde. Daarover gaat deze film, hoeveel commitment is nodig om je rol in het leven echt goed te kunnen spelen?

De prijs van meesterschap

Ik moest tijdens Kokuho regelmatig denken aan die jonge versie van mezelf. De hoofdpersoon Kikuo beschikt over uitzonderlijk talent, maar talent alleen blijkt niet genoeg. Hij moet vaak vallen, verdragen, opnieuw beginnen en vooral blijven oefenen. Zijn ontwikkeling gaat over het zenbegrip shugyō: zo intensief oefenen dat niet alleen een vaardigheid, maar de hele mens wordt gevormd. De vraag is niet langer of je iets goed kunt. De vraag is wie je door het oefenen wordt. De film laat schitterend zien hoe levenservaring en aandacht schoonheid voortbrengen. De kostuums, de beschilderde gezichten, het licht, de muziek en de beheerste bewegingen maken van vrijwel ieder filmbeeld een kunstwerk. Toch voelt die schoonheid nergens als versiering. Zij is het resultaat van de totale toewijding in deze film. De acteurs proberen, net als in zen, volledig samen te vallen met wat ze doen. De danser verdwijnt in de dans en is werkelijk één met wat hij doet.

Maar Kokuho romantiseert die toewijding niet. De film laat ook zien wat ervoor wordt opgeofferd: liefde, vriendschap, familie en soms zelfs menselijkheid. Kikuo wil niet alleen een goed acteur worden. Hij wil de beste worden. Daarmee stelt de film een wezenlijke vraag: hoeveel mag een mens opofferen voor een ideaal? Ik was bereid mijn knie op te offeren, maar is dat verantwoord? De uitspraak dat ik óf verlicht óf invalide zou terugkomen, klinkt misschien dramatisch, maar in de film is het allemaal nog vele malen dramatischer. Evenwel voel ik nog altijd de kracht van die volledige overgave. Zonder mijn enigszins fatalistische inzet had ik deze kloostertraining in Kyoto niet volgehouden. Ware oefening vraagt om de durf het ego los te laten, maar het verlangen om verlicht, beroemd of de allerbeste te worden kan ook een geraffineerde vorm van ego zijn. De vraag is wat je diepste intentie is wanneer je alles op het spel zet.

De verhouding tussen Kikuo en Shunsuke maakt dat pijnlijk zichtbaar. De een heeft het uitzonderlijke talent, de ander de familienaam en de bloedlijn. Ze zijn vrienden, broers en rivalen. Ze bewonderen elkaar en hebben elkaar nodig en staan elkaar steeds weer in de weg.

Ook is er in de film veel wabi-sabi: schoonheid die niet ondanks, maar dankzij vergankelijkheid en gebrokenheid ontstaat. De volmaakte voorstelling komt niet voort uit een volmaakt leven. Juist ziekte, verlies, jaloezie en mislukking krijgen op het toneel een nieuwe vorm. Het persoonlijke lijden verdwijnt niet, maar wordt omgevormd tot iets wat anderen kan raken. Kikuo vraagt de duivel hem de beste kabuki-acteur van Japan te maken, waar hij dan bereid was alles wat hij had los te laten. Alles opofferen voor de kunst.

Een van de meesterlijke aspecten van de film Kokuho is het tempo. In een tijd waarin films en filmpjes ons voortdurend met nieuwe prikkels proberen vast te houden, durft deze film te vertragen. De camera blijft kijken. Je maakt echt kennis met Kabuki-kunst. Een hand wordt opgetild, een hoofd draait, een voet schuift over het toneel. Maar door de vertraging zie en ervaar je veel meer. Is dat ook niet wat meditatie ons brengt: in minder meer ervaren?

Kokuho is geen film over zen. Het is een film over kunst, ambitie, vriendschap, afkomst en de hoge prijs van meesterschap. Maar onder al die thema’s stroomt dezelfde vraag die ook in de zentraining steeds terugkeert: durf je je zo volledig aan iets wijden dat je zelf, ten minste voor even, uit beeld verdwijnt? En hoe kom je na die ervaring terug? Kokuho is een absolute aanrader. Bijna drie uur lang en wat mij betreft geen seconde te veel.

Toch is een waarschuwing op zijn plaats. Kokuho is doortrokken van zenvolle wijsheden, maar bepaald geen Boeddhistische film. Kikuo bereikt door zijn concentratie, discipline en overgave het hoogste in zijn kunst, maar veroorzaakt daarbij ook veel lijden, bij zichzelf en vele anderen. In het Boeddhisme draait het niet alleen om aandacht, concentratie, oefening en eindeloze toewijding, maar vooral om medemenselijkheid, wijsheid en mededogen. Niet om prestatie maar om inzicht. Niet om de beste te worden, maar om het lijden te doorzien en te verminderen, bij jezelf en bij anderen.