zen actueel blog zen actueel blog

 


Zen.nl, Zen, meditatie, leren mediteren, zenmeester Remko de Beer, traumatisch, opvang, kinderen, fysieke en mentale vitaliteit, introductiecursus, druk, vertrouwen, angst, weekendsesshin, lijden, pijn, sesshin, opleiding, zenleraar, eerlijk, laag zelfbeeld, homo, gelukkig, doorzettingsvermogen, Rients, falen, identiteit, serieus, verdriet, groot ego


Zenmeester Remko de Beer



Walter Jacobs / Zen.nl Breda, Zen.nl Eindhoven en Zen.nl Den Bosch

Ter gelegenheid van de benoeming van tien zenmeesters op 26 september jl. verscheen een boek met de spirituele portretten van de nieuwe zenmeesters binnen Zen.nl. Eén van hen is Remko de Beer. Hieronder het in dit boek gepubliceerde hoofdstuk over Remko, opgetekend door Walter Jacobs.

Waar nog niet zo lang geleden landbouwgrond was, woont nu Remko de Beer. Samen met zijn man Sjoerd en hun zoon Jecko. Het is een open huis, daar in Berkel-Enschot, gemeente Tilburg. Dat ligt niet aan het huis maar aan de bewoners. Remko en Sjoerd vangen al jaren kinderen op die om wat voor reden dan ook geen thuis hebben. Meestal wat oudere kinderen, vanaf de basisschoolleeftijd, die vaak al zo gevormd zijn door moeilijke, soms traumatische omstandigheden dat er maar weinig pleeggezinnen zijn die hen kunnen of willen opvangen. “We zijn er ooit mee begonnen, omdat we het zó goed hadden, dat we daarin wilden delen.” De kinderen waren er altijd tijdelijk, de ene keer kort, andere keren voor langere tijd. Ook niet altijd permanent, maar bijvoorbeeld alleen in weekenden en vakanties. Een aantal kinderen komt nog geregeld over de vloer. Maar zoon Jecko blijft. Hij woont al een paar jaar bij Remko en Sjoerd, zijn papa’s.

De ruimhartigheid was er blijkbaar al toen Remko begon met zenbeoefening, en het kon nog ruimer.

Gehakt maken van bubbels
Vanuit zijn werkgever werd een programma aangeboden voor fysieke en mentale vitaliteit. Met onder andere een introductiecursus zenmeditatie onder leiding van Lilian van der Vaart. “Mijn oog viel erop, eigenlijk door mijn broertje. Hij werkte bij een onderwijsorganisatie die kinderen zo vroeg mogelijk wilde leren mediteren. Hoewel hij wars was van zweverigheid, raakte hij geleidelijk aan toch geïnspireerd en vertelde er enthousiast over.” Voor medewerkers was de cursus zenmeditatie gratis, partners mochten meedoen tegen gereduceerd tarief. Remko en Sjoerd togen in januari 2011 naar de zendo van Zen.nl Tilburg. “Ik sloeg er meteen op aan.”

Het kwam op een goed moment. Remko had het heel druk. Hij had de leiding gekregen over een groter wordend team, zijn takenpakket werd uitgebreid. “Het werd een beetje te veel. Ik moest keuzes gaan maken. Ik vond het lastig om mensen in beweging te brengen en deed dingen dan maar zelf. Het was een gebrek aan vertrouwen in anderen én in mezelf. Dat gaat eigenlijk altijd hand in hand. De vraag was: Wat wil ik nou eigenlijk?”

Na de introductiecursus wilde Remko door. Als enige van de zestien deelnemers. Hij merkte dat hij kalmer was geworden, ondanks de drukte. Daar was niets in veranderd. “Ik wist de rust te bewaren, was niet meer zo snel uit het lood geslagen. Ik piekerde minder, niet meer dat ‘als-dan-denken’. Ik had beter fysiek contact met mezelf.” Remko kon aansluiten bij een groep op maandagavond die ook net de introductiecursus achter de rug had. Hij ging verder met mensen die min of meer op hetzelfde niveau zaten qua zenbeoefening. En Remko wilde verder.

Eind 2011 deed hij voor het eerst mee aan een weekendsesshin in Eindhoven. “Ik heb alleen maar pijn zitten lijden. ‘Hak alles er maar af, ik voel toch niet meer’, dacht ik.” Later dat weekend werd hij verrast; dat hij de pijn kon laten zijn. “Er was iets dat zich verzette en iets dat waarnam.” Dat herkende hij. Van jongs af aan waren er momenten dat hij zichzelf zag zitten, dat hij zichzelf waarnam. Na deze weekendsesshin wist Remko: ‘Hier wil ik nog meer energie in stoppen.’ “Het maakte mijn leven echt lichter.”

Er waren niet meteen zware trauma’s of zo die Remko op zijn zenpad tegenkwam. Hij had vooral steeds minder last van zichzelf. Hij werd aardiger. Niet dat hij onaardig was, misschien juist te aardig, maar het was meer een pose. “Ik had eigenlijk altijd genoeg aan mijn eigen sores, andere mensen vond ik dodelijk vermoeiend. Sinds ik begon met zen is mijn interesse in andere mensen aanzienlijk vergroot. Ik voelde dingen altijd wel aan, maar ik wilde er nooit iets mee doen. Door de zenbeoefening kreeg ik steeds meer nieuwe informatie: ik was toch niet zoals ik dacht dat ik was.”

Voortvarend ging Remko verder. In 2012 deed hij zijn eerste zesdaagse sesshin en in datzelfde jaar ook zijn tweede weeksesshin. Het jaar erna begon hij aan de opleiding tot zenleraar bij Zen.nl. Niet zozeer om zenleraar te worden, Remko zocht vooral verdieping. “Zen verlichtte mijn leven en ik had honger gekregen naar meer. Die ervaringen betroffen vooral mijn gedrag. ‘Oh. Het kan ook anders.’ Het was als het pellen van een ui. Ik zou niet op iets vasts stuiten; wat tref ik dan aan?

”Ondertussen maakte ik gehakt van bubbels. Elk nieuw inzicht was een stimulans om nog eerlijker te blijven kijken. En om te zitten, ook al had ik soms geen zin.”

Als onderdeel van de zenlerarenopleiding, ook als je niet de ambitie hebt om zenleraar te worden, wordt er van je verwacht twee stages te doen. De eerste: assisteren bij een introductiecursus, en de tweede: zelfstandig een introductiecursus leiden. Het voelde alsof hij in het diepe werd gegooid. Remko dacht dat hij alles moest weten, was bang door de mand te vallen. Deze angst wordt wel het ‘imposter syndrome’ genoemd. Voor zijn examen in januari 2015 was Remko ook “superzenuwachtig”. Hij had vastomlijnde denkbeelden over het zenleraarschap. “Ik dacht het orakel van Delphi te moeten zijn. Ik moest echt relaxter worden. Ik dacht: ‘Ik moet mezelf laten zien in plaats van wat ik allemaal weet’. Lesgeven werd een feestje toen ik de daar besproken thema’s ging koppelen aan mijn eigen leven. Ik begon een grote bubbel te doorzien, die van ‘ik ken minder, dus ik ben minder’, mijn ‘onderwijsbubbel’.”

Van makkelijk naar moeilijk
Tot en met het vwo kwam Remko, als het gaat om schoolresultaten, alles aanwaaien. Daarom kon hij eisen stellen aan de docenten. Die moesten inspirerend zijn. Zo niet, dan deed hij gewoon niet meer mee. Latijn en Grieks werden niet boeiend gebracht, dus hield hij het na de vierde klas gymnasium voor gezien en verkaste naar het atheneum. De docent economie beviel niet, dus weigerde hij nog naar de lessen te gaan. “Jij gaat nooit jouw diploma halen”, beet die docent Remko eens toe. Dat bleek een misrekening. Er waren er meer die geen fiducie in hem hadden, maar Remko maakte zich geen zorgen en slaagde voor zijn vwo met nog een behoorlijke cijferlijst ook. Op de dag van de uitslag werd hij niet gebeld, dus examen gehaald. Hij werd die dag op school verwacht, tot verbazing van zijn medeleerlingen: ‘Wat doe jij hier?!’

Remko leek heel zelfverzekerd, maar er schuilde onzekerheid onder. Hij had een houding aangenomen van ‘het boeit me niet’. Hij hing een beetje de clown uit. “Dan hoorde ik erbij. Ten koste van mezelf. Ik had een laag zelfbeeld.” Remko mat zich een imago aan. Onderpresteren om stoer te lijken. Op zijn 14e begon hij met roken. Eerst sigaretten, maar toen hij thuis betrapt werd, kocht zijn vader een buil shag. ‘Hier. Da’s goedkoper’, eigenlijk in de hoop dat Remko nu wel zou stoppen. Wanneer hij aankondigde naar zijn kamer te gaan om te studeren, ging hij muziek draaien. Lp’s en singletjes nam hij op cassettebandjes op, die hij vervolgens verkocht. Van de opbrengst kocht hij iedere vrijdag weer nieuwe platen.

Op de middelbare school werd hij een tijdje gepest en uitgedaagd door een jongen. Hij zei dat Remko homo was. Wat klopte. “Ik heb het zelf altijd geweten. Als ik vroeger als kind met mijn ouders naar Jos Brink keek op TV, herkende ik mij helemaal in hem. Lang wilde ik dat ik anders was. Daarom liep ik als een stoere hetero door de school. Die jongen trapte er niet in.” Op zijn 17e, toen hij in de zesde klas zat, heeft Remko familie en vrienden verteld dat hij homoseksueel is. Het was eigenlijk geen probleem. “Mijn ouders vonden het prima. Als ik maar gelukkig was en gezond bleef, zei mijn vader nog.” Toen begon het echte leven.

Het was de bedoeling dat hij zou gaan studeren. Daar werd thuis toch wel op aangedrongen. Toen Remko eens opperde misschien wel kapper te willen worden, merkten zijn ouders gekscherend op “Ja, en dan zeggen ze ‘Knippen kan ie niet, maar slim is ie wel!’”. Remko wilde zijn ouders niet teleurstellen. Studeren dus. Maar wat? Hij bekeek zijn cijferlijst en besloot het vak waarvoor hij het hoogste cijfer had, te gaan studeren. Engels won nipt van geschiedenis en hij schreef zich in aan de universiteit in Nijmegen. Er waren veel eerstejaars en Remko kon zich een beetje onzichtbaar houden, ook door weer een beetje de pias uit te hangen. Hij bleef bij zijn ouders wonen en pendelde heen en weer tussen Tilburg en Nijmegen. Uitgaan werd belangrijker. Remko zat op dansles en de meeste andere mannelijke dansers waren homo. Iedere zaterdag was er ‘vrij dansen’ en daarna gingen ze met z’n allen stappen, naar de Popcorn, toen een bekende homokroeg in Tilburg. Remko voelde zich vrij en gelukkig. “Eindelijk voelde ik me begrepen.” Thuis werd Remko steeds ‘onhandelbaarder’. Zijn ouders vonden het maar niks dat hij steeds zo laat thuiskwam. Ze wilden afspraken maken over hoe laat hij thuis moest komen. Het was niet langer houdbaar: Remko betrok een kamer in een studentenhuis in Tilburg. Van de negen bewoners waren er zeven homo. Nu kon het echte feesten beginnen. Daarnaast kreeg hij een bijbaantje als gastheer bij een sauna in Goirle. De studie schoot er danig bij in. Remko stopte met Engels en begon in Nijmegen nog aan de studie Film- en Opvoeringskunsten, maar daar sprong hij te veel in het oog. Het was een kleine studie en hij kon niet ‘duiken’; hij wilde op de universiteit niet te zichtbaar zijn. Toen hij op zijn 21e gevraagd werd bedrijfsleider te worden van de sauna, besloot hij het studeren te laten voor wat het was. Het kwam Remko weer aanwaaien, maar toch voelde het ook niet helemaal goed. “Ik was niks. Had wel een vwo-diploma, maar dat voelde niet als een prestatie. Ik had me er niet voor ingezet. Ik had nooit ergens moeite voor hoeven doen. Ik had geen doorzettingsvermogen ontwikkeld. Ik voelde geen voldoening. Elke nacht om 02.00 uur rolde ik met mijn collega’s uit de sauna en verder was het veel uitgaan, veel drinken, veel gamen. ‘Is dit het nou?’ vroeg ik mij geregeld af.”

Remko deed in 1998 nog een poging om een studie op te pakken. Filosofie in deeltijd aan de universiteit in Tilburg. Nog vóór de eerste tentamens was hij al weer gestopt. “Ik had natuurlijk weinig tijd om te studeren, maar ik kreeg het in mijn hoofd ook niet gerijmd. Overdag Hegel en Kant en ’s avonds biertjes tappen in de sauna. De overgang was ‘shocking’.” Stoppen met de studie was desondanks geen opluchting. Het voelde als falen. “Weer een mislukking.”

Rustiger vaarwater
Een onverwachte schok noopte Remko tot een kalmer levensstijl. In 1999 kreeg hij in het ziekenhuis een slechte prognose en de behandeling die kon worden geboden zou alleen maar levensrekkend zijn. Ik zou niet lang meer te leven hebben. Gelukkig pakte dat heel anders uit, maar het was heftig. Toen ik het na dat ziekenhuisbezoek naar huis reed had ik een bijzonder verlichtende ervaring. Ik kwam in een soort waarneming terecht waarbij het was alsof ik niet langer mijn lijf was. Er was vrede, rust, openheid. De behandeling sloeg goed aan maar de angst bleef nog wel een tijd. Ieder kuchje was een aanzet tot ongerustheid. Nog enkele jaren moest Remko om de drie maanden op controle en iedere keer was het weer spannend. Maar iedere keer bleek alles in orde en na verloop van tijd kreeg Remko weer goede moed en zo herstelde zijn vertrouwen.

Hij heeft daarna verschillende baantjes gehad, o.a. bij een meubelzaak en bij het IDFA en het Filmfestival Rotterdam. Via een uitzendbureau kwam hij in 2002 terecht bij Fontys Hogescholen. Als baliemedewerker. Een collega werd zwanger en hem werd gevraagd of hij de tentamenplanning op zich wilde nemen. Remko werd roosteraar en vervolgens teamleider. Hij werkt er nog steeds. Het kwam hem allemaal weer aanwaaien.

“Ik vond het leven wel prima zo. Behalve het alleen zijn. Ik had af en toe wel een vriendje maar liet de liefde niet echt toe. Ik ging rustiger leven. Nam twee hondjes in huis, een zwarte en een witte.” Met zijn lange gestalte, kaal hoofd en die twee hondjes werd hij in die tijd op straat wel eens aangesproken met ‘Hé Pim!’; met de nodige fantasie kon je enige gelijkenis zien met wijlen Pim Fortuyn.

Hij kende de datingwebsite Relatieplanet via een vriend, met wie hij geregeld meekeek en “meekeurde”. Toen er eens een aanbieding was voor een gratis lidmaatschap van drie dagen, besloot hij zelf een profiel aan te maken. Dat was op een zaterdag en Remko wachtte af. Er kwam deze keer niet weer vanzelf iets aanwaaien en op maandag besloot hij zelf actie te ondernemen. Toen kwam hij online een leuke man tegen, uit Utrecht. Op de valreep om 23.59 uur, net voordat het gratis lidmaatschap zou worden stopgezet, gaf Remko zijn e-mailadres door. In goed vertrouwen. Dinsdag kreeg hij een bericht. Van Sjoerd. Of hij wist wat ‘klotteren’ was. Ja, dat wist Remko wel (Sinterklaasinkopen doen). Of hij zin had om dat samen te doen. Ja. Dat was in 2008. Sindsdien zijn ze samen. In 2018 zijn ze getrouwd.

Wie ben ik?
Remko heeft vanaf zijn puberteit lang moeite gehad met zijn identiteit. Als klein kind al keek hij vaak van een afstand naar zichzelf en nam rollen aan om niet afgewezen te worden. Bewust, uit een soort lijfsbehoud. Hij was onzeker en juist door zich die rollen aan te meten voelde hij zich van binnen steeds onzekerder. ‘Wie ben ik? Welke van al die façades ben ik?’ vroeg Remko zich af. “Ik dacht: ik moet er één zijn, iets vaststaands. Ik was op zoek naar de waarachtige Remko. Dat legde veel druk op me. Het probleem werd alleen maar groter. Al die identiteiten. Ik had wel voorkeuren, maar niets stond vast. Ik herkende me in alle sterrenbeelden. Ik voelde me soms haast schizofreen.”

Sinds Remko zen beoefent, ervaart hij een meer natuurlijk zijn. “Ik kan mezelf meer intuïtief vormgeven in plaats van impulsief. Ik ben me meer bewust van mijn ideeën, gedachten en neem ze niet te serieus. Ik ervaar dat het allemaal in beweging is, alles manifesteert zich van moment tot moment. Steeds vaker is het goed zoals het is, ook al doe ik iets stoms. Vroeger veroordeelde ik mezelf dan lange tijd.”

Zen opende meer en meer zijn geestesoog. In de loop der jaren is Remko gaan leren inzien hoe dingen tot stand komen, doordat hem geregeld zijn eigen vroege levenservaringen en familiegebeurtenissen levendig voor de geest kwamen. Door zijn aderen stroomt Tilburgs, Fries en Duits bloed. Hij heeft van zijn grootouders alleen zijn opa van vaderskant gekend. “Ik denk dat als ik hen wel had meegemaakt, ik mezelf eerder beter had leren kennen. Dat ik een beetje had gesnapt hoe het kan dat ik altijd een groot hart had en tegelijkertijd emotioneel geremd was.” Zijn vaders vader was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland tewerkgesteld. Daar ontmoette hij een vrouw, die na de oorlog met hem mee terugging naar Tilburg. Ze leerde goed Nederlands spreken, zodat ze haar Duitse afkomst verborgen kon houden. Duitsland werd lange tijd welhaast gehaat in Nederland. De ouders van zijn moeder kwamen uit Tilburg en Friesland. Je kunt het natuurlijk niet generaliseren, maar Brabanders en Friezen hebben in de loop der eeuwen toch een verschillende inborst ontwikkeld.

De komst van Remko was niet gepland. Niet dat hij ongewenst was, maar hij werd geboren in een periode van rouw. Beide ouders van zijn moeder en zijn vaders moeder waren nog maar net overleden toen Remko in 1974 ter wereld kwam. Moeder was toen 26, vader 23. Best jong. Ze waren onervaren en misten hun overleden ouders.

Dat hij niet gepland was knaagde lang aan Remko: ‘Mag ik er wel zijn?’ “In de basis werd mijn identiteit gevormd door het idee ‘Ik mag er niet zijn. Niemand ziet mij en dat is maar goed ook, want er valt niets te zien’.” Die gedachte had een impuls gekregen toen Remko als klein kindje in een zwembadje zat en zich had bezeerd. “Ik riep om hulp naar mijn ouders aan de andere kant van het raam, maar niemand hoorde me. Ik voelde me helemaal alleen en was ontzettend verdrietig. Ik merkte toch ook al vroeg dat ik uit het alleen zijn inspiratie en troost kon halen. Het boek en de tekenfilmserie op TV ‘Alleen op de Wereld’ waren favoriet. Ik wás Rémi! Ik heb toen het vermogen ontwikkeld om me te kunnen wentelen in verdriet en om er weer uit te stappen. Kunnen opgaan in wat je voelt, waarnemen, je neigingen zien en dan iets doen met die energie. Geen onderscheid voelen tussen binnen en buiten. Lang dacht ik dat dat schizofreen was, maar door zen zie ik het nu meer als een vaardigheid.”

Het gezin De Beer is altijd “close” geweest. Moeder was thuis en ging later werken als boekhouder. Vader was ondernemend en daarin ook enigszins impulsief. Hij had een zaak in audiovisuele apparatuur en richtte discotheken in. Hij ging naar beurzen en Remko ging wel eens mee. “Ik heb Anita Meyer toen een keer ontmoet, dat vond ik fantastisch.” Hij ziet daar de humor wel van in, hoe hij blijkbaar voldoet aan het stereotype homo. Later is zijn vader nog projectmanager in de interieurbouw geweest en taxichauffeur. Remko herkent zich wel in zijn vaders ondernemingsdrang en impulsiviteit.

Naast zijn echtgenoot Sjoerd is zijn anderhalf jaar jongere broer Maarten zijn belangrijkste raadgever. Hij heeft natuurkunde gestudeerd en werkt als docent. Hij woont in Den Haag met zijn vrouw en drie kinderen.

Onderwijs lijkt een gemene deler: ook Remko doceert tegenwoordig bij Fontys en Sjoerd is conrector op een middelbare school. Die oude onderwijsbubbel is intussen wel doorgeprikt. Een paar jaar geleden is Remko weer gaan studeren: HBO-bedrijfskunde en bestuurskunde. En afgemaakt! Toen hij zijn diploma ging halen, ging Jecko mee. Hij was toen nog maar net bij Remko en Sjoerd. Hem werd gevraagd of hij een beetje trots was op papa. ‘Ja!’ zei hij luid en duidelijk. Dat voelde heel goed en toch ook weer heel dubbel “Ik ben papa. En ik ben het niet.”

Een jaar niet glimlachen
Rients was in het begin van Remko’s zenlerarenopleiding op afstand. Hij ontmoette hem voor het eerst bij een presentatie van het boek Leer voelen wat je wilt voelen in het Textielmuseum in Tilburg. “Ik was zenuwachtig om hem te ontmoeten. Ik vond zijn lezing superinteressant, maar zag hem als een halve God. Hij was DE zenmeester; die weet, ziet en doorziet natuurlijk alles. Ik stond na de lezing bij zenleraar Sietze Graafsma die in Tilburg nog altijd lesgeeft, en toen kwam Merel, de vrouw van Rients, er ook bij en toen ineens stond hij zelf naast mij. Bleek het gewoon een vriendelijke man te zijn.”

Verder zag hij Rients op ziopdagen en bij de weeksesshins. De eerste keer dat hij naar hem voor persoonlijk onderhoud zou gaan, zat Remko heel gespannen in de wachtrij. ‘Ik weet toch helemaal niets.’ Het bleek allemaal wel weer mee te vallen. Acht jaar geleden ging Remko als penningmeester deel uit maken van het bestuur van de stichting World Peace Is Possible, een initiatief van Rients. “Ik heb hem toen beter leren kennen, meer als mens. We kregen een andere verstandhouding. Ik kreeg veel ruimte voor mijn ideeën. Veel vertrouwen. Wat ik bij Rients zag, was dat hij heel makkelijk zonder al te veel nadenken gewoon kon dóen. Hij heeft een sterk ontwikkelde intuïtie voor wat er moet gebeuren. Hij had – en heeft – een sterke eigen mening, maar kan ook altijd zijn eigen standpunt weer makkelijk opgeven als dat beter voelt. Ik heb hem eens horen zeggen: ‘Heb een mening en heb geen mening’. Hij heeft een groot ego, maar hij hangt daar niet aan; hij kan er goed van loskomen. Daar heb ik van geleerd. Dat je hoe je jezelf ziet, ook kunt laten. Dat je kunt zien wanneer wat functioneel is en dan kunt switchen.”

Remko is gaan ondernemen binnen Zen.nl. In 2016 nam hij de webshop over en in 2017 de vestiging Zen.nl Tilburg. Sindsdien is Rients zijn coach. “Hij geeft graag advies. Daar doe ik niet altijd iets mee, maar hij raakt bijna altijd wel iets wezenlijks aan. Ik kreeg eens de oefening om een jaar niet te glimlachen. Ik had inderdaad vrijwel constant een glimlach op mijn gezicht. Daarmee verborg ik mijzelf. Het was please-gedrag. Mensen vonden mij altijd moeilijk te peilen en dat vond ik wel mooi. Sinds die oefening hóef ik niet altijd te glimlachen. Gewoon is ook goed.”

Voor Remko is Rients nog inspirerender geworden nu hij hem niet meer op een voetstuk plaatst. “Hij is niet onfeilbaar. Dat heb ik lang wel gedacht en misschien ook verwacht. Ik plaatste hem boven mezelf. Mezelf onder plaatsen deed ik eigenlijk tot dan toe al mijn hele leven. Niemand staat nu meer op een voetstuk. Meer-minder, beter-slechter, het doet er steeds minder toe.” Ten aanzien van Rients voelt hij tegenwoordig vooral herkenning. ‘Niet lullen, maar poetsen’ zit bij beiden ingebakken.

Het huis Zen.nl
Dat er nu tien nieuwe zenmeesters zijn benoemd, vindt Remko een goede ontwikkeling. “Daarmee overstijgt Zen.nl Rients. Hoe? Dat moeten we zelf nog uitvinden. Zijn gedachtegoed blijft het fundament en wat er is ontwikkeld staat als een huis. De boeken Leer denken wat je wilt denken en Leer voelen wat je wilt voelen zijn echt onderdeel van dit fundament, net als de goed doordachte introductiecursus, de sesshins, en de zenlerarenopleiding die erkend is als beroepsopleiding. De twee genoemde boeken verschijnen dit jaar overigens ook in het Duits.

“Wat betreft omgang met elkaar is Zen.nl professioneler, menselijker dan alle organisaties die ik ken. Zen.nl is echt non-dualiteit in de praktijk, een mooie éénheid van allemaal verschillende individuen. Het is een collectief, maar er is geen sprake van symbiose. Je bent ook nog gewoon jezelf. Ik vind het een prettige manier van in het leven staan. Dat je onderdeel bent van iets, gedragen wordt, samen bent en daardoor meer jezelf kunt zijn als individu. Dat schept een klimaat van verantwoordelijkheid en vertrouwen.”

Wat het betekent om zenmeester te zijn, gaat Remko nog uitvinden. “De titel geeft gebubbel en dat geeft ook energie. Het doet een nóg groter appel op mijzelf om met zoveel mogelijk aandacht te doen wat ik doe. In gedrag een voorbeeld zijn, zen vóórleven. Ik vergelijk het met mijn eerste tijd als zenleraar, toen ik leerde dat het goed was om gewoon te zíjn. ‘Zenmeester’ is ook maar een woord. Ik hoef er niet eens iets van proberen te maken. Ik mag steeds: gewoon zijn.”