zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, vertrouwen, opvoeding, hechting, Yvonne Visser, opleidingsdag, gedragscode, aandacht, still face experiment, spiegelen, vasthouden, drijfveer, zorg, interactie, intimiteit, vermijden, veilig, angstig, de moeite waard, zelfkennis, zelfbeeld, emoties, Boeddhisme, onthechten, niet-hechten, strategieën, Leer denken wat je wilt denken, bewustzijn, identificeren, eenheid
Lunch tijdens zenleraren opleidingsdag

Vertrouwen, opvoeding en hechting



Dit is een verslag geschreven door Janneke Passenier van een inleiding door Yvonne Visser gegeven op de zenleraren opleidingsdag op 7 maart 2021. Het thema van deze dag was: Vertrouwen.

Iedere zenleraar en zencoach in opleiding (ziop) ondertekent bij aanvang van zijn of haar leertraject de gedragscode van Zen.nl. Gedragscode 5 luidt: ‘Ik oefen in het geven van veel vertrouwen en maak het in mij gestelde vertrouwen waar.’ Als je het moet kunnen geven en het in jouw gestelde vertrouwen moet kunnen waarmaken, dan is het goed om te weten wat het is. Een woord bestuderen is jezelf bestuderen. Wat betekent vertrouwen? Hoe werkt het in ons, hoe leren wij te (kunnen) vertrouwen? Yvonne geeft ons uitleg over hoe in de basis vertrouwen tot stand kan komen:

Hechten
Het begint met hechten. Volgordelijk gezien begint direct na onze geboorte het hechten. ‘Hechting is een proces van interactie tussen een kind en een of meer van zijn opvoeders dat leidt tot een duurzame affectieve relatie‘. Deze hechtingstheorie is van Bowlby (1951). Hechting is een aangeboren neiging om een relatie aan te gaan; het is een instinct. We zijn afhankelijk van de ander, onze ouder(s) en/of verzorgers. Goede verzorging, aandacht, gezien en gehoord worden zijn van groot belang voor de overleving en dus ook voor hechting. Spiegelen, de kleine brabbelt, er wordt terug gebrabbeld, elkaar aankijken, gesprekjes voeren, bevestigen, het is allemaal van groot belang voor een goede hechting.

In het YouTube-filmpje Still face experiment is goed te zien hoe hechting in werking wordt gezet. Moeder en kind spiegelen elkaar telkens, dat wil zeggen er is reactie van de moeder op het kind en andersom. Zodra een kind, op welke manier dan ook, iets laat zien, reageert de moeder daarop en spiegelt wat het kind doet, geeft er woorden aan. Door het spiegelen leert het kind zichzelf kennen en dat is een cruciaal proces. Als de moeder stopt met spiegelen raakt het kind overstuur. Zo werkt hechten. Het heeft alles te maken met wat je in dit filmpje ziet. Het gaat om vasthouden, vastgehouden worden, warmte, voeding, maar zeker ook over zien en gezien worden.

De drijfveer om te hechten is de overleving. Als mens, als soort, hebben we de ander nodig voor voortplanting en als individu hebben we de ander nodig voor geborgenheid en ook voor voeding als je nog kind bent. Het hechtingsproces wordt allereerst in gang gezet door een aantal kenmerken die een baby vertoont: een relatief groot hoofd, relatief grote ogen, een beetje uitstaande oortjes; wij vinden dat schattig. Zo'n uiterlijk alleen al roept zorg op. Baby’s vertonen van nature hechtingsgedrag en dat nodigt uit om met ze te interacteren. Je gaat spiegelen met het kind, de kleine brabbelt, jij brabbelt terug, samen zwaaien, samen kijken, nadoen. Er is interactie en op die manier vereenzelvigt het kind zich met dat wat je teruggeeft. Het kind krijgt op die manier een beeld van zichzelf én van de ander. Die tendens, waarop je jezelf en de ander positioneert, is een tendens die je de rest van je leven zult blijven volgen. Dus hechting is iets wat je heel jong aanleert en wat vervolgens een blauwdruk geeft voor hoe je naar jezelf en de wereld kijkt.

Hechtingstijlen
Er zijn verschillende stijlen van hechting. Je kunt op internet of in de literatuur veel tests vinden die jouw hechtingsstijl op een gedegen manier in kaart brengen. Om een beetje een voeling te krijgen met die hechtingsstijlen, heeft Yvonne twee eenvoudige stellingen geformuleerd, die de beide dimensies van het ontwikkelen van vertrouwen representeren: vertrouwen op jezelf/afhankelijkheid en vertrouwen in de ander/intimiteit. Door deze stellingen te beantwoorden kun je zien hoe je scoort op die dimensies:

A - Om me goed te voelen over mezelf heb ik de bevestiging en waardering van anderen nodig.
B - Als ik uitreik naar de ander, nabijheid zoek, zal de ander dat afwijzen, er niet op in gaan.

0 = helemaal niet waar - 10 = helemaal waar:

Wat je scoort bij stelling A is de mate van afhankelijkheid; wat je scoort bij stelling B is de mate waarin je geneigd bent om intimiteit te vermijden. Je kunt je scores in onderstaand raster zetten. Op de horizontale as staat de mate van afhankelijkheid, op de verticale as staat de mate waarin je geneigd bent intimiteit te vermijden. Zo kom je uit in een van de kwadranten.

Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, vertrouwen, opvoeding, hechting, Yvonne Visser, opleidingsdag, gedragscode, aandacht, still face experiment, spiegelen, vasthouden, drijfveer, zorg, interactie, intimiteit, vermijden, veilig, angstig, de moeite waard, zelfkennis, zelfbeeld, emoties, Boeddhisme, onthechten, niet-hechten, strategieën, Leer denken wat je wilt denken, bewustzijn, identificeren, eenheid

Kom je in het kwadrant linksboven uit, dan ben je veilig gehecht. Veilig wil zeggen dat je het gevoel hebt dat je de moeite waard bent om voor gezorgd te worden en dat je ook wel de verwachting hebt dat de ander op je zal reageren op een acceptabele manier.
Kom je in het kwadrant rechtsboven uit dan ben je gepreoccupeerd gehecht. Dat wil zeggen dat je het gevoel hebt niet de moeite waard te zijn om voor gezorgd te worden, maar je wel denkt dat de ander adequaat reageert. Dan zit je in een lastige hoek, want als de ander bijvoorbeeld niet reageert op jouw gehuil en je denkt wel dat die ander adequaat reageert maar dat jij niet de moeite waard bent, dan ben jij als huilende dus gek. Dat maakt het heel verwarrend. Dus gepreoccupeerd gehecht is echt lastig.
Vermijdend gehecht, linksonder, betekent dat je denkt, 'ik ben de moeite waard maar de ander zal niet op mij reageren'. Dan ga je je terugtrekken, zoek je geen intimiteit en los je het allemaal zelf op. Kom je uit in het kwadrant rechtsonder, dan ben je angstig gehecht. Je vindt jezelf niet de moeite waard én je denkt dat de ander ook niet op jou gaat reageren.

Hecht niet al te veel waarde aan de test, want hij is niet wetenschappelijk. Maar het geeft je misschien wel een beetje meer gevoel wat hechtingsstijlen kunnen betekenen. Het gaat over hoe je jezelf waarde toekent en over vertrouwen in de ander, of de ander adequaat is en adequaat op je reageert. Hoe de stijlen heten is niet zo van belang, het is zinnig om hechting in het spectrum te zien van gezond naar minder gezond.

De hechtingsstijl die je in je vroegste jeugd aanleert vormt de basis waarop je verder bouwt en hoe je tijdens je leven strategieën ontwikkelt om met wat er gebeurt in je leven om te gaan.

Gezonde hechting
Een goede, gezonde hechting is de basis voor een gezonde relatie met jezelf. Het helpt je om zelfkennis te krijgen en vertrouwd te raken met je binnenwereld. Je bouwt een zelfbeeld op en uiteindelijk is dat de basis om je emoties te leren beheren, adequaat te uiten en te onderdrukken als dat nodig is. Het gaat om beheren van emoties, niet om beheersen. Beheersen zou kunnen betekenen dat het alleen gaat om emoties onderdrukken, terwijl emoties adequaat uiten misschien nog wel belangrijker is.
Een gezonde hechting is ook een belangrijke basis voor de kwaliteit van de relaties die je met een ander aangaat, zowel vriendschappen als romantische relaties.

Yvonne maakt van deze gelegenheid graag gebruik om een misverstand ten aanzien van het Boeddhistische onthechten aan de orde te stellen. In het Boeddhisme gaat hechten niet alleen over hechten aan mensen, maar ook aan dingen. Dat is heel terecht. Het woord onthechting wordt vaak opgevat als het niet meer hebben van een relatie of een verhouding met de ander of het andere, dus de relatie verbreken. Dat is wel wat het woord onthechting letterlijk betekent, maar eigenlijk zouden we het over niet-hechten moeten hebben. Niet-hechten betekent dat je de verbinding, die er vanzelfsprekend is - we zijn met elkaar verbonden - in stand laat, maar dat je er geen affectieve lading meer aan toekent. De relatie met de ander of het andere wordt neutraal, open.

Opvoeding
Paul Verhaeghe schrijft in zijn boek Intimiteit: “Wat ik in mijn lichaam ervaar (binnen) wordt door iemand anders benoemd of in beeld gebracht (buiten) en op die manier aan mij teruggegeven en door mij opgenomen (binnen). Daardoor krijgt mijn ervaring een betekenis die er voorheen niet was en waarmee ik iets kan doen. De betekenis komt van iemand anders, die het op zijn beurt bij een abstracte Ander gehaald heeft, namelijk bij de cultuur en de traditie (sociale omgeving, gezin/ouders, school/vrienden, cultuur, tradities, media).”

Je zou kunnen zeggen dat opvoeding een soort training is om sociaal en maatschappelijk effectief te zijn. In die training leer je strategieën aan door middel van inbeelden, het verinnerlijken van beelden, dat is individueren, maar ook door uitbeelden, het beeld van jezelf naar buiten brengen, uit te dragen. Dat is separeren. Dit zijn processen die zich gelijktijdig ontwikkelen en naast elkaar bestaan, ze lopen in elkaar over.

Individueren
In de eerste plaats gebeurt individueren middels je ouders, je gezin, in kleine kring dus. Geleidelijk aan wordt die kring groter door school, vrienden en uiteindelijk nog groter door cultuur, traditie en media. Pubers kunnen dagen vullen om een juiste foto te maken voor Instagram. Die foto moet aan allerlei eisen voldoen, het moet eruitzien alsof je heel gelukkig bent of iets heel interessants doet. Dat is een norm. Dan bepalen de media hoe je er uit moet zien en die norm internaliseer je. Dat is het proces van naar binnenbrengen, inbeelden. Zo ontstaat er een 'ander' in jezelf. Er is dus het beeld van hoe je zou moeten zijn ('ander') en er is een ‘ik’. Dit is een innerlijke verdeeldheid. Die 'ander' stuurt je aan, er is een zelfsturend zelfbeeld. Komt dat je bekend voor?

Separeren
Het innerlijke beeld dat je van jezelf hebt ga je naar buiten brengen, uitbeelden. Je hebt inmiddels allerlei strategieën aangeleerd hoe je dat effectief zou moeten doen. Die ga je uitproberen, bijstellen, variëren. Je hele arsenaal aan strategieën breid je uit. Je krijgt een gereedschapskist vol aan strategieën en dan zeggen we: je bent jezelf geworden! Dat is een interessante manier om het te formuleren. Vervolgens doen we aan zelfreflectie, maar de vraag is dan: Wie reflecteert wie?

Een citaat uit ‘Leer denken wat je wilt denken’ (p. 237, LDWJWD): ‘Ons zelfbeeld of ‘ego’ is opgebouwd uit hoe je over jezelf denkt, maar ook uit hoe je denkt dat anderen over jou denken.’ Dit is wat Yvonne hierboven uitlegt. Het proces leidt tot innerlijke verdeeldheid. Er is een ander in jezelf. Dat zelfbeeld is het beeld van mijn innerlijke ander in mij. Zelfbewustzijn is het bewustzijn van de innerlijke ander van mij. En dan wordt zelfreflectie iets heel interessants. Het bewustzijn van de innerlijke ander van het beeld van de innerlijke ander van mij; dat is een Droste-effect. En daarmee is de innerlijke verdeeldheid wel compleet. En toch, op deze manier ontwikkel je zelfvertrouwen en vertrouwen, die twee horen bij elkaar! Wanhoop niet, het komt goed.

(Zelf)vertrouwen
Zelfvertrouwen en vertrouwen ontwikkelen gebeurt eerst via identificatie. Dat is het stadium van baby-zijn waar er eigenlijk alleen nog maar een ervaring is, een realisatie van het bestaan. Je kunt je afvragen of er een ‘ik’ is. Je bent er. In het hechten, wat je basale vermogen is om een relatie aan te gaan, ontwikkel je een bepaalde tendens in de manier waarop je relaties aangaat, je hechtingsstijl. En als het goed is kom je tot de conclusie: ik ben ok. Dat is zelfvertrouwen, dimensie A. En: jij bent ok, het vertrouwen in de ander, dimensie B. Dan ben je veilig gehecht.

Vervolgens ga je individueren. Je ontwikkelt een relatie met jezelf. Je vergroot je zelfkennis, je verfijnt het beeld wat je van jezelf hebt, je leert met je binnenwereld om te gaan. Dat is eigenlijk de essentie van zelfvertrouwen. Tegelijkertijd is er dat proces van separeren. Je bent iemand die iets gaat doen, die de wereld ingaat. Je gaat je relateren aan anderen, je gaat relaties aan met anderen en daarvoor moet je vertrouwen hebben in de ander, in het andere. Het ontwikkelen van je zelfvertrouwen en het vertrouwen in de ander gaat gelijk op en beïnvloeden elkaar wederzijds.

Vertrouwen en zen
Het is interessant om te zien wat we tijdens het mediteren doen. We proberen tijdens het mediteren de vereenzelviging met onze innerlijke beelden in zicht te krijgen en ze vervolgens los te laten; je niet meer te identificeren met je innerlijke beelden. Als dat lukt, verdwijnt ook die abstracte ander in jezelf, wat een innerlijk beeld is, en hef je dat innerlijk beeld op: er is geen ik en geen ander, eenheid. Dan is er eigenlijk alleen maar volledig vertrouwen op wat je voelt en kom je terug bij je lichaam. Het is ooit begonnen als baby met een lichaam dat ervaringen opdoet en in zen proberen we om al die beelden weer los te laten, samen te vallen met onszelf en dan is er alleen maar wat je nu voelt. En er is vertrouwen. Het is geen vertrouwen op ik of de ander. Er is geen ik, er is geen ander. Er is vertrouwen, groot vertrouwen. Dat is waar we uiteindelijk naar streven.