Klik hier en ontvangons wekelijks online magazine
ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven

Niet verdrietig mogen zijn
De zus die ik nooit echt heb gekend
Ik was een baby toen mijn zus Ilse verongelukte. Ik heb haar dus niet bewust gekend. Ik kan me haar niet herinneren in de zin van hoe ze was, wat ze deed, wat haar lievelingskleur was en hoe ze praatte, rook of liep. En of ze lief was voor mij, haar babyzusje. Mijn ouders vertelden maar weinig verhalen over haar. De diepe en traumatische krater van verdriet door haar plotselinge dood was te groot. Ze konden niet meer over haar praten, bang om ten onder te gaan aan hun verdriet. Toch was ze er wel, steeds op de achtergrond, een beetje als een geest. Er waren verwachtingen geweest en hoop. Deze energie heeft grote invloed op mijn leven gehad, zowel bewust als onbewust. Het verdriet van mijn ouders had natuurlijk ook zijn weerslag op mij. Hun angst dat mij iets zou overkomen was altijd aanwezig. Bijvoorbeeld als ik later thuiskwam dan we hadden afgesproken — het laat zich raden welk pubergedrag bij mij de overhand had. Maar er waren ook hun verwachtingen dat ik het beste leven moest leiden, de hoogste opleiding zou volgen en het ideale gezin zou stichten. Het beste leven voor mij in hun ogen, maar misschien ook het leven dat ze voor Ilse hadden gehoopt.De geest uit de fles
Drie jaar geleden, toen ze al bijna tachtig was, volgde mijn moeder EMDR-therapie om de dood van Ilse eindelijk te verwerken. Mijn vader was, zoals altijd, haar steun en toeverlaat. En het werkte. Eindelijk was de geest uit de fles. Ilse was er. Ze mocht er, ondanks haar dood, weer zijn. Wat een opluchting, voor iedereen. En zeker ook voor mij. Je weet pas wat er van je afglijdt als je het niet meer hoeft te dragen. Maar nu was het ook mijn beurt. Ik moest verwerken dat alle energie rondom Ilse een enorme weerslag had gehad op mijn leven. Die weerslag was ongrijpbaar en onbenoemd. Ik schreef een afscheidsbrief aan haar, om die weerslag voor mijzelf te kunnen duiden en om me los te maken van haar onbedoelde invloed op mijn leven. Daarbij gebruikte ik de methode van meditatief schrijven. Je zet je pen op papier en laat de woorden komen. Niet letten op grammatica of vorm, niet stoppen en teruglezen. Ik schreef door tot ik voelde dat het genoeg was. Tijdens het schrijven kwamen emoties los, maar omdat ik doorschreef, werkte het net zoals bij meditatie: ik ervoer de emoties, maar ging niet mee in het emotionele verhaal. Ik liet ze weer los en schreef verder met de woorden die uit mijn pen stroomden.Mijn veilige ongemak-oefenplek
Met het schrijven van de afscheidsbrief, maar zeker ook door alle meditatiemomenten die daaraan voorafgingen, realiseerde ik me dat het please-gedrag waar mijn moeder op wees mijn oerbubbel is. In mijn eerste levensjaren hadden de belangrijkste mensen om mij heen zoveel verdriet, waren zo wanhopig, ik was letterlijk hun levenslijn. Dus zorgde ik er zoveel mogelijk voor dat ze zich niet nog ellendiger zouden voelen. Misschien voelden ze zich zelfs een klein beetje beter door iets wat ik deed, of niet deed. Mijn voelsprieten voor hoe ik ervoor kon zorgen dat een ander zich goed voelde groeiden snel. Maar ook mijn oerbubbel groeide hard en grondig mee: niemand in mijn omgeving mag zich oncomfortabel voelen. Geen verdriet, geen ongemak, niet gekwetst zijn, geen verwarring. En al helemaal niet door mijn toedoen. Als dat wel gebeurt, wil ik het meteen oplossen en wegpoetsen, ook als het niets met mij te maken heeft. Want van het ongemak van de ander word ik heel ongemakkelijk. Ik mediteer inmiddels zo’n acht jaar en heb verschillende sesshins gedaan. Een behoorlijke portie discomfort, zou je zeggen. En juist dat ongemak, iets waar ik anders zo snel mogelijk van weg beweeg, heeft me gebracht dat ik rustiger ben geworden en minder gevoelig voor de stemming van een ander. Ik kan steeds beter nee zeggen en voor mijzelf kiezen, zonder me te verontschuldigen. Mijn kussen is mijn veilige ongemak-oefenplek. Nu ik me realiseer waar mijn please-gedrag en het voorkomen van ongemak vandaan komen, kan ik langzaam kleine kijkgaatjes in mijn oerbubbel maken. Het please-gedrag is niet langer helpend. Niet voor mij, maar ook niet voor de ander. Soms zijn er momenten dat het goed is om je niet goed te voelen. En dat even zo te laten. Niets doen, niets veranderen, alleen ermee zijn. De essentie van mijn oefening is voorlopig: kan ik comfortabel zijn met discomfort? Op mijn meditatiekussen oefen ik nu iets wat in ons leven lange tijd onmogelijk was: ongemak laten bestaan zonder het onmiddellijk weg te nemen.Aanbevolen links:
→ Abonneerpagina
→ Zen Incompany
→ Zen.nl winkel
ZenActueel nieuwe artikelen
Disbalans in hersenhelften en zen
De lariks die mijn ogen opende
Wie moet ik helpen?
Binnen trainen, buiten winnen
Trots, verwaandheid of goddelijk?
Dansen met de dood
 

