ZenActueel:
Iedere dag inspiratie voor een zenvol leven
Ben ik misschien toch geen bitch?
Door Anna Olthof /
Zen.nl Rotterdam / 28 april 2026
Anna deed de natuursesshin en dat werd onverwachts een emotionele achtbaan.
Er was lang geleden een tijd dat ik dacht dat het goed zou komen. Dat mensen, als ze eenmaal beter wisten, ook beter zouden doen. Dat we inmiddels toch wel begrepen hebben wat verstandig is en wat niet. Naar de Kringloop in plaats van naar de Primark. Met de trein naar Berlijn in plaats van het vliegtuig naar Dubai. Ik wist dat de aarde in de problemen zit, maar ik geloofde in een goede afloop. Langzaam begon dat geloof barstjes te vertonen. Want ik zag ook wat er werkelijk gebeurde. Mensen gingen nog steeds liever naar de Primark en pakten toch het vliegtuig naar Dubai. En met elke keer dat ik dat zag, schoof mijn vertrouwen een stukje verder weg. Wat heeft het dan eigenlijk allemaal voor zin?
De volgende natuursesshin o.l.v. Dirk Polder is van 24 t/m 28 augustus 2026.
Klik hier voor meer informatie aan aanmelding
Mijn geloof in een goede afloop glipt als zand door mijn vingers en ik word bang. Bang dat het overal te laat voor is. Ik verdiep me in wat ik wél kan doen, maar daardoor kom ik alleen maar meer ellende tegen en zak steeds dieper in de put. Tot ik de bodem raak en een besluit neem. Ik kan de aarde niet redden, maar ik kan wel proberen zelf zo min mogelijk schade toe te brengen. Naar de Kringloop gaan. Met de trein naar Berlijn. En verder wil ik er niets meer over horen. Ik wil niets lezen, ik wil niets kijken, ik wil er niet over praten. Ik wil niet nog een keer wegzinken in die put van wanhoop. Het valt niet mee om alles te ontwijken, maar ik word er steeds beter in. Ik vergrendel van binnen gewoon een deur. Het werkt prima.
Tot er iets misgaat. Ik heb me ingeschreven voor de herfstsesshin, maar door omstandigheden op mijn werk moet ik me weer uitschrijven. De week ervoor is er een natuursesshin - ook goed. Lekker tussendoor naar buiten, misschien is dat wel veel beter. Een week voor de sesshin lees ik pas het thema: ‘al het werk is klimaatwerk’. Mijn hart staat even stil. Een sesshin over klimaat? Dit kan niet waar zijn. Ik overweeg even om niet te gaan, maar uiteindelijk ga ik toch. Vol weerstand en tegenzin weliswaar.
Tijdens de eerste teisho voel ik mijn interne deur nog steviger vergrendelen. Ik zet me af. Maak in mijn hoofd alles en iedereen belachelijk. In de middag moeten we berkenboompjes en dennenboompjes uit de hei verwijderen. Blijkbaar zijn er allemaal mensen die grote moeite hebben om die ‘babyberkjes te vermoorden’. Ik lach ze uit, in mijn hoofd. Watjes. Waar denk je dat die meditatiebankjes van gemaakt zijn? Niemand is veilig voor mijn constante stroom commentaar. Ondertussen zie ik mensen driftig in schriften schrijven. Ik weet zeker dat ze het ene inzicht na het andere hebben. Bij mij komt er niks. Behalve dan de ontdekking dat ik echt een bitch ben. Mijn vraag tijdens dokusan is dan ook heel toepasselijk: wat doe ik hier? Het tweede deel van mijn vraag houd ik toch maar voor me (en waarom ben ik eigenlijk zo’n bitch?).
En als ik denk dat het allemaal niet erger kan, krijgen we die middag de uitnodiging om met de natuur te gaan praten. Ik loop hoofdschuddend langs de bomen. Ik stel me voor dat ik een van mijn meest nuchtere vriendinnen uitleg wat ik nou eigenlijk doe op zo’n sesshin: ‘nou ja, gewoon heel vaak in dezelfde houding op een kussen zitten. Tot alles verschrikkelijk veel pijn doet. ’s Avonds komt er dan iemand langs om je met een lat op je rug te timmeren. Dat doet ook wel een beetje zeer, maar dat is dan ook wel weer lekker. En in de middag dus de hei op en dan eh, contact maken met de planten en de bomen en de dieren. Met ze praten enzo. Ja. Dat soort dingen.’ De rest sta ik denk ik aan de vriendelijke dame van de crisisdienst uit te leggen. De dame die me rustig vraagt of ik nuchter ben, of ik misschien iets gespoten, geslikt heb?
Maar er begint iets te kraken en het is geen omvallende boom. Tijdens een volgende teisho deelt iemand iets wat mij raakt. Mijn innerlijke zeikerd haalt direct adem om de vrouw in kwestie met de grond gelijk te maken. Maar ik ben haar voor, dat monster binnen in mij, en tik op haar schouder. Ze draait zich verschrikt om. Ik kijk haar aan, schud langzaam mijn hoofd, zeg: ‘doe maar even niet’ en ze valt stil. Dan zie ik dat ik misschien wel helemaal niet zo’n bitch ben, alleen bang. Ik probeer mezelf alleen maar te beschermen. Als mensen praten in de taal van hun hart, kan er maar één luisteren en dat is mijn eigen hart. En daarom luister ik niet. Daarom schop ik iedereen aan de kant. Omdat ik bang ben voor mijn eigen hart. Maar nu begint het dus te kraken en het geluid zwelt aan tot de vergrendeling het uiteindelijk begeeft. Er stroomt een rivier verdriet naar buiten waar geen einde aan lijkt te komen. Verdriet en tranen. En dan nog meer verdriet en tranen. Ik heb geloof ik wat in te halen. Als ik denk dat ze op zijn: nog meer tranen. En dan ook vreugde, boosheid, verwarring, stilte, liefde. Dingen wegstoppen is dus toch niet echt mogelijk. Het is er altijd allemaal. En alles wil gevoeld worden. Op de een of andere manier heb ik mezelf wijs gemaakt dat ik dingen die ik liever niet wil zien kan bedekken. Maar we kunnen maar één ding bedekken en dat zijn onze ogen. Ons hart. Nu is de deur krakend in beweging gekomen en begint er weer iets te stromen. Waar het naartoe wil weet ik nog niet, maar dat geeft niet. Het enige wat ik weet is dat ik de stalen kluisdeur wil vervangen door wat Dirk (die de sesshin begeleidt) zo mooi omschrijft als ‘saloondeurtjes van je hart’. Dirk haalt Joanna Macy aan: als mensen zich openstellen voor de stroom van hun emoties, met inbegrip van wanhoop, schuld, razernij of angst, hebben zij het gevoel dat er een last van hen afvalt. ‘Door de pijn binnen te gaan, verschuift er iets fundamenteels; er vindt een ommekeer plaats’. Ik kan het alleen maar beamen.
De laatste dag van de sesshin gaan we nog eenmaal de natuur in. Ik zie iemand de hei over huppelen. Een ander klimt in een boom. Weer een ander omhelst er een, praat ertegen. Ik heb geen enkele behoefte meer om ze belachelijk te maken. Benijd ze misschien wel om hun moed. Zelf eindig ik liggend in de hei, als een zeester. En ik kijk naar de wolken die voorbij drijven.
Even denk ik nog: is dit niet hoe hersenspoelen werkt? Maar dan denk ik: als deze hersenspoeling tot gevolg heeft dat de deur van mijn hart weer op een kier is gezet, dan teken ik ervoor.
Bron: Macy, Joanna (2022).
Actieve hoop. p. 83