zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, RientsRitskes, zenmeester, Hans van der Vleuten, succes, rijkdom, nieuwsgierig, niet voldoen, overspannen, vermijden, onzeker, autoriteitsprobleem, reflecteren, zelfhulp, beloning, rust, angst, superieur, stress, sesshins, pleasegedrag, buitenbeentje, karma, geluk, luisteren, vertrouwen, loslaten


Hans van der Vleuten



Walter Jacobs / Zen.nl Breda, Zen.nl Eindhoven en Zen.nl Den Bosch

Ter gelegenheid van de benoeming van tien zenmeesters op 26 september jl. verscheen een boek met de spirituele portretten van de nieuwe zenmeesters binnen Zen.nl. Eén van hen is Hans van der Vleuten. Hieronder het in dit boek gepubliceerde hoofdstuk over Hans, opgetekend door Walter Jacobs.

Dè kunde gij wel jongen
De wijk, het huis, de tuin, alles wijst op succes. De zendo, in eigen tuin gebouwd, komt voort uit rijkdom, zowel materieel als spiritueel. Hans van der Vleuten, geboren Brabander, neergestreken in Lochem, is hier de zenmeester. Samen met zijn vrouw Ellie, met wie hij samen is sinds hun studietijd in Wageningen, managet hij Zen.nl Lochem. Daar begeleidt hij – samen met andere zenleraren – groepen, leidt hij zenleraren op en coacht hij mensen. Hij startte in 2014 met deze Zen.nl locatie en zoals veel in het werkzame leven van Hans werd het ‘goud’. Je vermoedt een geplaveide weg, zonder hobbels, geen vuiltje aan de lucht. Schijn bedriegt. “Ik heb mij lang enigszins een outcast, een buitenstaander, gevoeld.”

“Ik stel niet veel voor”
Hans van der Vleuten is decennialang succesvol geweest in de agrifoodsector. Als manager in een veevoederbedrijf, commercieel directeur van een kippenslachterij en uiteindelijk als eindverantwoordelijk directeur-bestuurder van een coöperatieve kuikenbroederij heeft hij zijn ondernemerskwaliteiten ten volle weten te ontwikkelen. Als kind al was Hans nieuwsgierig. “Ik hou van nieuwe werelden, mensen, een andere kijk op dingen. Ik trek er graag op uit. Ik ben een soort verkenner maar blijf dan ook een beetje een buitenbeentje.” Hij kon makkelijk leren en op zijn zeventiende vertrok hij van het Brabantse Son naar universiteitsstad Wageningen. “Een totaal andere wereld. Ik reisde voor de eerste keer met de trein. Ik voelde toen juist een verbondenheid, met thuis, met mijn broers en zus, mijn vrienden. Ik had HBS gedaan, zij LTS, maar ze waren minstens even intelligent.”

In de carrière die volgde groeide, parallel aan het succes, het onbestemde gevoel van ‘niet voldoen’. “Het werd steeds erger.” Om dit gevoel voor te blijven ging Hans steeds harder werken. 70/80 uur per week was geen uitzondering. “En alles wat ik deed werd goud, zo leek het.” Tot hij op zijn 33e “hartstikke overspannen” werd. Het manifesteerde zich in eerste instantie op Hemelvaartsdag 1987 toen zijn achillespees knapte bij een voetbaltoernooi in zijn woonplaats Boxmeer. Hans sliep vervolgens tien dagen en bleef drie maanden thuis.

Sinds zijn vroege jeugd leefde Hans al in een spagaat. “Ik vond mijzelf weinig of niets voorstellen en ik wilde erbij horen.” Omdat hij vond dat hij niet veel voorstelde, was zichzelf voorstellen een hele opgave. Een vicieuze cirkel, voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat Hans scheel kijkt. Van jongs af was het moeilijk om mensen aan te kijken en daarom ging Hans dat vermijden met een chronisch gevoel van ‘erbuiten staan’ tot gevolg. Dit werd bovendien versterkt doordat zijn zorgzame maar ook zorgelijke moeder die zich ook een outcast, een buitenstaander, voelde. Zijn vader gaf veel vertrouwen, ‘Dè kunde gij wel jongen’, maar tegelijkertijd weinig leiding en richting. Het maakte hem onzeker. Hans had geen duidelijk voorbeeld, moést en mocht het zelf uitzoeken. Het maakte hem krachtig, maar het leverde ook een fors autoriteitsprobleem op. Juist omdat hij geen leiding kreeg.

Al met al bouwde de spanning zich op. “Ik was altijd bloedzenuwachtig als ik mij moest voorstellen of voor een publiek spreken. Dan had ik plankenkoorts, terwijl ik het heel graag deed. En dat werd steeds erger.” Niet alleen de fysieke, maar ook de spreekwoordelijke achillespees was geknapt. Hans kon niet veel meer dan liggen. Hij had nu alle tijd. Om te lezen en te reflecteren.

Zelfhulp
Een van de boeken die Hans aan het denken zette in die periode was: ‘Een toekomst voor u en uw kinderen’ van de bekende Amerikaanse psychotherapeut en schrijver Wayne Dyer. Het belangrijkste inzicht was dat beloning uit jezelf moet komen. Via de boeken van Dyer kwam Hans op het spoor van levenskunstfilosofie. Het bracht hem later in contact met bijvoorbeeld Benedictijns timemanagement, oude Europese kloosterwijsheid vertaald naar onze tijd door filosoof Wil Derkse. Hierbij gaat het meer om het maken van waardevolle keuzes dan om efficiency, zoals Hans gewend was. Wil Derkse wees hem ook op Marcus Aurelius als inspiratiebron, Romeins keizer en stoïcijns filosoof.

Een gewoonte die Hans sinds die tijd van gedwongen rust heeft ontwikkeld, is om iedere ochtend een stukje inspirerende tekst heel aandachtig te lezen. “Dat is een vast ochtendritueel geworden, verdiepend lezen, net als de Benedictijnen.” Een klein schriftje om aantekeningen te maken, ligt altijd in de buurt.

Zo met de steun van Ellie, zijn vrouw, een hoop boeken en zijn eigen gedachten en reflecties hielp Hans zichzelf weer overeind. Hij kon weer naar kantoor. Maar…’s ochtends kreeg hij de auto niet gestart. Paniek! Het begin van een wankele periode. “Ik zag alles zwart, was de controle kwijt. Voelde angst voor terugval bij elk ‘signaal’.” Het lukte hem toch om weer aan het werk te gaan. Het ging wel.

Werken motiveerde de nieuwsgierige Hans altijd, omdat hij er zoveel van leerde. Door zich als commercieel directeur met marketing bezig te houden, ontdekte hij de kracht van symbolentaal. Dit wakkerde zijn belangstelling voor kunst aan en begon kunst te verzamelen.

Hans ging, om de druk wat te verminderen, van een lijn- naar een staffunctie. Hij werd verantwoordelijk voor de kwaliteit in de productieketens van vlees en eieren. Ketens ‘van fok tot kok’ waarin vele ondernemers coöperatief samenwerken. “Typisch voor Noordwest-Europese boeren en ondernemers. Samenwerken in zelfstandigheid. Iedere boer wil de beste zijn, maar onderling concurreren ze niet. Ze helpen elkaar. In lijn hiermee wilde ik in de werkorganisatie ook geen functiebeschrijvingen. Het moest organisch en lerend!” Het beroemde boek ‘De zeven eigenschappen voor effectief leiderschap’ van Stephen Covey was een belangrijke inspiratiebron.

En toen werd hij ontslagen. Hans kwam in een moreel conflict rondom een merkproductketen en gaf aan het anders te willen en niet op de aangegeven weg verder te gaan. “Ik zat er met hart en ziel in en deed het ook goed. Waarom ontslag?” Aanvankelijk heerste vooral de schok, later kwam er meer inzicht. “Ik was altijd een beetje rebels, wilde het zelf doen, wilde wel helpen, maar wist het vaak ook beter. Ook ten opzichte van de ‘bazen’, de hoofddirecties en de commissarissen.

”En ik wilde altijd nieuwe werelden binnen stappen, om te leren en om ‘ze’ iets te leren.” Zo was Hans voor zijn werk een tijd in Japan om te ondersteunen met het ontwikkelen van een voorlichtingsorganisatie voor een mengvoederfabrikant. “Ik luisterde en keek goed, maar voelde me ook wel superieur. Ik wil helpen en denk dan vaak beter te weten wat goed is voor jou dan jijzelf.”

Succes en stress
Het was 1994 en Hans stond op straat. Nou ja, zoals dat gaat in Nederland, hij kreeg een outplacementtraject aangeboden. Hij wilde zo snel mogelijk weer een baan, maar de coach van het outplacementbureau maande hem tot rust. “Ga eens stil staan. Het is niet de kunst om werk te vinden, maar om werk te vinden waarvan je gaat groeien”, zei hij. Hans nam zijn leven en werk tot dan toe onder de loep en ontdekte dat van de tien werkelijke successen die hij had benoemd, er zeven te maken hadden met het begeleiden van mensen. Verder kwam humor als een belangrijk aspect naar voren. “Als werk dacht ik toen nog even aan burgemeester of cabaretier.” Op grond hiervan formuleerde Hans zijn eerste persoonlijke missie: ‘Mensen helpen bij persoonlijke ontwikkeling en kwaliteit van leven en werken en zo de mooiste bijdrage leveren aan een betere wereld’.

Op zoek naar een nieuwe baan. Zonder bazen, met veel vrijheid. Het werd een coöperatieve kuikenbroederij waar hij aan de slag ging als algemeen directeur-bestuurder, met de hoofdvestiging in Groenlo. Het gezin Van der Vleuten verhuisde naar de Achterhoek, naar Lochem.

Het werd weer goud. Hans kon nu, zonder al te veel bemoeienissen van bovenaf, zijn ideeën over hoe een bedrijf goed kan werken, over integere en transparante ketensamenwerking in de agrifoodsector vormgeven en realiseren. Met succes. “Het bedrijf liep als een tierelier! We waren de eerste kuikenbroederij zonder gebruik van antibiotica en we bouwden aan het beste track & trace systeem van Europa voor zelfstandige ondernemers in de vleeskuikenhouderij. De ketensamenwerking van zelfstandige ondernemers was open en transparant. Maar ik werd steeds gestrester.” Ondanks de successen bleven onderliggende angsten en onzekerheden, die Hans al eerder onderuit hadden gehaald, opspelen. “In 2003, 2004 kregen we in Nederland te maken met vogelpest. De grenzen werden gesloten. We moesten gedeeltelijk dicht. Toen duidelijk werd dat personele gevolgen onvermijdelijk waren, riepen we de werknemers bijeen. Ik zou de vervelende boodschap brengen dat we genoodzaakt waren om werktijdverkorting door te voeren. Ik klapte dicht, de HR-manager bracht de boodschap. Niemand heeft gemerkt, denk ik, dat ik op dat moment niets kon. Niet vanwege het slechte nieuws, maar door het onbewuste idee ‘Stel ik wel genoeg voor?’.

Rare floepkees
17 augustus 2005. Op die dag maakte Hans kennis met Rients en met zen. Dat was in Klooster ‘Zin in werk’, in Vught. Eerder had hij op dezelfde plek, toen hij daar was voor een bijeenkomst met werkgeversvereniging VNO/NCW, een foldertje meegenomen; de aankondiging van een driedaagse training, getiteld ‘Back to Business’ met als ronkende ondertitel ‘Hoe houd ik de energie van de vakantie langer dan 3 weken vast?’. Sport en meditatie zouden deel uitmaken van de training. Dat sprak de sportieve Hans wel aan en meditatie kende hij van yoga, dat hij zeven jaar had beoefend. Hans schreef zich in.

“Wat een rare floepkees.” Dat was Hans’ eerste indruk van Rients. “Met z’n T-shirtje, kale kop, een beetje lopen buigen. Hij had geen overheadsheets of iets bij zich. Hij stelde meer vragen dan dat hij antwoorden gaf.” Maar goed, Hans was grootgebracht in een boerengezin dat iedereen, hoe vreemd ook, altijd welkom heette op het erf en aan de eettafel. En bovendien deed hij toch maar mee, omdat hij erbij wilde horen, bang om een ‘outcast’ te zijn. Dat gevoel ‘er niet bij te horen’ was er desondanks toch wel. “Mijn superioriteitsgevoel speelde op: ‘Kun jíj mij iets leren?!’.” Maar na een half uur was dat geheel verdwenen. “Ik dacht: ‘Verdomd Hans, je hoeft niets terug te zeggen.’ Ik voelde iets van rust.” Een tweede soortgelijke, maar nog heftigere ervaring had hij bij de eerste kinhin, de loopmeditatie. Na vijf meter in een rijtje lopen, ontplofte Hans bijna en voelde zich als een manegepaard. Hij zocht de dompteur en de uitgang. Plots herinnerde hij zich de uitspraak van Rients: “Voel wat je voelt”. Dat deed hij en voordat hij bij de deur was, was hij rustig. En hij bleef. Hans vroeg Rients na afloop van de driedaagse of hij hem wilde coachen. Rients zei dat hij eerst 2 x 20 minuten per dag moest zitten en dan na drie maanden weer contact kon opnemen. “Sindsdien zit ik dagelijks 2 x 20 minuten. Na zes weken heb ik weer contact opgenomen. Rients werd en bleef mijn coach en zenbeoefening mijn leidraad. Ik vraag me nog steeds af wat het nou was wat me greep. Rients was de eerste leraar waarbij ik het niet beter hoefde te weten om iets voor te stellen.” Dagelijks zazen is tot op de dag van vandaag een vast gegeven. “Al jaren staat iedere dag de wekker op 5.53 uur. Eerst een kop koffie, een half uurtje verdiepend lezen en 20 minuten mediteren.”

Een van de eerste vragen die Rients als zencoach stelde, was: “Doe je wel eens iets alleen?” en deed daarbij de suggestie om sesshins te gaan doen. Hans is toen eerst in zijn eentje naar Andalusië geweest, niet lang daarna deed hij voor de eerste keer mee aan een sesshin. “Je bent dan weliswaar niet alleen, maar je doet het alleen.”

Een reis was begonnen, met Rients als begeleider. Bestemming onbekend. Wat Hans onderweg tegenkwam, was hem niet onbekend maar begon hij nu steeds beter te begrijpen.

‘Erremoei’ en schele ogen
Rients vond Hans veel te lief. Er was een verwarrende mix ontstaan van een licht superioriteitsgevoel en pleasegedrag, van geldingsdrang en vluchtneiging. Uit die mix kwam succes voort én voortdurende onrust en stress, door het gevoel niet te voldoen, niet goed genoeg te zijn, er niet bij te horen, niets voor te stellen. En die stress balde zich samen wanneer hij zich moest voorstellen, wanneer hij moest presenteren. Mensen onder ogen komen was altijd een enorme uitdaging, omdat Hans’ ogen scheel staan. Dan ben je al gauw een buitenbeentje, een ‘outcast’. En dat is lang de rode draad geweest in Hans’ leven, zelfs al voor hij was geboren.

“Zoals iedereen heb ik bijzondere ouders. Ik ben de derde in een boerengezin met zes jongens en, als jongste een meisje.” Hans groeide op op een gemengd bedrijf in Son (bij Eindhoven). Het was, op zijn Brabants, “erremoei troef”, “Meer kinderen dan koeien, meer mensen dan middelen, zou je kunnen zeggen, maar we kwamen niks tekort”. Het woonhuis was onbewoonbaar verklaard. Hans noemde het zelf destijds “onverklaarbaar bewoond”. Vader en zonen ging als ‘schillenboer’ met paard en wagen langs de huizen in het dorp om etensresten op te halen als voer voor de varkens. Hans dus ook. “Achter de huizen van de rijken, waar de ‘schillen’ lagen, vonden we ook tennisballen en golfballen. Dat was voor mij het luxeste van het luxest. Ik heb overigens nooit een bal durven jatten. Toen ik vele jaren later voor het eerst ging golfen liepen de rillingen over mijn rug; dat ík hier nu stond.”

Hans’ vader moest al op jonge leeftijd verantwoordelijkheid nemen, omdat al vroeg zijn ouders waren overleden en hij samen met een broer op de boerderij achterbleef. Op zijn 42e trouwde hij met een 16 jaar jongere vrouw uit het dorp, Hans’ moeder in spe. De rollen waren duidelijk. “Vader leefde gewoon door zoals hij al zijn hele leven had gedaan. Hij bemoeide zich niet al te veel met ons. Juist dit leverde mij een flinke autoriteitsbubbel op.”

Alsof een glas prik dat wordt ingeschonken, begonnen er diverse bubbels te bruisen, allemaal met de smaak ‘ik stel niets voor’. Op school een non die Hans direct dwong met rechts te schrijven. De overgang naar het Van der Puttlyceum in het ‘grote’ Eindhoven waar hij als ‘simpel’ plattelandsjongetje verloren liep tussen 2.000 leerlingen. Een zaterdagmiddag waarop hij voor straf met een tandenborstel ramen van de school moest schoonmaken, omdat hij – zonder de intentie om onbeschoft te zijn – ‘Wá?!’ zei in plaats van ‘Wat zegt u?’. Hans wist niet eens dat hij plat praatte, het werd hem op deze wijze duidelijk gemaakt. En juist toen, in deze autoritaire poging hem te leren om beter af te stemmen, besloot hij al op jeugdige leeftijd: ‘Dan ga ik toch mijn eigen gang!’. En Hans kón ook zijn eigen gang gaan. Hij hoefde op school niet te luisteren om goede punten te halen en hield zich met andere zaken bezig. “Een juf zei ooit tijdens een oudergesprek: ‘Er kan geen mus op het schoolplein landen of Hans ziet ‘m.’ “Doordat hij zich in zijn jonge jaren niet hoefde te concentreren, werd dit later wel een grote uitdaging. Uitzondering en afzondering kleefden aan Hans. Hij werd er tegelijk rebels en onzeker van.

Het ‘outcast’ gevoel
Het gevoel een beetje een ‘outcast’ te zijn viel thuis in vruchtbare bodem en werd daardoor nog eens, onbewust, extra gevoed. Het was het gevoel waarmee de moeder van Hans al belast was door wat haar was overkomen toen ze 16 jaar oud was. Ze werkte als huishoudster en is misbruikt door de huisbaas. Ze raakte zwanger. Schande was haar deel. Ze werd in een tehuis voor ongehuwde moeders geplaatst in Heerlen, waar ze drie maanden verbleef, alleen, zonder enig contact met familie of andere naasten. Ooit merkte Hans een glimp van hoe ze zich toen moet hebben gevoeld. Ze zaten samen in de tuin in Lochem, bladerend in een boek met oude foto’s uit het ‘Rijke Roomsche Leven’, onder andere ook van het tehuis waar ze was geplaatst. “Er was één aardige non”, liet ze zich ontvallen.

Het werd een jongetje, Mari. Geboren met een open ruggetje, dat succesvol werd geopereerd. En alsof dat nog niet voor voldoende problemen zorgde, werd vanuit haar ouders – een autoritaire vader en een volgzame moeder – te kennen gegeven dat ze naar huis kon komen, maar alleen, zonder Mari. “Mari niet, dan ik ook niet”, had ze gezegd. Ze werden alsnog beiden in huis genomen. “Ze mocht niets meer toen ze weer thuis was.” Acht jaar later trouwde ze en uit dat huwelijk kwamen nog vijf jongens (waaronder Hans) en een meisje.

Zenbeoefening, sesshins en vooral ook de interactie met Rients hebben Hans steeds meer opheldering gegeven over de werking van dit karma in zijn leven en daarmee van karma in het algemeen. Frustratie werd inspiratie. “Mijn vader en zijn vrijgezelle broer, die bij ons woonde, maakten heel vaak schreeuwend ruzie. Bijna iedere ochtend werden we door dit geschreeuw gewekt. Ik had dit verdrongen, totdat Rients in een teisho zei: ‘In de wijze waarop je wakker wordt, zit je hele leven.’ Ik heb dat toen drie keer onderstreept in mijn schriftje. In die sesshin werd ik plotseling gevraagd om de wekker te zijn. Degene die de bel rinkelt en op de deuren klopt. Vervolgens ging Rients het voordoen, wat natuurlijk mijn autoriteitsbubbel raakte. Ik liep er eigenlijk maar zo’n beetje bij en tot mijn verbazing klopte Rients ook op de deur van zijn eigen kamer! De rest van de sesshin was ik gewoon de wekker. Steeds hoor je dan ‘Ja!’ als je op de deur klopt. Zo sta je dan op: Gewoon ‘Ja’ zeggen tegen het leven. Wauw! Hier word ik wakker van, van mensen wekken.”

Iemand die iets voordoet. Hans kende dat niet en had dat ook al vroeg in zijn leven afgewezen. ‘Dan ga ik toch mijn eigen gang!’ “Mijn vader bemoeide zich weinig met ons. Hij zei eigenlijk ‘Dè kunde gij wel jongen’, wat natuurlijk vrijheid gaf, maar er werd weinig voorgedaan, ik kreeg geen begeleiding.” In diezelfde sesshin kwam hij erachter wie thuis misschien wel zijn belangrijkste leermeester is geweest: Mari. “Hij was altijd rustig, zorgvuldig, aardig met mensen en met de beesten. Maar hij was waarschijnlijk ook rustig uit frustratie, uit angst voor verstoting. Uit het verlangen erbij te blijven horen. Veel ingehouden stress. Op zijn 38e onderging hij al een open hart operatie. Na deze sesshin ben ik met Mari uit eten gegaan en heb hem bedankt. Ik heb hem gezegd: Mari, jij bent mijn belangrijkste leermeester, dank je wel.”

Geluk toepassen
Van zenmeester Rients leerde Hans vertrouwen. Vanaf het begin voelde hij dat hij het niet beter hoefde te weten dan Rients. “Ik voelde en uitte wel weerstand, maar deed toch wat hij zei. En ik voelde me heel gelijkwaardig. Mijn vrouw Ellie zei eens: ‘Naar hem luister je wel.’ Ik kreeg steeds meer vertrouwen in het leven. En eigenlijk kende ik dat altijd al. Het is wat er op een boerderij gebeurt; je maakt plannen, doet je best en moet afwachten wat het bizarre leven brengt.” Het gaat om hoe je tegen dingen aankijkt. Met het einde voor ogen. Jouw missie, jouw perspectief. Rients heeft hem daarvan bewust gemaakt. Bijvoorbeeld aan de hand van symboliek. Zo waren Hans en Ellie al jaren in het bezit van een abstract schilderij, dat hen altijd had gefascineerd. Maar er klopte iets niet aan. Rients zag het eens en zei: “Draai het om.” Toen klopte het wel: wat eerst een donkere afgrond was, werd een inspirerende berg, met ergens in het klein een figuurtje dat ernaartoe wandelde. “Het schilderij gaf nu een heel ander gevoel, het werd een ander verhaal door de omkering. Het past perfect in ons huis.” Het leerde Hans iets over de realiteit: “Verhalen ontstaan. Ook ons levensverhaal.”

Hans paste steeds meer van wat hij van Rients en van zijn eigen zenbeoefening leerde, toe in zijn werk. Er kwam steeds meer ruimte voor anderen. Rients daagde hem uit ‘geluk’ centraal te stellen in de missie van de kuikenbroederij die hij leidde. Het werd ‘Groei en bloei mens, dier en onderneming’. Zijn persoonlijke missie ging ook op de schop toen Rients zei: ‘Helpen helpt niet. Je helpt om zelf gezien te worden.’ Hans: “En daar werd ik doodmoe van. ‘Helpen’ werd ‘samen werken aan’, oftewel: Met mensen samen werken aan persoonlijke ontwikkeling en kwaliteit van leven en werken en zo de mooiste bijdrage leveren aan een betere wereld.”

En toen, eind 2013, werd Hans voor de tweede keer in zijn leven ontslagen uit een baan die hij met hart en ziel deed. Vrijwel buiten hem om was de coöperatieve kuikenbroederij verkocht aan een groot Duits familiebedrijf. Met aan het hoofd een traditionele ‘pater familias’ die het bedrijf bestierde langs hiërarchische lijnen. Daartegenover Hans met zijn houding van ‘Je moet je er niet mee bemoeien’ en ten opzichte van zijn medewerkers vol vertrouwen, zoals zijn vader, ‘Dè kunde gij wel jongen’. Hans had deze twee stijlen graag willen integreren, maar de nieuwe eigenaar dacht daar anders over. Hans werd uitgenodigd op het hoofdkantoor in Beieren en kreeg daar te horen dat zijn diensten niet meer gewenst waren. Binnen een kwartier stond hij weer buiten. Boos, verdrietig en opgewonden belandde hij weer in München op de luchthaven Franz-Josef Strauss, waar hij zes uur de tijd had vóór zijn terugvlucht. “Ik heb op een bankje gemediteerd. Ben wat gaan rondlopen, liet op een gegeven moment mijn Samsonite-koffer vallen en sprong vijf meter de lucht in! Ik heb letterlijk daar een gat in de lucht gesprongen. Ik kwam langs een etalage met horloges. ‘Dat mensen dat kunnen maken.’ Ik genoot van de kunst daarvan. Ik wilde een horloge kopen. Met een witte wijzerplaat. Rients had me eens gewezen op de zwarte wijzerplaat van mijn horloge, dat je dan in een zwart gat kijkt. ‘Als je in de tijd kijkt, moet je in de mogelijkheden kijken’, zei Rients. De horloges met witte wijzerplaten en een open transparante achterkant die ik zag, waren me veel te duur. Toen zag ik er een voor 350 euro. Dat kon wel. Toen ik beter keek, zag ik ‘BS’. Bodhi Sattva. Ik kocht het horloge en ging naar huis.” Tijd om zenleraar te worden.

Vertrouwen en vergeten
Zen.nl Lochem, een nieuwe onderneming, ook een soort broederij, een plek waar mensen zichzelf uitbroeden. Vanaf de start was het een eclatant succes, dat wil zeggen meteen meerdere groepen per week in de nieuw gebouwde zendo naast het huis en sindsdien een broedplaats voor mensen die willen werken aan geluk en met al een flink aantal nieuwe zenleraren. “Ik zei eens tegen een cursist: ‘Ik ben zo blij dat Rients ervoor heeft gezorgd dat ik ben gebleven.’ ‘Anders ik wel!’, reageerde die cursist. En toen dacht ik echt ‘Dit is wat ik wil’. Doorgeven. Vertrouwen.”

Bij Hans ontbrak het in zekere zin nooit aan zelfvertrouwen. Maar het was zelfvertrouwen in de vorm van jezelf opblazen, een betere versie van jezelf maken. Met Rients als zijn leraar en zenbeoefening is Hans’ zelfvertrouwen anders geworden. “Ik ben goed genoeg. Ik hóef niets bijzonders te doen. Dat straalde Rients ook uit, die eerste keer dat ik hem zag. Hij was niet aan het zenden, hij zat daar, vol vertrouwen. Hij kon gewoon zíjn.” Ondertussen doet Hans toch wel bijzondere dingen. Zo organiseert hij samen met de ervaren boogschutter en zenbeoefenaar Marc van Disseldorp iedere zomer een week op landgoed Preau in Frankrijk: Zin in zen en boogschieten. “Mensen kunnen daar ook hun eigen boog vervaardigen. Zei zenmeester Hakuin het al niet: ‘Meditatie in actie is oneindig meer waard dan meditatie in stilte’.”

Hans heeft zich intussen gestaag ontwikkeld tot bekwaam zenleraar. Groeiend naar osho-schap en nu meesterschap. “Een zenleraar heeft groot vertrouwen in mensen, het leven en zichzelf. De basishouding is: ‘Ik ben geïnteresseerd in jou en jouw ontwikkeling’ en ik wil daarmee graag een lang, gezond en gelukkig leven leiden. Meesterschap daarin is dat je ‘deze onderstroom’ voelt, energie zoals die zich hier en nu manifesteert en dat je dat wilt delen met anderen”.

Hiermee wil Hans ook weer aan de slag in het bedrijfsleven. Hij wil graag ondernemende mensen ontmoeten en deze mensen elkaar laten ontmoeten. Mensen met passie voor wat ze doen, met passie voor mensen en passie voor geluk. Net als binnen Zen.nl. Een waardevol doel. “Als je geen waardevol doel hebt, ben je vooral aan het presteren”, aldus Hans.

Vertrouwen gaat gepaard met vergeten. Als je vertrouwen hebt, kun je loslaten. “Ik had eens twee weken niet aan mijn zoon Lauran gedacht, die in Engeland was. ‘Da’s niet normaal’ dacht ik eerst. En toen ‘Dat is wél normaal, dat is vertrouwen hebben!’ Een paar jaar later hebben Ellie en ik onze dochter Kirsten weggebracht voor een reis van driekwart jaar, in haar eentje, door Zuid-Amerika. Wij waren vol vertrouwen. Dè kunde gij wel.”

Hans geeft bewust door wat hij heeft meegekregen: Dè kunde gij wel.