whatsapp

 
 

Klik hier en ontvangons wekelijks online magazine

ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven




Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, Rients Ranzen Ritskes, zenmeester, geloven, kijken, boeddhisme in alle eenvoud, Steve Hagen, boeddhisme, overtuigingen, oefening, aandacht, werkelijkheid, lijden, bijzonder, verlichting, kijken


Niet geloven, maar kijken



Door Rients Ritskes / Zen.nl Nederland / Zen.nl Nijmegen / 8 september 2026

In veel groepen voor gevorderden wordt deze of volgende week begonnen met het bespreken van het boek Boeddhisme in alle eenvoud. Daarom hier een korte inleiding over de achtergrond van dit boek en de auteur.

Steve Hagen was nog maar zeven of acht jaar oud toen een vraag bij hem opkwam die hem zijn verdere leven niet meer zou loslaten. Later omschreef hij die vraag zo: ‘Ik wilde weten wat er werkelijk gaande was en me niet voor de gek laten houden.’ Het klinkt ongewoon ernstig voor een kind, maar in deze woorden ligt al de kern van zijn bekendste boek, Boeddhisme in alle eenvoud.

Hagen wilde niet geloven wat anderen hem vertelden. Hij wilde zelf leren zien wat waar was.

Dat verlangen bracht hem niet direct in een zenklooster. Hij werkte onder meer als wetenschappelijk onderzoeker voor de Universiteit van Minnesota en de staat Alaska en doceerde later religie aan het St. Olaf College. Die wetenschappelijke achtergrond is in zijn boeken goed herkenbaar. Hagen redeneert nauwkeurig, stelt scherpe vragen en neemt geen genoegen met verklaringen die alleen maar geruststellend klinken.

In 1967 begon hij zich serieus in het boeddhisme te verdiepen. Acht jaar later werd hij leerling van de Japanse zenmeester Dainin Katagiri, die zich in Minneapolis had gevestigd. Hagen studeerde vijftien jaar bij hem, werd in 1979 tot zenpriester gewijd en ontving in 1989 dharmaoverdracht: de formele erkenning dat hij zelf bevoegd was de zenweg door te geven.

De werkelijkheid vóór onze gedachten

In 1997 verscheen Buddhism Plain and Simple, in het Nederlands vertaald als Boeddhisme in alle eenvoud. Het werd een internationale bestseller. De titel klinkt alsof Hagen het boeddhisme vooral begrijpelijk wilde maken voor beginners. Maar zijn eenvoud gaat verder. Hij probeert door te dringen tot wat er van het boeddhisme overblijft wanneer we alle exotische beelden, ingewikkelde theorieën en geruststellende overtuigingen even opzijzetten.

Dan blijft volgens hem geen geloof over, maar een oefening in aandacht.

Wij verwarren onze gedachten over de werkelijkheid gemakkelijk met de werkelijkheid zelf. We denken dat we weten wie we zijn, hoe de ander in elkaar zit en wat er morgen zal gebeuren. Vervolgens reageren we niet meer op wat er werkelijk gebeurt, maar op het verhaal dat we daarover in ons hoofd hebben gemaakt.

Dat is volgens Hagen een belangrijke bron van lijden. Gedachten zijn nuttig en onmisbaar, maar problemen ontstaan wanneer we ze aanzien voor de waarheid. Het boeddhisme vraagt daarom niet allereerst: wat geloof je? De wezenlijke vraag is: wat neem je op dit moment werkelijk waar?

Een dwarse zenleraar

Hagen trekt die benadering consequent door. Zelfs traditionele boeddhistische opvattingen behandelt hij niet automatisch als onaantastbare waarheden. Zo plaatst hij vraagtekens bij een letterlijke opvatting van reïncarnatie. Wanneer er volgens de Boeddha geen blijvend, onveranderlijk zelf bestaat, wat zou er dan precies van het ene naar het andere leven verhuizen?

Daarmee maakt Hagen het zichzelf niet altijd gemakkelijk. Maar juist hierin blijft hij trouw aan zijn oorspronkelijke vraag: hoe voorkom ik dat ik mezelf voor de gek houd? Boeddhisme is voor hem geen verzameling antwoorden waarmee alle onzekerheid verdwijnt. Het is een manier om wakker te blijven te midden van die onzekerheid.

Hij maakt daarbij een scherp onderscheid tussen denken en zien. Denken verdeelt de wereld in ik en ander, goed en fout, winst en verlies. In de directe ervaring zijn die grenzen vaak veel minder absoluut. Het geluid van een vogel, een pijnlijke knie of de ademhaling is er al voordat we er een oordeel over vormen. Zenmeditatie leert ons dat korte maar beslissende moment herkennen.

Niets bijzonders

In hetzelfde jaar waarin zijn bekendste boek verscheen, richtte Hagen in Minneapolis het Dharma Field Meditation and Learning Center op. Opvallend genoeg bleef hij onafhankelijk van formele boeddhistische organisaties en hiërarchieën. Ook daarin herkennen we zijn afkeer van alles wat tussen de mens en de directe ervaring kan komen te staan.

Wie bij Hagen verlichting zoekt als een spectaculaire toestand, komt waarschijnlijk bedrogen uit. Wakker worden gebeurt volgens hem niet ‘ooit’, ‘ergens anders’ of wanneer we eindelijk goed genoeg gemediteerd hebben. Het kan alleen hier gebeuren, tijdens het lezen, afwassen, autorijden of luisteren naar iemand met wie we het oneens zijn.

Daarmee klinkt zijn boodschap eenvoudig. Maar voortdurend aanwezig zijn bij wat er werkelijk gebeurt, blijkt moeilijk genoeg. We kunnen kilometers autorijden zonder werkelijk gezien te hebben waar we reden. We kunnen met iemand praten terwijl we vooral bezig zijn met wat we straks zelf willen zeggen. We kunnen mediteren terwijl we in gedachten werken aan een betere versie van onszelf.

Hagen brengt ons steeds terug naar hetzelfde punt: niet naar wat we hopen te bereiken, maar naar wat zich nu al voordoet.

Het boek voegt niet nóg meer overtuigingen toe aan alles wat we al denken te weten. Het nodigt ons uit iets weg te laten. Even geen verklaring, geen oordeel en geen mooi verhaal. Alleen kijken. En daarna nog eens kijken.